29 april 2015

Laatst gewijzigd 30 mei 2017

De rechtspraak verbindt concrete gevolgen aan het arrest Abdida van het Hof van Justitie van 18 december 2014. Het arrest Abdida gaat over de rechtspositie van vreemdelingen wiens medische regularisatie-aanvraag (artikel 9ter Verblijfswet) geweigerd is en die in beroep gaan bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). De Belgische wetgeving is nog niet aangepast aan dat Europese arrest. De Belgische rechtbanken vullen dat vacuum in:

  • De Brusselse Arbeidsrechtbank kent in een vonnis van 13 februari 2015 OCMW-steun toe tijdens de RvV-beroepsprocedure tegen een ongegrondverklaring van een 9ter-aanvraag.
  • In een andere zaak op 16 april 2015 kent het Arbeidshof van Brussel OCMW-steun met terugwerkende kracht toe, tijdens het RvV-beroep tegen een onontvankelijkverklaring van een 9ter-aanvraag. In een arrest van 13 mei 2015 kent hetzelfde Hof OCMW-steun toe tijdens het RvV-beroep tegen een ongegrondheidbeslissing van een 9ter-aanvraag.
  • Het Luikse Arbeidshof kent in verschillende arresten OCMW-steun toe tijdens de beroepsprocedure bij de RvV tegen een negatieve 9ter-beslissing. Dit is het geval in een arrest van 26 juni 2015 en een arrest 26 februari 2016. De 5e kamer van het Luikse Arbeidshof weigerde echter in twee gelijkaardige situaties OCMW-steun toe te kennen. Deze twee laatste arresten moeten waarschijnlijk genuanceerd worden in het licht van meer recente rechtspraak van het Hof van Cassatie met betrekking tot het begrip medische overmacht (zie verder)
  • De rechtbank van eerste aanleg van Luik veroordeelt op 3 maart 2015 de overheid om een bijlage 35 af te geven in afwachting van een uitspraak in het RvV-beroep tegen een 9ter-weigering.
  • Het Arbeidshof te Bergen kent in een arrest van 6 april 2016 OCMW-steun toe tijdens de beroepsprocedure bij de RvV tegen een beslissing tot niet-verlenging van de machtiging tot verblijf om medische redenen. 

1. Arbeidsrechtbank Brussel: OCMW-steun

Feiten

De eiser is een Marokkaanse man die op 27 augustus 2012 een 9ter-aanvraag indiende. Op 15 oktober 2012 verklaarde Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) de aanvraag ontvankelijk maar op 23 januari 2013 verklaarde DVZ de aanvraag ongegrond met een uitwijzingsbevel (bevel om het grondgebied te verlaten, BGV). Op 30 september 2013 vernietigde de RvV de ongegrondverklaring en het BGV. Op 4 december 2013 verklaarde DVZ de aanvraag opnieuw ongegrond. De eiser ging opnieuw in beroep bij de RvV. Daarop trok de DVZ die aangevochten beslissing in en nam een nieuwe beslissing tot ongegrondverklaring op 13 maart 2014. De DVZ trok de beslissing van 13 maart 2014 opnieuw in en nam er op 16 mei 2014 een nieuwe. Deze trok ze dan nogmaals in en nam nog een nieuwe weigeringsbeslissing op 15 juli 2014 met een BGV om binnen de 30 dagen het grondgebied te verlaten. De eiser stelde tijdig een vernietigings- en schorsingsberoep in bij de RvV tegen deze laatste beslissingen en dit beroep is nog in behandeling. Het OCMW stopte met hem equivalent leefloon te betalen vanaf 28 augustus 2014 wegens zijn onwettig verblijf. Hiertegen stelt de man beroep in bij de arbeidsrechtbank.

Ten gronde

De arbeidsrechter stelt dat de Belgische wet niet in overeenstemming is met het arrest Abdida van het Hof van Justitie, omdat de wet geen schorsend karakter toekent aan het beroep bij de RvV, voor zover de uitvoering van het BGV hem zou blootstellen aan "een ernstig risico dat zijn gezondheidstoestand op ernstige en onomkeerbare wijze verslechtert". Volgens de rechtbank is het niet nodig dat het om een automatisch schorsend beroep gaat, maar de rechter moet wel kunnen onderzoeken, uit de feitelijke omstandigheden van het geschil, of het ernstig risico zich effectief zou kunnen voordoen.

De man heeft verschillende ernstige ziektes. Hij legt talrijke overwegingen en ook een dik dossier voor om aan te tonen dat zijn noodzakelijke zorgen niet beschikbaar en ook niet voldoende toegankelijk zijn in Marokko. Hij toont dus aan dat hij nu in een situatie zit van medische onmogelijkheid om terug te keren, zodat hij het BGV niet kan uitvoeren.

