27 januari 2022

In het arrest nr. C-490/20 van 14 december 2021 spreekt het Hof van Justitie (HvJ) zich uit over de weigering van de Bulgaarse autoriteiten om een geboorteakte af te leveren voor een Bulgaars kind geboren in Spanje. De geboorteakte is noodzakelijk om een Bulgaars identiteitsdocument te kunnen krijgen. De Bulgaarse overheid weigerde zulk document af te leveren omdat de Spaanse geboorteakte van het kind twee moeders vermeldt en niet verduidelijkt welke van de twee de biologische moeder van het kind is. Het HvJ verplicht Bulgarije om een identiteitskaart of paspoort af te leveren zodat het kind haar rechten als Unieburger of bloedverwant kan uitoefenen. Dat moet op basis van de Spaanse geboorteakte, zelfs zonder Bulgaarse geboorteakte.

Feiten en procedure

Een Bulgaarse en een Britse vrouw zijn in 2018 gehuwd in Gibraltar. Sinds 2015 wonen ze in Spanje. In december 2019 krijgen ze in Spanje een kind. De Spaanse geboorteakte vermeldt beide vrouwen als moeder. De Bulgaarse moeder verzocht in januari 2020 de gemeente Sofia om de afgifte van een Bulgaarse geboorteakte voor haar kind. Dat is onder meer nodig voor de afgifte van een Bulgaars identiteitsdocument voor het kind. De gemeente vroeg bijkomende info over de identiteit van de biologische moeder. Het Bulgaarse geboorteaktemodel zou enkel toelaten om één moeder en één vader in te vullen. De Bulgaarse verzoekster ging niet in op deze vraag en gaf aan dat zij niet verplicht is volgens de Bulgaarse wetgeving om deze informatie te geven. De gemeente Sofia heeft vervolgens het verzoek tot afgifte van een geboorteakte voor het kind afgewezen. De reden voor deze weigeringsbeslissing is dat de informatie over de identiteit van de biologische moeder ontbreekt en dat de vermelding van twee vrouwen als ouders in de geboorteakte strijdig is met de Bulgaarse openbare orde. Het huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht is er ook niet toegestaan.

De Bulgaarse moeder stelt beroep in tegen deze weigeringsbeslissing bij de “Administrativen sad Sofia-grad”, de bestuursrechter in eerste aanleg. Deze rechter stelt vast dat het kind wel de Bulgaarse nationaliteit heeft volgens de Bulgaarse wetgeving, ook al werd nog geen Bulgaarse geboorteakte aan het kind gegeven. Verder heeft de rechter twijfels over de interpretatie van het Unierecht en stelt bijgevolg een prejudiciële vraag aan het HvJ. De rechter vraagt om deze nationale praktijk te toetsen aan het recht op vrij verkeer (artikelen 20 en 21 VWEU en 45 van het  Handvest) en het recht op een familieleven en het belang van het kind (artikelen 7, 24 van het Handvest). De rechter stelt onder meer de volgende vragen:

  • Moeten de Bulgaarse autoriteiten een geboorteakte afleveren aan een kind wanneer de aanvrager weigert mee te delen wie de biologische moeder is, in de situatie dat:
    • het kind Bulgaar is,
    • het kind in een andere lidstaat geboren is en dit blijkt uit een geboorteakte van die lidstaat en
    • wanneer twee personen van hetzelfde geslacht vermeld staan op de geboorteakte zonder precisering over wie de biologische moeder is?
  • Mag een lidstaat een geboorteakte weigeren in deze situatie als dit als gevolg heeft dat:
    • het kind geen identiteitsdocument kan krijgen van een lidstaat en
    • dit bijgevolg verhindert dat het kind zijn rechten als Unieburger kan uitoefenen?

Analyse HvJ

Het HvJ stelt vast dat, zoals aangegeven door de nationale rechter, het kind geboren in Spanje, een Bulgaars staatsburger is. Volgens artikel 20, lid 1, VWEU is het kind een Unieburger. Uit voorgaande rechtspraak van het HvJ volgt dat Unieburgers die geboren zijn in het gastland van hun ouders zich kunnen beroepen op de rechten als Unieburger (zie arrest van 5 juni 2018, Coman e.a., C‑673/16). Zo geeft artikel 21, lid 1, VWEU aan een Unieburger het recht om vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, en verplicht artikel 4, lid 3 van richtlijn 2004/38 de lidstaten om een identiteitskaart of paspoort af te leveren aan hun burgers, opdat zij ook effectief dit recht kunnen uitoefenen.

