26 oktober 2022

De Raad van State (RvS) oordeelt in het arrest nr. 253.942 van 9 juni 2022 dat de DVZ een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV) uitdrukkelijk moet motiveren. De formele motiveringsplicht van bestuurshandelingen vereist dat de DVZ de feitelijke en juridische gronden uiteenzet waarop deze is gebaseerd. Wanneer DVZ beveelt het grondgebied te verlaten, moet hij daarbij in het bijzonder rekening houden met de grondrechten van de vreemdeling en uitleggen hoe hij rekening heeft gehouden met de vereisten uit artikel 74/13 van de Verblijfswet (Vw), namelijk het hoger belang van het kind, het gezins- en familieleven en de gezondheidstoestand.

De RvS oordeelde in arrest nr. 253.374 van 28 maart 2022 in andere zin. De rechtspraak lijkt verdeeld op dit punt.  

  • RvS 9 juni 2022, nr. 253.942

Wanneer de DVZ een BGV neemt volstaat het niet alleen om het onwettig of verstreken verblijf vast te stellen om er rechtsgevolgen aan te koppelen. De overheid moet bij deze beslissing rekening houden met de grondrechten van de vreemdeling zoals beschreven in artikel 74/13 van de Verblijfswet (Vw). De formele motiveringsplicht van bestuurshandelingen vereist dat de DVZ de feitelijke en juridische gronden uiteenzet waarop deze is gebaseerd. Wanneer DVZ beveelt het grondgebied te verlaten, moet hij daarbij in het bijzonder rekening houden met de grondrechten van de vreemdeling en uitleggen hoe hij rekening heeft gehouden met de vereisten uit artikel 74/13 Vw, namelijk het hoger belang van het kind, het gezins- en familieleven en de gezondheidstoestand. Een BGV heeft een eigen juridische draagwijdte en moet specifiek gemotiveerd zijn. Een BGV dat hier niet aan voldoet, schendt artikel 62, §2 Vw en artikel 3 van de Wet uitdrukkelijke motivering bestuurshandelingen van 29 juli 1991.

  • RvS 28 maart 2022, nr. 253.374

Artikel 74/13 van de Verblijfswet (Vw) verplicht bij een beslissing tot verwijdering rekening te houden met het hoger belang van het kind, het gezins- en familieleven en de gezondheidstoestand van de betrokken onderdaan van een derde land. Ze legt het bestuur als dusdanig geen uitdrukkelijke motiveringsplicht op. De Belgische Staat is echter gehouden tot een uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen en dit overeenkomstig de Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen en overeenkomstig artikel 62 Vw. 

Artikel 74/13 Vw bepaalt alleen dat rekening wordt gehouden met het hoger belang van het kind, het gezins- en familieleven en de gezondheidstoestand van de betrokken onderdaan van een derde land. Het houdt geen bijzondere motiveringsplicht in. De DVZ hoeft een BGV niet uitdrukkelijk te motiveren over de rechten opgenomen in artikel 74/13 Vw. Een belangenafweging in de zin van artikel 74/13 Vw kan ook blijken uit andere elementen in het dossier.