7 mei 2021

Het zogenaamde zoekjaar voor onderzoekers met gastovereenkomst en studenten uit artikel 25 van Richtlijn (EU) 2016/801 heeft rechtstreekse werking. Dat stelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) in twee arresten van begin februari 2021 (nrs. 248.519 en 248.551).

Rechtspraak RvV

Artikel 25 van Richtlijn (EU) 2016/801 bepaalt dat onderzoekers met gastovereenkomst en studenten na het afronden van hun onderzoek of studie de mogelijkheid moeten krijgen om gedurende minimaal negen maanden verder in de lidstaat te verblijven om werk te zoeken of een bedrijf op te starten. Hoewel deze richtlijn door de lidstaten moest worden omgezet in nationaal recht tegen 23 mei 2018, is dit nog niet gebeurd in België.

De RvV stelt in zijn arresten nr. 248.519 en 248.551 van 1 en 2 februari 2021 dat artikel 25 van de richtlijn:

  • voldoende duidelijk is,
  • bijgevolg rechtstreekse werking heeft, en
  • Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) een aanvraag voor een statuutswijziging van student naar een zoekjaar dus niet kan weigeren omdat de bepaling nog niet is omgezet in de Belgische rechtsorde.

In beide gevallen ging het om afgestuurde studenten die een statuutswijziging aanvroegen naar een zoekjaar en zich hierbij beriepen op artikel 25 van de Richtlijn. DVZ argumenteerde dat dit artikel geen rechtstreekse werking kan hebben, omdat bepaalde paragrafen ervan ruimte voor invulling laten aan de lidstaten:

  • De tweede paragraaf laat lidstaten toe met betrekking tot het diploma een minimumniveau vast te stellen, al mag het vereiste minimumniveau niet hoger zijn dan niveau 7 van het Europees kwalificatiekader (hetgeen overeenkomt met een masterdiploma).
  • De vijfde paragraaf geeft lidstaten de mogelijkheid te eisen dat de aanvraag ten minste dertig dagen voor het einde van de geldigheid van het verblijfsdocument als onderzoeker of student wordt ingediend.
  • De zevende paragraaf stelt lidstaten in staat te eisen dat de onderzoeker of de student drie maanden na de aflevering van de verblijfstitel aantoont een reële kans te maken om te worden aangenomen of een bedrijf op te starten.

De RvV wijst erop dat de invulling van deze bepalingen door de lidstaten facultatief is en slechts kan gebeuren als de richtlijn in nationale wetgeving is omgezet. Het feit dat de richtlijn optioneel toelaat bepaalde modaliteiten te verbinden aan de aanvraag van het zoekjaar, doet geen afbreuk aan de duidelijke en onvoorwaardelijke verplichting van de lidstaten om een verblijfsvergunning voor een zoekjaar af te leveren, zoals bepaald in de eerste paragraaf van artikel 25. De derde paragraaf van artikel 25 van de richtlijn preciseert bovendien welk verblijfsdocument moet worden afgeleverd en welke bewijsstukken moeten worden voorgelegd, zonder interpretatiemarge voor de lidstaten.

Gevolgen van deze rechtspraak?

Op 26 februari 2021 werd door de ministerraad een wetsvoorstel goedgekeurd dat Richtlijn (EU) 2016/801 gedeeltelijk omzet met betrekking tot studenten. Een zoekjaar van twaalf maanden voor studenten zal hierdoor geïntroduceerd worden in de Belgische regelgeving. Uit navraag blijkt dat het de bedoeling is dat de nieuwe wetgeving in werking treedt voordat de verblijfskaarten van de derdelands studenten die dit academiejaar afstuderen, die in principe geldig zijn tot 31 oktober 2021, vervallen, zodat het zoekjaar voor hen toegankelijk zal zijn. Indien het wetgevend proces niet tijdig rondgeraakt, zullen afgestudeerde studenten zich echter op de rechtstreekse werking van artikel 25 van Richtlijn (EU) 2016/801 kunnen beroepen om toch een zoekjaar aan te vragen.

Voor onderzoekers met gastovereenkomst die na het afronden van hun onderzoek een zoekjaar willen aanvragen, is er momenteel nog geen wetgevend initiatief. Onderzoekers kunnen zich dus beroepen op de rechtstreekse werking van artikel 25 van Richtlijn (EU) 2016/801 om een zoekjaar aan te vragen.