1 maart 2022

Op 1 maart 2022 wijzigen het Decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid (Decreet) en het Besluit van de Vlaamse regering van 29 januari 2016 houdende de uitvoering van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid (BVR). Nog niet alle wijzigingen treden meteen in werking.

Vanaf 1 maart 2022 wijzigt:

  1. de doelgroep van inburgering
  2. de inhoud van het inburgeringstraject,
  3. de inhoud van de inburgeringsplicht.
  4. de sanctionering
  5. de invoering van een verklaring van rechten en plichten. Inburgeraars die een contract ondertekenen (in Vlaanderen) moeten voortaan ook een verklaring van rechten en plichten ondertekenen. In Brussel is dat nog niet duidelijk geregeld.
  6. de afronding van de cursus maatschappelijke oriëntatie met een test

Wellicht vanaf september 2022 wijzigtonder andere het betalend maken van inburgering.

1. Wijziging doelgroep van de Vlaamse inburgering

Vanaf 1 maart 2022 worden verzoekers om internationale bescherming (“asielzoekers”) uitgesloten van de doelgroep van inburgering. Zij mogen vanaf die datum geen inburgeringscontract meer tekenen.

Asielzoekers die vóór 1 maart 2022 al doelgroep van inburgering waren geworden en een inburgeringscontract ondertekenden, mogen hun inburgeringstraject ook na 1 maart 2022 verderzetten.

Asielzoekers die ook op een andere basis in het Rijksregister ingeschreven zijn, bijvoorbeeld op basis van een humanitair visum of gezinshereniging, kunnen wel recht hebben op of verplicht zijn om inburgering te volgen. We bekijken dan alleen dat verblijfsstatuut om de doelgroep te bepalen. 

Lees meer:

2. De inhoud van het inburgeringstraject

Voor nieuwe inburgeringscontracten vanaf 1 maart 2022 wordt het inburgeringstraject uitgebreid. Naast de bestaande trajectonderdelen maatschappelijke oriëntatie (MO) en Nederlands (NT2), wordt vanaf 1 maart 2022 ook een inschrijving bij VDAB, of bij Actiris in Brussel, gevraagd. Deze laatste geldt alleen voor inburgeraars die volgens de regelgeving mogen werken en die op beroepsactieve leeftijd zijn.

Om een inburgeringsattest te krijgen, moeten de doelen van de verschillende onderdelen van het inburgeringstraject behaald worden, zoals vermeld in het inburgeringscontract. 

3. De inhoud van de inburgeringsplicht

De inhoud en draagwijdte van de sanctioneerbare verplichte inburgering verschilt naargelang de inburgeraar verplicht werd voor of na inwerkingtreding van de wijzigingen aan artikel 27 Decreet. Met name is inburgering verplicht voor wie “voor het eerst” wordt ingeschreven volgens bepaalde criteria. De verplichting ontstaat op de datum van eerste inschrijving in het rijksregister in een Vlaamse gemeente met een bepaalde status. Zie daarover meer in de doelgroepbrochure (hoofdstuk 4, maar ook hoofdstukken 2, 3 en 5).

Nieuw: inburgeraars die vanaf 1 maart 2022 verplicht worden tot inburgering (op datum van inschrijving, niet op datum van contract), zijn door het nieuwe artikel 27, §3 en artikel 34/5 Decreet verplicht tot het volgende:

  • om zich binnen de 3 maanden nadat de verplichting ontstaat aan te melden bij een Agentschap Integratie en Inburgering. In de praktijk geldt deze termijn vanaf verzending van een aangetekende brief door het Agentschap Integratie en Inburgering.
  • om de doelstellingen van de onderdelen van het inburgeringstraject (cursus MO of Maatschappelijke oriëntatie, cursus NT2 of Nederlands tot taalniveau A2 waarvan alfacliënten enkel mondeling, en inschrijving bij VDAB of Actiris binnen 60 dagen) te behalen (waarna zij een “inburgeringsattest” krijgen), behalve als het omwille van beperkte leercapaciteiten onmogelijk is om die doelstellingen te behalen (waarna zij een “verklaring van geleverde inspanning” krijgen).
  • om binnen 24 maanden na het behalen van het inburgeringsattest het taalniveau B1 mondeling te bewijzen (dit moet niet als de inburgeraar een “verklaring van geleverde inspanning” kreeg omdat het omwille van beperkte leercapaciteiten onmogelijk was om het inburgeringsattest te behalen).