Gezien de verschillende ernstige ziektes waar de man aan lijdt, lijkt hij op het eerste gezicht een verdedigbare grief te hebben in de zin van het arrest Abdida. De man is behoeftig en heeft recht op maatschappelijke dienstverlening zolang het beroep voor de RvV in behandeling is.

2. Arbeidshof Brussel: OCMW-steun met terugwerkende kracht

1) In een andere zaak dan de bovenstaande concludeert het Arbeidshof van Brussel dat de rechtbanken moeten verifiëren of de uitvoering van een uitwijzingsbeslissing een derdelander mogelijk zal blootstellen aan een ernstig risico op ernstige en onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheidstoestand.

In dat geval moet een beroep bij de RvV de uitvoering van uitwijzingsmaatregelen schorsen. De verzoeker verblijft niet onwettig in de zin van artikel 57, § 2 OCMW-wet. OCMW-steun is dan ook niet beperkt tot dringende medische hulp. De verzoeker heeft recht op voorziening in basisbehoeften zoals het Hof van Justitie in het arrest Abdida heeft gesteld. Die voorziening in basisbehoeften mag niet lager zijn dat de financiële hulp die de persoon toelaat om een menswaardig leven te leiden. De arbeidsrechters kunnen kijken of op het eerste gezicht dergelijk risico aanwezig is bij repatriëring.

Als de verzoeker medische elementen voorlegt waaruit men kan afleiden dat een uitwijzing de verzoeker mogelijk zal blootstellen aan zulk risico, moeten de rechters erkennen dat het beroep bij de RvV schorsend is. Dit opent een recht op financiële steun als ook de andere voorwaarden daartoe voldaan zijn.

Wanneer de aanvraag manifest ongegrond voorkomt, kan de rechter weigeren om schorsende werking toe te kennen aan het RvV-beroep en ook weigeren om steun toe te kennen. Dit is met name zo wanneer de de 9ter-aanvraag zou steunen op medische elementen die overduidelijk onvoldoende zijn.

In dit concrete geval was de verzoeker ook duidelijk onvermogend. Het Arbeidshof kent retroactief steun toe, vanaf 6 mei 2013. 

2) In een ander arrest nr. 2013/AB/614 van 13 mei 2015 kent het Brusselse Arbeidshof OCMW-steun toe aan de betrokkene, die bij de RvV beroep aantekende tegen de beslissing tot ongegrondheid van haar 9ter-aanvraag. Naast verwijzing naar internationale rechtspraak, waaronder Abdida, en internationale mensenrechteninstrumenten, baseert het Hof haar beslissing ook op het begrip medische overmacht. Het Hof bevestigt dat het begrip medische overmacht een autonome invulling heeft, los van het medisch criterium van de verblijfsprocedure op basis van artikel 9ter. Het begrip medische overmacht in het kader van het toekennen van een subjectief recht op OCMW-steun, heeft een andere rechtsgrond en mogelijks een ruimere draagwijdte. Het begrip heeft, in het licht van de vereisten van het internationaal recht, een specifieke finaliteit en moet voldoen aan strikte procedurele vereisten.

Op basis van artikel 3 EVRM, de rechtspraak van het EHRM, de rechtspraak van het Hof van Cassatie en het Handvest, besluit het Hof dat het formalisme dat de behandeling van verblijfsaanvragen karakteriseert, geen plaats heeft bij de behandeling van een aanvraag om OCMW-steun.  Daarnaast baseert het Hof zich onder andere op het Abdida-arrest en het Handvest om te besluiten dat het hangende beroep tegen de ongegrondheidsbeslissing van de 9ter-aanvraag in dit specifieke dossier moet beschouwd worden als een beroep met schorsende werking. Het Hof kent de betrokkene OCMW-steun toe.

3. Arbeidshof Luik : OCMW-steun

1) In arrest nr. 2014/AL/586 van 26 juni 2015, veroordeelt het Luikse Arbeidshof het OCMW tot betaling van OCMW-steun tijdens de periode van het beroep bij de RvV tegen een beslissing tot onontvankelijkheid van de 9ter-aanvraag. De betrokkene had een bijlage 35 verkregen gedurende de behandeling van het beroep bij de RvV, nadat de Luikse rechtbank van eerste aanleg de Belgische Staat hiertoe veroordeelde, verwijzend naar het arrest Abdida van het Europees Hof van Justitie. Het Hof geeft een uitgebreid overzicht van de relevante nationale en internationale rechtspraak om te besluiten tot een veroordeling van het OCMW tot het verlenen van steun.

