21 januari 2016

Geactualiseerd op 4 april 2016

Vanaf 1 maart 2016 is het niet meer mogelijk om parallelle aanvragen of beroepen te hebben op basis van artikel 9bis Verblijfswet (humanitaire regularisatie), of op basis van artikel 9ter Verblijfswet (medische regularisatie). Wie een verblijfsaanvraag aan Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) of een beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) indient terwijl een eerdere aanvraag of beroep op dezelfde wettelijke basis hangende is, wordt geacht afstand te doen van de eerdere aanvraag of het eerdere beroep.

Daarnaast wordt ook de regelgeving over welke elementen ontvankelijk zijn bij het indienen van een nieuwe aanvraag 9bis of 9ter Vw licht aangepast.

In elk van volgende situaties geldt dus vanaf 1 maart 2016 een vermoeden van afstand van de voorgaande procedures of beroepen van eenzelfde persoon:

  • parallelle 9bis-procedures, waarvan de laatste na 1 maart 2016
  • parallelle 9ter-procedures, waarvan de laatste na 1 maart 2016
  • parallelle beroepen bij de RvV tegen meerdere 9bis-beslissingen
  • parallelle beroepen bij de RvV tegen meerdere 9ter-beslissingen

Het blijft wel mogelijk om, bijvoorbeeld, een aanvraag of beroep op basis van artikel 9ter Vw in te dienen, terwijl een eerder ingediende aanvraag of beroep op basis van artikel 9bis Vw nog hangende is.

Dit alles wordt bepaald door de:

  • Wet van 14 december 2015 tot wijziging van artikelen 9bis en 9ter van de Verblijfswet (Vw), BS 30 december 2015
  • Wet van 2 december 2015 tot wijziging van de Verblijfswet (Vw) wat de procedure bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen betreft, BS 17 december 2015

Met een omzendbrief van 23 maart 2016 wordt ook een nieuw attest van inontvangstname van een 9bis aanvraag ingevoerd.

Aanvraagprocedures: wijziging artikel 9bis en 9ter Vw 

De wet van 14 december 2015 voegt in:

  • artikel 9bis Vw een § 3 in
  • artikel 9ter Vw een § 8 in

Deze toevoegingen stellen dat een aanvraag om machtiging tot verblijf op basis van artikel 9bis Vw of 9ter Vw enkel op basis van de laatste aanvraag wordt beoordeeld. De bedoeling hiervan is dat de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) enkel moet oordelen over de meest recente, actuele gegevens.

Wie na 1 maart 2016 een nieuwe aanvraag indient, terwijl een vorige aanvraag nog hangende was, wordt geacht afstand te doen van de eerste aanvraag. Als hangende aanvraag wordt beschouwd: ‘iedere aanvraag waarin DVZ nog geen beslissing heeft genomen’. Een aanvraag die al werd behandeld, maar nog niet werd betekend, wordt niet beschouwd als een hangende aanvraag.

Dit betekent dat het belangrijk is om bij elke nieuwe aanvraag steeds alle relevante elementen aan te brengen. Ook wanneer deze elementen al bij een eerdere aanvraag werden voorgelegd. De indiener wordt immers geacht afstand te hebben gedaan van de elementen die werden aangehaald in de eerdere aanvraag, als deze niet herhaald worden in de nieuwe aanvraag.

De memorie van toelichting geeft verder specifiek aan wat er gebeurt als eenzelfde aanvraag werd ingediend door verschillende personen en er hierna een nieuwe aanvraag werd ingediend:

  • de perso(o)n(en) die de volgende aanvraag heeft/hebben ingediend word(t)(en) geacht afstand te hebben gedaan van de eerdere aanvraag
  • voor de perso(o)n(en) die enkel de eerste aanvraag heeft/hebben ingediend, zal de eerste aanvraag nog steeds behandeld worden

Bijvoorbeeld: een vader, moeder en kind dienen een eerste aanvraag in. Enkel de vader dient daarna een tweede aanvraag in, omdat hij niet langer deel uitmaakt van het gezin. Ten opzichte van de vader zal een vermoeden van afstand van de eerste aanvraag bestaan en zal enkel de tweede aanvraag worden behandeld. Ten opzichte van de moeder en het kind, die geen tweede aanvraag hebben ingediend, zal nog steeds de eerste aanvraag worden behandeld.

Werd de eerdere aanvraag afgerond? De bestaande regeling over het indienen van nieuwe elementen blijft gelden, behalve op enkele punten. De artikelen 9bis, § 2, 3° Vw en artikel 9ter, § 3, 5° Vw worden gewijzigd. Elementen die al werden ingeroepen bij een vorige aanvraag worden niet onontvankelijk wanneer ze:

  • aangehaald werden in het kader van een 9bis-aanvraag, die als onontvankelijk werd beoordeeld door het ontbreken van de vereiste identiteitsdocumenten of het niet (volledig) betalen van de retributie.
  • aangehaald werden in het kader van een 9ter-aanvraag, die als onontvankelijk werd beoordeeld op basis van artikel 9ter, § 3, 1°, 2° of 3° Vw. Hierbij gaat het om het niet indienen van de aanvraag per aangetekende brief, het ontbreken van de effectieve verblijfplaats in België, het ontbreken van de vereiste identiteitsdocumenten of het niet voorleggen van een correct standaard medisch getuigschrift.
  • aangehaald werden in eerdere 9bis- of 9ter-aanvragen, waarvan afstand werd gedaan.