Oud en verder lopend: inburgeraars die vóór 1 maart 2022 verplicht werden (op datum van inschrijving, niet op datum van contract), zijn en blijven verplicht volgens het oude artikel 27, §3 Decreet zoals van toepassing vóór 1 maart 2022, tot het volgende:

  • om zich binnen de 3 maanden nadat de verplichting ontstaat aan te melden bij een Agentschap Integratie en Inburgering. In de praktijk geldt deze termijn vanaf verzending van een aangetekende brief door het Agentschap Integratie en Inburgering.
  • om per onderdeel van het vormingsprogramma (MO en NT2) hetzij regelmatig deel te nemen, hetzij de doelstellingen ervan te behalen. Regelmatige deelname volstaat dus nog om te voldoen aan de verplichting, ook al moet men, om een inburgeringsattest te behalen, de doelstellingen van het inburgeringstraject bereiken.

Zowel de nieuwe als de oude verplichtingen zijn “blijvend” (artikel 27, §3 Decreet): verplichte inburgeraars blijven verplicht tot zij aan hun verplichtingen voldoen (voor zover zij aan de definitie van verplichte inburgeraar blijven voldoen, zoals in een Vlaamse gemeente wonen met een verblijfstitel van meer dan drie maanden en niet vrijgesteld zijn).

Dus: het moment waarop een inburgeraar verplicht wordt, bepaalt waartoe de inburgeraar verplicht is en verplicht blijft tot aan die verplichtingen voldaan is.

Inbreuken en sancties gelden alleen op deze verplichtingen van de inburgeraar: dat verschilt dus naargelang de inburgeraar verplicht werd vóór of vanaf 1 maart 2022. Zie meer info in de doelgroepbrochure (hoofdstuk 7.1).

De wijze waarop die verplichting voldaan kan worden, wijzigt wel enigszins voor alle nieuwe inburgeringscontracten vanaf 1 maart 2022, ook voor wie al verplicht was voor 1 maart 2022 (zie hierboven "inhoud van het traject"). 

4. Sanctionering: inbreuken en administratieve geldboetes

4.1 Rechthebbende inburgeraars

Vóór 1 maart 2022 konden (sinds 1 maart 2009) rechthebbende inburgeraars in het Vlaamse gewest (niet in Brussel) na bepaalde inbreuken op hun contract een administratieve geldboete krijgen.

Vanaf 1 maart 2022 is een administratieve geldboete voor rechthebbende inburgeraars niet meer mogelijk. Deze afschaffing geldt onmiddellijk, zowel voor oude als nieuwe inburgeringscontracten van rechthebbende inburgeraars.

4.2. Verplichte inburgeraars

Sinds 1 maart 2009 kunnen administratieve geldboetes worden opgelegd aan verplichte inburgeraars die hun verplichtingen niet nakomen. Let op: boetes worden enkel opgelegd aan inburgeraars ingeschreven in het Vlaamse Gewest. In Brussel wordt geen administratieve geldboete opgelegd bij niet-naleving van het inburgeringscontract. Let op: vanaf 1 april 2022 wordt inburgering ook verplicht voor bepaalde doelgroepen in Brussel, maar daarvoor gelden andere regels (hierover publiceren wij tegen 1 april 2022 een apart nieuwsbericht).

Sinds 1 maart 2022 zijn de inbreuken en boetes voor verplichte inburgeraars in het Vlaams gewest gewijzigd. Die nieuwe inbreuken en boetes gelden voor inburgeraars die verplicht worden vanaf 1 maart 2022. Om te bepalen of de oude of de nieuwe inbreuken en boetes van toepassing zijn, moeten we nagaan wanneer de verplichting ontstond. Meer info hierover vind je in de doelgroepbrochure (hoofdstuk 7.1) 

5. De verklaring van rechten en plichten

Wie vanaf 1 maart 2022 een inburgeringscontract ondertekent, ondertekent daarmee ook een “bepaling over de essentiële rechten en plichten die in onze samenleving moeten worden gerespecteerd”. Deze wordt als bijlage bij het inburgeringscontract gevoegd (art. 34/2, §1, 1° van het decreet).