In deze zaak is het in Spanje geboren kind, een meisje, een Bulgaarse staatsburger. De Bulgaarse autoriteiten zijn dus verplicht om haar een identiteitskaart of paspoort af te geven waarop haar nationaliteit vermeld is, en ook haar familienaam zoals die door de Spaanse autoriteiten in de geboorteakte werd vastgesteld. Het HvJ verwijst hier naar het arrest Grunkin en Paul van 14 oktober 2008 (C-353/06, EU:C:2008:559, punt 39). Hierin stelde het Hof reeds vast dat op basis van artikel 21 VWEU een lidstaat de familienaam van een kind moeten erkennen zoals die is vastgesteld en ingeschreven in een andere lidstaat. Bovendien verplicht artikel 4, lid 3 richtlijn 2004/38 Bulgarije om een identiteitskaart of paspoort af te leveren, ongeacht of voor het kind een nieuwe geboorteakte is opgesteld. Dat het Bulgaars recht vereist dat een Bulgaarse geboorteakte wordt opgesteld vóór de afgifte van een Bulgaarse identiteitskaart of een Bulgaars paspoort, kan geen belemmering vormen voor het verkrijgen van een identiteitskaart of paspoort. Dit document moet het voor het kind immers mogelijk maken om vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven met elk van zijn twee moeders. Unieburgers hebben namelijk op grond van artikel 21 VWEU het recht om zowel in het gastland als in de lidstaat waarvan zij de nationaliteit bezitten, als zij hier naar terugkeren, een normaal gezinsleven te leiden, samen met hun familieleden.

Het HvJ merkt op dat de Spaanse autoriteiten op wettige wijze de juridische afstammingsband van het Bulgaarse kind met haar twee ouders vaststelden in de geboorteakte van het kind. Dit verplicht de Bulgaarse autoriteiten om de afstammingsbanden van het kind te erkennen, ten minste opdat het kind met elk van haar ouders haar recht om vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, kan uitoefenen. Om dit recht effectief te kunnen uitoefenen, moeten de Bulgaarse autoriteiten de Spaanse geboorteakte dus erkennen. 

Hoewel volgens de huidige stand van het Unierecht de lidstaten vrij zijn om in hun nationale recht al dan niet te voorzien in het huwelijk en het ouderschap van personen van hetzelfde geslacht, moeten zij wel rekening houden met het Unierecht en meer bepaald de vrijheid van elke Unieburger om op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven. Daardoor is het noodzakelijk dat lidstaten de burgerlijke staat van hun burgers erkennen zoals die in een andere lidstaat is vastgesteld. De daaruit voortvloeiende verplichting om het ouderschap van twee personen van hetzelfde geslacht te erkennen en om een identiteitsdocument aan hun kind af te leveren, gaat niet in tegen de nationale identiteit van een lidstaat en vormt ook geen bedreiging voor de openbare orde van die lidstaat. Het HvJ voegt er wel aan toe dat de verplichting van een lidstaat om het ouderschap van personen van hetzelfde geslacht te erkennen zoals die is vastgesteld in een akte van een andere lidstaat, alleen geldt in het kader van de uitoefening van de rechten die het kind aan het Unierecht ontleent.

Het HvJ benadrukt bovendien dat het in strijd zou zijn met het recht op gezinsleven (artikelen 7 en 24 van het Handvest) om dat kind de relatie met één van haar ouders te ontzeggen in het kader van de uitoefening van haar recht op vrij verkeer omwille van het feit dat haar ouders van hetzelfde geslacht zijn. De eerbiediging van de nationale identiteit kan dus geen rechtvaardigingsgrond zijn voor een dergelijke belemmering van het vrij verkeer van personen.

Ten slotte oordeelt het HvJ dat zelfs als blijkt dat het kind niet de Bulgaarse nationaliteit heeft, het minstens moet worden beschouwd als rechtstreekse bloedverwant in neergaande lijn van de Unieburger in de zin van richtlijn 2004/38.

Het HvJ komt bijgevolg tot het besluit dat de Bulgaarse autoriteiten verplicht zijn:

  • om aan de minderjarige Unieburger, wiens Spaanse geboorteakte twee personen van hetzelfde geslacht als ouders aanwijst, een identiteitskaart of een paspoort af te geven zonder te vereisen dat eerst een geboorteakte wordt opgesteld; en 
  • om de Spaanse geboorteakte te erkennen, aangezien het kind hiermee met elk van zijn beide ouders zijn recht kan uitoefenen om vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven.