14 februari 2014

Op 17 januari 2014 publiceerde het UNHCR een update van hun rapport over de nood aan bescherming voor mensen die Zuid- en Centraal Somalië ontvluchten. 

Het UNHCR meent dat de veiligheid in dit gebied niet gegarandeerd kan worden en dat het strafrecht niet afgedwongen wordt, ondanks de terugtrekking van de gewapende groepering Al-Shabaab uit Mogadishu in augustus 2011 en een afname van het open gewapend conflict. Hoewel Somaliërs meer in veiligheid zijn in gebieden die gedomineerd worden door hun eigen clan, wordt deze traditionele vorm van bescherming uitgehold door activiteiten van Al-Shabaab en hun strenge toepassing van de sharia.

Het UNHCR meent dat bepaalde Somaliërs een risicoprofiel hebben, dat aanleiding kan geven tot erkenning als vluchteling. Deze risicoprofielen zijn:

  • Personen die geacht worden de Somalische regering te steunen;
  • Personen die geacht worden weerstand te bieden tegen de sharia en beslissingen die door Al-Shabaab worden opgelegd;
  • Personen die geacht worden zich te verzetten tegen de regering of die anti-regeringsgroeperingen steunen;
  • Personen die bepaalde beroepen uitoefenen, zoals journalisten, mensenrechtenactivisten, onderwijzers, rechters, advocaten, zakenmannen;
  • Personen die het risico lopen op gedwongen rekrutering;
  • Leden van minderheidsgroepen, zoals leden van de Christelijke geloofsminderheid;
  • Personen die behoren tot een clan die verwikkeld is in bloedwraak;
  • Vrouwen en meisjes;
  • Kinderen;
  • Slachtoffers van en personen die het risico lopen op mensenhandel;
  • Homoseksuele, lesbische, biseksuele mensen of transgenders;
  • Personen met een mentale beperking of ziekte.

Verder meent het UNHCR dat Somaliërs in aanmerking kunnen komen voor subsidiaire bescherming wegens een reëel risico op ernstige schade door het heersend niet-internationaal gewapend conflict. Het UNHCR meent dat de situatie van veralgemeend geweld voldoende ernstig kan zijn om het recht te doen ontstaan op subsidiaire bescherming zonder dat de asielzoeker individuele omstandigheden moet aantonen die het risico op schade verhogen.

Volgens UNHCR is er geen redelijk intern vluchtalternatief voorhanden:

  • in gebieden die gecontroleerd worden door Al-Shabaab, tenzij voor mensen die banden hebben met leiders van deze groepering;
  • in gebieden die geteisterd worden door het actieve gewapend conflict in Zuid- en Centraal Somalië, ongeacht de dader van vervolging;
  • in Mogadishu is het moeilijk om effectieve bescherming door de overheid te krijgen, ook al is deze stad onder controle van regeringstroepen. Dit is in het bijzonder het geval voor Somaliërs die geacht worden door Al-Shabaab gezocht te worden. Het UNHCR meent ook dat het voor Somaliërs in Mogadishu zeer moeilijk is om te overleven zonder een ondersteunend netwerk.
Bericht van Vluchtelingenwerk Vlaanderen