Deze bepaling essentiële rechten en plichten is opgenomen als bijlage bij het BVR. Het is een verklaring die luidt als volgt: "Ik ben bereid te leren over de rechten, plichten, vrijheden en waarden in Vlaanderen en zal die respecteren. Ik zal de wetgeving van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest en van dit land naleven." Daarop volgt een opsomming van de essentiële rechten en plichten in de Vlaamse samenleving die je moet respecteren.

De volgende aspecten daarin zijn nog niet zo duidelijk:

5.1 Integratie als verplichte voorwaarde voor behoud verblijfsrecht?

In de bepaling over essentiële rechten en plichten wordt onder andere vermeld: “Integreren in de samenleving is belangrijk en is een voorwaarde om het verblijfsrecht in dit land te blijven genieten zoals voorzien in artikel 1/2, §3 van de Vreemdelingenwet.” Deze bepaling is verwarrend om verschillende redenen:

Artikel 1/2, §3 van de Verblijfswet voorziet inderdaad dat bereidheid tot integratie een verblijfsvoorwaarde is voor sommige categorieën van vreemdelingen. Er zijn echter ook heel wat verblijfsstatuten waarvoor deze verblijfsvoorwaarde tot het bewijzen van integratie-inspanningen niet geldt, zoals erkende vluchtelingen en subsidiair beschermden en hun familieleden, erkende staatlozen, studenten, slachtoffers van mensenhandel,… De verplichte en vrijgestelde doelgroep van deze federale verblijfsvoorwaarde komt niet overeen met die van het Vlaams inburgerings- en integratiedecreet. Dus niet alle inburgeraars die een inburgeringscontract ondertekenen moeten integreren om een verblijfsrecht te blijven genieten.

Artikel 1/2, §3 van de Verblijfswet voorziet dat de doelgroepen voor wie integratie wel in zekere zin een verblijfsvoorwaarde is, hun inspanningen tot integratie op heel wat verschillende manieren kunnen bewijzen. Naast het volgen van een inburgeringstraject zijn er ook andere manieren om dit aan te tonen, namelijk door bewijs van werk, studie, het volgen van een beroepsopleiding, talenkennis, deelname aan het verenigingsleven,…

Intrekking van het verblijfsrecht omwille van het niet bewijzen van integratie-inspanningen is bovendien maar mogelijk na het uitvoeren van een evenredigheidstoets waarbij familiebanden, duur van het verblijf in België en het bestaan van familie- of sociale banden in het land van herkomst ook een rol spelen.

Door in de bepaling essentiële rechten en plichten te poneren dat ‘integratie een voorwaarde is om het verblijfsrecht in dit land te blijven genieten’, kan verkeerdelijk de indruk ontstaan dat iedereen inburgering moet volgen en het verblijfsrecht zonder meer kan worden ingetrokken wanneer een vreemdeling geen inburgeringstraject volgt en succesvol afrondt.

Lees meer in ons nieuwsbericht ‘Behoud verblijf wordt afhankelijk van integratie-inspanningen’.

5.2 Toepassing in Brussel?

De bepaling essentiële rechten en plichten moet vanaf 1 maart 2022 bij het inburgeringscontract gevoegd worden. Dat moet in principe bij elk Vlaams contract, zowel in Vlaanderen als in Brussel (artikel 34/2 van het decreet).

Maar de uitvoering daarvan is geregeld door artikel 32/1 BVR, en dat is niet van toepassing in Brussel (volgens artikel 53 BVR). Ook de inhoud en bewoordingen van de huidige bepaling essentiële rechten en plichten lijken niet toepasbaar in de Brusselse context. 

Het is dus nog niet duidelijk geregeld wat er in Brussel moet gebeuren. We wachten af hoe de toepassing in Brussel geregeld wordt.

Toekomstige wijzigingen in 2022

Inburgeraars in het Vlaams gewest (niet in Brussel) zullen wellicht vanaf september 2022 een retributie van telkens 90 euro moeten betalen voor de cursus MO, de test MO, de cursus NT2, en de test NT2. Bepaalde rechthebbende inburgeraars zullen daarvan vrijgesteld kunnen worden.

De NT2-testen zullen wellicht vanaf september 2022 gestandaardiseerd worden.

Het inburgeringstraject zal nog uitgebreid worden met een extra, vierde trajectonderdeel: het participatie- en netwerktraject.