11 maart 2020

In arrest nummer 246.340 vernietigt de Raad van State (RvS) de leeftijdsbeslissing van een verklaarde niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV) wegens gebrekkige motivering. Het leeftijdsonderzoek bestaat uit drie scans: van de pols, het gebit en het sleutelbeen. Uit elk van de drie tests leidt de dokter een leeftijdsschatting af met onder- en bovengrens en een foutenmarge. Hoe uit de uitéénlopende resultaten het eindresultaat wordt afgeleid, is volgens de RvS niet afdoende gemotiveerd.

Feiten

Een jongeman uit Guinée verklaarde bij zijn verzoek om internationale bescherming een NBMV te zijn. Omdat de Dienst Vreemdelingenzaken twijfels uitte bij zijn verklaarde minderjarigheid, werd een leeftijdstest uitgevoerd. Het medisch rapport van het leeftijdsonderzoek besluit dat de jongeman “met een redelijke wetenschappelijke zekerheid op 8 februari 2019 een leeftijd had van meer dan 18 jaar en dat 26,7 jaar met een foutenmarge van 2,6 jaar een goede schatting is”.

Op basis van dit rapport besloot Dienst Voogdij hem niet ten laste te nemen. De verzoeker dient tegen deze beslissing een schorsings- en een annulatieberoep in. Verzoeker stelt dat:

  • de bestreden beslissing niet afdoende gemotiveerd is. De beslissing verwijst naar de eindconclusie van het medisch rapport, maar het blijkt niet hoe de dokter tot deze conclusie kwam.
  • uit twee van de drie testen blijkt dat minderjarigheid niet is uitgesloten.
  • de Dienst Voogdij het voordeel van de twijfel had moeten toekennen en om die reden een gesprek had moeten organiseren met de jongeman of informatie had moeten inwinnen via de diplomatieke posten in zijn land van herkomst.
  • elk van de drie scans uitgevoerd had moeten worden door een specialist ter zake en dat een multidisciplinair team zich had moeten buigen over de leeftijdsschatting. De verzoeker verwijst hiervoor naar een rapport van het Platform Kinderen op de Vlucht en een rapport van de Raad van Europa.

Analyse RvS

Volgens de RvS vereist de Voogdijwet niet dat bij elk onderdeel van het medisch onderzoek, afhankelijk van het soort test, een andere specialist optreedt.

Verder geeft de RvS aan hoe artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 december 2003 tot uitvoering van de Voogdijwet NBM (Voogdijbesluit) geïnterpreteerd moet worden. Dit artikel stelt dat Dienst Voogdij de verklaringen omtrent naam, leeftijd en nationaliteit controleert “door middel van zijn officiële documenten of van de inlichtingen verstrekt door de consulaire of diplomatieke posten van het land van herkomst of van doorvoer, of van elke andere inlichting, voorzover dit verzoek om inlichtingen de minderjarige of zijn familie die zich in het land van doorvoer en/of herkomst bevindt, niet in gevaar brengt.”

De RvS oordeelt dat uit artikel 3 volgt dat de Dienst Voogdij, in geval van leeftijdstwijfel, onmiddellijk een medisch onderzoek kan laten uitvoeren. Daarnaast kàn Dienst Voogdij volgens artikel 3 ook verdere inlichtingen verzamelen, bijvoorbeeld verstrekt door de diplomatieke posten. Dit is des te meer het geval wanneer een jongere geen identiteitsdocumenten kan aanleveren. Een gesprek met een personeelslid van Dienst Voogdij is volgens de RvS volgens geen enkele wettelijke bepaling verplicht.

Hoewel enkel de algemene conclusie van het medisch rapport van het leeftijdsonderzoek bepalend is voor de leeftijdsbepaling, herinnert de RvS eraan dat de algemene conclusie begrijpelijk moet zijn in het licht van elk van de drie testen. De uitéénlopende resultaten van elk van de drie testen maken het niet mogelijk te begrijpen hoe de dokter tot de algemene conclusie is gekomen. Die algemene conclusie neemt het resultaat van de scan van het sleutelbeen over, terwijl volgens de polsscan het niet uitgesloten is dat de jongeman minderjarig is. Omwille van dit motiveringsgebrek, vernietigt de RvS de bestreden beslissing.