13 december 2023

In een arrest van 7 november 2023 stelt het Hof van Cassatie dat iemand die een terugkeermaatregel met inreisverbod niet uitvoerde, nooit het grondgebied heeft verlaten na deze maatregel en sindsdien onwettig verblijft, niet kan schuldig verklaard worden aan het misdrijf van artikel 76 van de Verblijfswet (Vw). Het arrest van het Hof van beroep van Antwerpen dat bovenstaande vaststellingen doet en toch schuldig bevond aan dat artikel is niet correct gemotiveerd. Het constitutief bestanddeel van het misdrijf in artikel 76 Vw is namelijk dat de vreemdeling verblijft of binnenkomt nadat hij het land heeft verlaten ter uitvoering van een terugkeermaatregel. Er kan maar een inbreuk op een inreisverbod zijn nadat men eerst België heeft verlaten.

Weigering gezinshereniging, terugkeerbesluit en inreisverbod

Verzoeker, afkomstig uit Marokko, kwam met zijn Spaanse verblijfstitel in 2010 in België aan. Hij was religieus gehuwd met een Belgische vrouw, met wie hij vier kinderen kreeg. Hij diende tot drie keer toe een aanvraag in voor gezinshereniging met zijn Belgische minderjarige kinderen, hetgeen telkens werd geweigerd.  

De man kreeg reeds in 2013 een ministerieel besluit tot terugwijzing. Dat is een bevel om het grondgebied te verlaten omwille van strafrechtelijke veroordelingen, dat gepaard gaat met een inreisverbod .

Misdrijf artikel 76 Vw alleen als terugkeermaatregel effectief is uitgevoerd

Verzoeker betoogt dat hij onmogelijk het land kan verlaten in het hoger belang van zijn kinderen. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) vernietigde in 2013 zowel het bevel om het grondgebied te verlaten (BGV) als het inreisverbod omwille van een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en een schending van artikel 8 EVRM. Volgens verzoeker gebruikte het Openbaar Ministerie de verkeerde rechtsgrond, namelijk artikel 76 Vw in plaats van artikel 75 Vw. Deze twee bepalingen gaan wezenlijk over iets anders en hebben een andere doelstelling. Artikel 75 Vw bestraft onwettige binnenkomst of verblijf, terwijl artikel 76 Vw niet spreekt over ‘onwettig’ verblijf maar wel over een binnenkomst of verblijf ‘zonder bijzondere machtiging’. Daar gaat het dus eerder over een bestraffing van het onwettig terugkeren naar België na effectieve uitzetting of na vrijwillig vertrek. Artikel 76 Vw is alleen van toepassing  op de vreemdeling die een inreisverbod zoals bedoeld in artikel 11 Terugkeerrichtlijn miskent, door na het land te hebben verlaten ter uitvoering van een terugkeermaatregel uit artikel 8 Terugkeerrichtlijn (bv. een BGV met een inreisverbod) opnieuw binnen te komen of te verblijven in strijd met daartoe bepaalde voorwaarden.

Vernietiging en terugverwijzing naar anders samengesteld Hof van beroep

Het Hof stelt vast dat het gaat om twee verschillende misdrijven. Enkel artikel 76 Vw gaat over een sanctie wegens het niet respecteren van een inreisverbod. Artikel 75 Vw is een andere strafbaarstelling, namelijk van van onwettig verblijf. In deze zaak werd verzoeker vervolgd op basis van artikel 76 Vw. Dit blijkt echter de verkeerde rechtsgrond te zijn. De verzoeker voerde het inreisverbod immers nooit uit. Hij heeft België nooit verlaten. Bijgevolg kan hij dus ook niet schuldig bevonden worden aan een miskenning van dat verbod (om na vertrek terug in te reizen). De voorwaarde opdat men kan spreken van een inbreuk op het inreisverbod is namelijk dat hij eerst België heeft verlaten. Het Hof van Cassatie vernietigt het bestreden arrest van het hof van beroep te Antwerpen en verwijst voor een nieuwe beoordeling van de feiten naar hetzelfde hof van beroep te Antwerpen, ditmaal anders samengesteld.