Nieuw ontvangstbewijs 9bis aanvraag

Met een omzendbrief van 23 maart 2016, die in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd werd op 4 april 2016, wordt de bijlage 3 bij de omzendbrief van 21 juni 2007 aangepast. Dit nieuwe attest van inontvangstname van een 9bis aanvraag vermeldt expliciet dat:

  • de vreemdeling door het indienen van een 9bis aanvraag geacht wordt afstand te doen van alle eerder ingediende hangende 9bis aanvragen
  • enkel de laatst ingediende 9bis aanvraag zal worden beoordeeld
  • de nieuwe 9bis aanvraag alle relevante elementen voor die aanvraag moet aanvoeren

Beroepsprocedures artikel 9bis en 9ter Vw: nieuw artikel 39/68-3 Vw

De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) zal vanaf 1 maart 2016 enkel het laatst ingediende verzoekschrift tegen een beslissing genomen op basis van artikel 9bis Vw of 9ter Vw beoordelen. Dat wordt bepaald in een nieuw 'artikel 39/68-3', dat door de wet van 2 december 2015 in de Verblijfswet wordt ingevoegd.

De RvV plaatst zich bij de beoordeling in een annulatieprocedure op het ogenblik van de beslissing van DVZ. Hierdoor beoordeelt de RvV niet noodzakelijk de meest actuele gegevens. Door de wetswijziging moet de RvV alleen het meest recente beroep behandelen, waardoor er meer tijd vrij komt voor beroepen die effectief tot een uiteindelijke oplossing van het geschil leiden.

Door deze bepaling wordt de verzoekende partij geacht afstand te doen van het eerder ingediende beroep, wanneer:

  • hij een beroep indient tegen een beslissing genomen op basis van artikel 9bis of 9ter Vw,
  • terwijl een beroep tegen een eerder tegen hem getroffen beslissing op basis van hetzelfde artikel nog hangende is.

Ook hier is het dus belangrijk om steeds alle nuttige elementen aan te brengen. Door de afstand van het eerder ingediende beroep, wordt de beslissing van DVZ over de eerdere aanvraag namelijk definitief.

Er is een uitzondering voorzien als de verzoekende partij kan aantonen nog belang te hebben bij het eerdere beroep. Er wordt dus een weerlegbaar vermoeden van afstand van het eerdere beroep ingevoerd. Weerlegging is bijvoorbeeld mogelijk als er hogere rechtsnormen in het gedrang zijn. Het vermoeden van afstand van de eerdere procedure zal steeds in de beschikking worden meegedeeld. Wie meent een belang te hebben kan dit aantonen:

  • op de zitting of
  • in voorkomend geval bij een louter schriftelijke procedure, door te vragen om gehoord te worden en dit vervolgens op deze zitting aan te tonen.

Artikel 39/68-3 Vw is van toepassing op beroepen die worden ingediend na 1 maart 2016. Op basis van de in de wet van 2 december 2015 opgenomen overgangsbepalingen wordt ook enkel het laatst ingediende verzoekschrift behandeld wanneer:

  • minstens één van de beroepen na de datum van inwerkingtreding van de wet wordt ingediend
  • meerdere beroepen werden ingediend voor de datum van inwerkingtreding van de wet

Conclusie

Deze wetgeving stelt een einde aan de praktijk waarbij je meerdere 9bis-procedures, of meerdere 9ter-procedures, of RvV beroepen tegen meerdere 9bis-beslissingen, of RvV beroepen tegen meerdere 9ter-beslissingen parallel naast elkaar kon hebben.

Deze nieuwe regeling legt een grote verantwoordelijkheid op de schouders van de aanvrager en zijn advocaat:

  • Vooraleer een 9bis of 9ter aanvraag in te dienen, gaan zij best na of er geen hangende aanvraag meer is op dezelfde wettelijke basis. Een hangende 9bis of 9ter aanvraag kan geactualiseerd worden met nieuwe elementen, in plaats van een nieuwe aanvraag in te dienen.
  • Als er toch redenen zijn om een nieuwe 9bis- of 9ter-aanvraag in te dienen terwijl een vorige aanvraag op dezelfde wettelijke basis nog loopt, dan moet de nieuwe aanvraag ook alle nog relevante elementen uit de vorige aanvraag bevatten. Anders wordt de nieuwe aanvrager geacht afstand te hebben gedaan van deze elementen.
  • Een beroep bij de RvV tegen een 9bis- of 9ter-weigering is niet altijd zinvol, bijvoorbeeld als de 9bis- of 9ter-aanvraag terecht geweigerd is op basis van de elementen die DVZ kende op het moment van zijn beslissing. Als er intussen nieuwe doorslaggevende elementen zijn kan een nieuwe 9bis- of 9ter-aanvraag wel overwogen worden.
  • Bij een beroep bij RvV tegen een 9bis- of 9ter-weigering terwijl er nog een RvV beroep loopt tegen een vorige weigering op dezelfde wettelijke basis, moet de advocaat nagaan of de aanvrager nog belang heeft bij het eerdere beroep. Als hij het eerdere RvV beroep nog behandeld wil zien, moet hij zijn belang aantonen aan de RvV. Hij moet ook alle nog nuttige elementen in het nieuwe beroep vermelden.