22 januari 2021

In arrest nr. P.19.0428.N van 21 mei 2019 stelt het Hof van Cassatie (HvC) dat het verblijfsrecht van een vreemdeling die Belg wordt vervalt, ook al koppelt de Verblijfswet zelf geen gevolgen aan het verwerven van de Belgische nationaliteit.

De Verblijfswet is van toepassing op vreemdelingen, en een vreemdeling is iemand die niet de Belgische nationaliteit heeft (art. 1, 1° Verblijfswet, hierna Vw). Iemand die Belg wordt, is geen vreemdeling meer. De Verblijfswet is dus niet meer van toepassing. Maar wat gebeurt er met het verblijfsrecht van de vreemdeling die Belg wordt? Dat is niet bepaald in de Verblijfswet.

Voorafgaand

De betrokkene verkreeg de Belgische nationaliteit. Nadat ze veroordeeld werd voor één van de ernstige misdrijven opgesomd in artikel 23/1 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (WBN), beslist de rechter haar Belgische nationaliteit af te nemen door vervallenverklaring. De vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit heeft geen terugwerkende kracht (art. 23 WBN): de betrokkene wordt dus niet teruggeplaatst in de administratieve toestand die ze had voor ze Belg werd. Er volgt een bevel om het grondgebied te verlaten, omdat Dienst Vreemdelingenzaken ervan uitgaat dat het oorspronkelijke verblijfsrecht van onbeperkte duur van de betrokkene niet meer bestaat, en zij dus onwettig in het land is.

Volgens de betrokkene bestaat haar oorspronkelijke verblijfsrecht wél nog: er is immers geen beslissing tot beëindiging van dat verblijfsrecht genomen op basis van art. 21 of 22 Vw. Die artikels bepalen in welke gevallen de minister (of in bepaalde gevallen zijn gemachtigde) een einde kan stellen aan het verblijfsrecht van een derdelander.

Beoordeling HvC

Zodra iemand Belg wordt, is de Verblijfswet, die het verblijf van vreemdelingen regelt, niet meer van toepassing. Je kan immers niet tegelijk onder het statuut van vreemdeling en van Belg in België verblijven. Het Hof bepaalt in dit arrest dat het verblijfsrecht van een vreemdeling vervalt op het moment dat hij Belg wordt. Deze vorm van verval van verblijfsrecht is niet voorzien in de Verblijfswet zelf. Het Hof creëert zo dus een nieuwe vorm van verlies van verblijfsrecht, buiten artikel 21 en 22 Vw om.

Dit zorgt er voor dat er geen beslissing tot beëindiging van het verblijfsrecht genomen moest worden na het verval van de Belgische nationaliteit: de betrokkene was vanaf de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit zonder wettig verblijf in België en mocht dus opgesloten worden met het oog op een repatriëring.

Het HvC is bevoegd om deze nieuwe vorm van verval van verblijfsrecht in het kader van zijn beoordeling in deze zaak in het leven te roepen. In de meeste gevallen zal het geen probleem vormen dat het verblijfsrecht ophoudt te bestaan op het moment dat een vreemdeling Belg wordt, aangezien een Belg geen verblijfsrecht meer nodig heeft om wettig in het land te verblijven. Voor wie de Belgische nationaliteit nadien terug verliest, kan de toepassing van deze nieuwe vorm van verval van verblijfsrecht wel verstrekkende gevolgen hebben. Dit is echter eerder uitzondering dan regel.