1 september 2022

Een instructie van Fedasil van 12 juli 2022 maakt de vrijwillige opheffing van de code 207 in bepaalde omstandigheden mogelijk. Deze instructie heeft als doel plaatsen vrij te maken voor begunstigden van het recht op materiële opvang gezien de verzadiging van het opvangnetwerk. Met de opheffing komen de begunstigden bij behoeftigheid in aanmerking voor OCMW-steun. Fedasil zal hen echter uitsluiten uit het opvangnetwerk voor de duur van de volledige asielprocedure.

Toepassingsgebied

Bewoners van opvangstructuren die de volgende vijf cumulatieve voorwaarden vervullen, kunnen  vrijwillige opheffing van hun code 207 aanvragen:

  • minstens vier maanden ononderbroken verblijf in een opvangstructuur
  • alle gezinsleden hebben een lopend Verzoek om Internationale Bescherming (VIB) bij DVZ of CGVS. Bewoners met een bijlage 26quater (Dublin-weigering omdat niet België maar een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de asielaanvraag) of in procedure van beroep bij de RvV worden uitgesloten.
  • een nationaliteit hebben met een beschermingsgraad van meer dan 66%
  • werk hebben, de afgelopen vier maanden regelmatig gewerkt hebben of concrete vooruitzichten op werk op zeer korte termijn kunnen aantonen
  • een duurzame verblijfsoplossing (verblijfplaats) hebben die het mogelijk maakt binnen dertig dagen na de aanvraag het opvangnetwerk te verlaten

De volgende nationaliteiten hebben volgens Fedasil een beschermingsgraad van meer dan 66%:

  • Afghanistan
  • Burundi
  • Eritrea
  • Jemen
  • Palestina
  • Syrië
  • Turkije

Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen vallen niet onder het toepassingsgebied van de instructie.

Stabiele verblijfplaats en recht op OCMW-steun

Fedasil wijst erop dat re-integratie in het opvangnetwerk niet mogelijk is na de opheffing van de code 207 voor de duur van de volledige asielprocedure. Het is van belang dat de verblijfsoplossing voldoende stabiel is zodat de betrokken personen zich kunnen inschrijven bij de gemeente om schrapping uit het wachtregister te vermijden.

Na opheffing van de code 207 ontstaat het recht op (financiële) maatschappelijke dienstverlening als het OCMW van de gewoonlijke verblijfplaats oordeelt dat de aanvrager ervan behoeftig is.

Aanvraag opheffing en procedure

De sociaal werkers in de opvangstructuur waar de verzoeker om internationale bescherming die voldoet aan het toepassingsgebied verblijft, informeren over de mogelijkheid tot opheffing. Als de verzoeker ervoor kiest om hierop in te gaan, vraagt de sociaal werker dit aan met het door Fedasil voorziene aanvraagformulier met daarbij de volgende bewijsstukken:

  • kopie van arbeidscontract, loonfiches of elk ander bewijs van werk of verbintenis op korte termijn
  • het verblijfsadres

Fedasil neemt binnen een termijn van vijf werkdagen een beslissing over de aanvraag tot opheffing. Het opvangcentrum ontvangt de beslissing per e-mail en betekent deze binnen een termijn van twee werkdagen aan de bewoner. Deze beslissing kan aan het OCMW worden voorgelegd in het geval van een aanvraag tot maatschappelijke dienstverlening. De bewoner heeft een termijn van dertig dagen vanaf het moment van aanvraag om het opvangnetwerk te verlaten.

Als een bewoner ondanks een negatieve beslissing toch ervoor kiest om het opvangnetwerk te verlaten, zal een code 207 ‘no show’ toegekend worden. In dat geval is er geen recht op maatschappelijke dienstverlening, enkel op medische begeleiding.