26 januari 2024

In arrest 257.269 van 11 september 2023 en in arrest 257.475 van 28 september 2023 vernietigt de Raad van State (RvS) een niet-ontvankelijkheidsbeslissing van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV). Volgens de RvS heeft een verzoeker wiens vluchtelingenstatus wordt opgeheven belang bij het indienen van een beroep bij de RvV ook al behoudt hij verblijfsrecht in België. Het verlies van de vluchtelingenstatus resulteert niet automatisch in het verlies van verblijf. Toch heeft dit een nadelige impact op de andere rechten die zijn verbonden aan de status. De RvV kan de belangvereiste niet verengen tot de vraag of een verzoeker zijn verblijfsvergunning verliest en moet ook nagaan welk nadeel een verzoeker ondergaat bij het verlies van andere rechten.

RvV: beroep tegen opheffing vluchtelingenstatus niet-ontvankelijk,  geen actueel belang

In beide zaken besliste het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) om de status vluchteling van de verzoeker op te heffen op grond van artikel 55/3 van de Verblijfswet (Vw). De verzoeker tekende beroep aan bij de RvV. De RvV verwerpt deze beroepen als niet ontvankelijk bij gebrek aan het vereiste belang.

De RvV was namelijk van oordeel dat een opheffing van status vluchteling geen aanleiding geeft tot de beëindiging van het verblijf. De verzoeker beschikt over een onbeperkt verblijf, wat de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) enkel kan intrekken om redenen van openbare orde of nationale veiligheid. Dit vormde voor de RvV dan ook louter een hypothetisch en niet actueel nadeel.

De verzoeker betoogt dat de rechten verbonden aan status vluchteling ruimer zijn dan diegene verbonden aan het verblijfsrecht. Na opheffing van deze status blijft het verblijfsrecht nog behouden, maar bezit de verzoeker niet langer deze andere rechten. Door dit verlies van deze rechten heeft de verzoeker belang bij het beroep.

RvS: mogelijke verlies van rechten gelinkt aan status vluchteling geeft voldoende actueel belang

Het is niet aan de RvS om te oordelen of de verzoeker daadwerkelijk een belang had op het moment van het indienen van het beroep. De Cassatierechter controleert enkel of de RvV zonder schending van de wet een niet-ontvankelijkheidsbeslissing heeft genomen.

Hiervoor herneemt de RvS de twee voorwaarden voor het aantonen van een belang:

  • Verzoeker lijdt een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel door de bestreden administratieve rechtshandeling
  • De nietigverklaring van deze rechtshandeling verschaft de verzoeker een direct en persoonlijk voordeel

De RvS besluit dat de RvV onterecht het belang van verzoeker verengde tot de vraag of de opheffingsbeslissing een invloed had op het verblijfsrecht van verzoeker. De RvV gaat hiermee voorbij aan de impact op andere rechten die voortvloeien uit de status vluchteling. De RvV gaf bijgevolg een te beperkte invulling aan de belangvereiste in artikel 39/56 Vw. Hiermee heeft de RvV onwettig beslist dat er geen belang was. De RvS vernietigt beide arresten van de RvV.

Bericht van Vluchtelingenwerk Vlaanderen