27 april 2016

In arrest nr. 163.093 van 26 februari 2016 bevestigt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) dat een nieuwe medische behandeling, waaronder nieuwe medicatie, een nieuw element kan uitmaken in de zin van artikel 9ter, §3, 5° Verblijfswet (Vw).

In de bestreden beslissing verklaart de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) een tweede aanvraag voor medische regularisatie (9ter-aanvraag) onontvankelijk omdat er geen sprake zou zijn van nieuwe elementen zoals vereist door de wet. Bij de tweede 9ter-aanvraag was een nieuwe, noodzakelijke behandeling voor hetzelfde ziektebeeld geattesteerd.

De RvV bevestigt dat het begrip ‘nieuwe elementen’ in de zin van artikel 9ter, § 3, 5° Vw niet beperkt is tot een nieuwe of gewijzigde aandoening, maar dat ook een nieuwe, noodzakelijke behandeling een nieuw element kan uitmaken.

Nieuwe elementen niet beperkt tot nieuwe of gewijzigde aandoening

De eerste 9ter-aanvraag van verzoeker werd ongegrond verklaard door de DVZ. Een tweede 9ter-aanvraag, op basis van hetzelfde ziektebeeld, werd onontvankelijk verklaard omdat de elementen waarop de aanvraag gebaseerd was volgens de DVZ al werden ingeroepen in het kader van de eerste aanvraag. Maar bij de tweede 9ter-aanvraag voegde verzoeker medische attesten die een nieuwe, noodzakelijke behandeling attesteerden, en ook documentatie dat deze behandeling niet beschikbaar of toegankelijk zou zijn in het herkomstland, in dit geval India. De DVZ hield hier geen rekening mee en oordeelde dat de elementen reeds behandeld werden in het kader van de eerste aanvraag.

De RvV volgde de DVZ niet en bevestigde zo haar eerdere rechtspraak (RvV nr. 137.677): het begrip ‘nieuwe elementen’ in de zin van artikel 9ter, § 3, 5° van de Verblijfswet is niet beperkt tot een nieuwe of gewijzigde aandoening. Zo kan bijvoorbeeld een wijziging van de noodzakelijke behandeling omwille van het niet onder controle krijgen van de ziekte, een nieuw element uitmaken. Voorwaarde is wel dat hierbij ook wordt aangetoond dat de nieuwe behandeling niet voorhanden is in het land van herkomst. In casu oordeelde de RvV dat dit des te sterker gold, aangezien de DVZ in een eerdere aanvraag erkend had dat de aandoening de vereiste ‘ernst’ in de zin van artikel 9ter Vw heeft. Aangezien uit de beslissing bleek dat de DVZ enkel had nagegaan of het in de opeenvolgende aanvragen om dezelfde aandoening ging, besloot de RvV tot een schending van de materiële motiveringsplicht, de zorgvuldigheidsplicht en artikel 9ter, §3, 5° Vw.

Aantonen beschikbaarheid of toegankelijkheid nieuwe medicatie bij aanvraag

Voor een meervoudige 9ter-aanvraag volstaat dus niet enkel een nieuwe behandeling als nieuw element. De aanvrager moet ook aantonen dat de nieuwe behandeling noodzakelijk is, en dat ze de situatie zodanig heeft gewijzigd dat kan aangenomen worden dat de ziekte "een reëel risico inhoudt voor het leven of fysieke integriteit of op een onmenselijke of vernederende behandeling wanneer er geen adequate behandeling is in het land van herkomst of het gewoonlijk verblijf."

Meer bepaald zal dus bij de aanvraag ook moeten aangetoond worden dat de nieuwe behandeling niet toegankelijk of beschikbaar is in het land van herkomst of het land waar de verzoeker verbleef.

 

Actualiseren 9ter-aanvraag

Als een eerdere 9ter-aanvraag nog lopende is waarvoor geen definitieve beslissing werd genomen door de DVZ, kan nieuwe informatie bij de hangende aanvraag gevoegd worden.

Opgelet: als een nieuwe 9ter-aanvraag ingediend wordt en een eerdere aanvraag nog hangende is, zal de DVZ op basis van de recente wetgeving in verband met parallelle aanvragen, alleen de laatste aanvraag behandelen. Het is dan ook heel belangrijk bij een eventuele nieuwe aanvraag ook alle elementen van de eerste aanvraag toe te voegen.