2) Ook in arrest nr. 2014/AL/495 van 26 februari 2016 baseert het Luikse Arbeidshof zich onder andere op het Abdida-arrest om de betrokkene, die een beroep instelde bij de RvV tegen beslissing tot ongegrondheid van de 9ter-aanvraag, OCMW-steun toe te kennen. Het Hof baseert zich eveneens op het principe van medische overmacht. 

4. Arbeidshof Luik, 5e Kamer : geen OCMW-steun?

In twee arresten die dateren van 2015, stelde de 5e Kamer van het Luikse Arbeidshof echter dat de betrokkenen met een hangend beroep tegen een negatieve beslissing 9ter, geen recht hebben op OCMW-steun. Zowel arrest nr. 2014/AL/441 van 3 juni 2015 als arrest nr. 2014/AL/501 van 7 oktober 2015, dateert  van voor het arrest van het Hof van Cassatie van 15 februari 2016 waarin het begrip medische overmacht wordt verduidelijkt.

In haar arrest nr. S.15.0041.F/11 van 15 februari 2016 verduidelijkte het Hof het begrip medische overmacht : er moet onderzocht worden of de specifieke omstandigheden de betrokkene verhinderen om effectief toegang te hebben tot de medische zorgen in het herkomstland. Aangezien het Luikse Arbeidshof had nagelaten dit te doen, vernietigde het Hof van Cassatie het arrest in kwestie.

Met dit arrest van het Hof van Cassatie dient dus rekening gehouden te worden bij lezing van de arresten van de 5e kamer van het Luikse Arbeidshof, die gebaseerd zijn op een gelijkaardige en dus te strikte interpretatie van het begrip overmacht en dateren van voor de uitspraak van het Hof van Cassatie. Beide arresten geven een invulling aan het begrip overmacht die niet overeenstemt met de invulling van het Hof van Cassatie. Zo stelt de 5e Kamer in beide arresten dat bij de beoordeling van de onmogelijkheid om toegang te hebben tot noodzakelijke zorgen, geen enkele overweging mag meespelen die betrekking heeft op de hoge kost van de behandeling, de afwezigheid van een sociale zekerheidssysteem of de weinige bestaansmiddelen waarover de betrokkene beschikt. De medische overmacht houdt volgens de 5e Kamer in dat de noodzakelijke zorgen volledig onbestaand zijn.

Het Hof van Cassatie vernietigde op 15 februari 2016 een arrest van het Luikse Arbeidshof omdat deze interpretatie van het begrip medische overmacht te strikt is.

5. Rechtbank Luik: bijlage 35

Feiten

Ook in deze zaak weigerde de DVZ de 9ter-aanvraag van een Marokkaanse man. Hij stelde een schorsings- en annulatieberoep in bij de RvV. Hij had met een verzoek tot voorlopige maatregelen aan de RvV gevraagd om de Belgische Staat te verplichten om hem een voorlopige verblijfstitel te geven tijdens de annulatieprocedure conform de rechtspraak van het Hof van Justitie (Abdida). De RvV verwierp zijn vraag. Hij stelde aan de rechtbank van eerste aanleg van Luik dezelfde vraag.

Ten gronde

Volgens de rechtbank stelt het Hof van Justitie in de zaak Abdida dat het Europees recht zich verzet tegen een nationale regeling die geen schorsend effect toekent aan een beroep tegen een uitwijzingsbeslissing afgeleverd aan een ernstig zieke derdelands onderdaan wanneer er een ernstig risico is op een ernstige en onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheidstoestand bij uitwijzing.

Volgens de rechtbank moet het beroep dat erop gericht is om te verifiëren of de ziekte van de derdelander ernstig is en of hij daadwerkelijk het risico loopt om zijn gezondheidstoestand onomkeerbaar te zien verslechteren, automatisch schorsende werking hebben. Daarom heeft de man tijdens zijn procedure voor de RvV recht op een voorlopig verblijfsdocument. De rechtbank veroordeelt de Belgische Staat tot het afleveren van een bijlage 35.

6. Arbeidshof Bergen : OCMW-steun

In arrest nr. 2015/AM/208 van 6 april 2016 kent het Arbeidshof te Bergen OCMW-steun toe aan de betrokken vreemdeling die een beroep instelde bij de RvV tegen een beslissing tot niet-verlenging van een verblijfsmachtiging op basis van artikel 9ter Vw. Het Hof verwijst in zijn arrest zowel naar het begrip medische overmacht, het arrest Abdida en rechtspraak van de Belgische Arbeidshoven.