Nieuws

print
  • 8 oktober 2021

    HvJ arrest X.Y. tegen Oostenrijk (nr. C-18/20) van 9-09-2021 verduidelijkt de definitie van ‘nieuwe elementen’ voor het indienen van een volgend verzoek om internationale bescherming (IB). Het betreft nieuwe elementen die zich voordoen na de definitieve beëindiging van het vorige verzoek om IB alsook nieuwe elementen die reeds bestonden vóór de beëindiging van de procedure, maar waarop de verzoeker zich niet heeft beroepen.

  • 8 oktober 2021

    In beschikking nr. 21/12/K van 19-04-2021 oordeelt de voorzitter van de arbeidsrechtbank van Luik (afdeling Namen) dat de organisatie van het verblijf in een open terugkeerplaats, zoals geregeld door de Fedasil-omzendbrief van 22 september 2020, verzoekers om internationale bescherming die een bijlage 26quater ontvingen en hiertegen annulatieberoep aantekenden bij de RvV, blootstelt aan een schending van het principe van de onschendbaarheid van de woonst, van het recht op juridische bijstand en van het recht op een effectief beroep. 

  • 6 oktober 2021

    Volgens RvV arrest nr. 249.026 van 15-02-2021 kan de besnijdenis vermeden worden door zich te verzetten tegen de sociale druk, en zijn de problemen die de dochter zou ondervinden door het feit dat zij niet besneden is niet geografisch gebonden.

  • 6 oktober 2021

    RvV arrest nr. 258.932 van 2-08-2021 is van oordeel dat zij omwille van haar kwetsbaar profiel en hiv-positieve status, op basis waarvan zij in Ivoorkust deel uitmaakt van ‘sociale groep’ zoals bedoeld in het Verdrag van Genève, een gegronde vrees heeft voor vervolging.

  • 5 oktober 2021

    Het Gentse Arbeidshof oordeelt in arrest nr. 2019/AR/178 op 10-09-2020 dat personen met de dubbele nationaliteit België-Marokko zich niet kunnen beroepen op het bilateraal sociale zekerheidsverdrag tussen België en Marokko dat Marokkaanse werknemers in België het recht op kinderbijslag in België geeft wanneer hun kinderen in Marokko opgevoed worden. Bij dubbele nationaliteit België-Marokko primeert de Belgische wetgeving volgens dewelke kinderen die opgevoed worden of lessen volgen buiten België geen recht hebben op gezinsbijslagen.

  • 5 oktober 2021

    RvV arrest nr. 248.617 van 2-02-2021 aanvaardt dat het onderzoek van een 9ter-aanvraag gebeurt ten aanzien van de verantwoordelijke lidstaat onder de Dublin III-Verordening. De RvV stelt evenwel vast dat de ambtenaar-geneesheer van DVZ de relevante landeninformatie fragmentarisch gebruikte en geen deugdelijk onderzoek voerde naar de toegang tot gezondheidszorg voor asielzoekers.

  • 5 oktober 2021

    RvV arrest nr. 250.273 van 2-03-2021 oordeelt dat DVZ geen gebruik mag maken van artikel 146bis BW om de erkenning van een buitenlandse huwelijksakte te weigeren als geen van de echtgenoten de Belgische nationaliteit heeft.

  • 5 oktober 2021

    RvV arrest van 25-03-2021 (nr. 251.631) oordeelt dat de verwantschap tussen een moeder en haar kind voldoende wordt bewezen door het samenlezen van de geboorteakte van het kind met de gegevens uit het rijksregister, ook al is de naam van de moeder op de geboorteakte van haar kind anders dan op haar eigen identiteitsdocument en in het rijksregister.

  • 20 september 2021

    Sinds 1-09-2021 is dat 1.658,23 euro bruto per maand. Dit geldt voor bepaalde arbeidsmigranten als algemene voorwaarde om een gecombineerde vergunning of arbeidskaart te verkrijgen.

  • 6 september 2021

    De M kaart en de M kaart met vermelding duurzaam verblijf, worden allebei opgenomen in artikel 3 en 4 van het KB van 14 januari 2013. Zij worden bijgevolg aanvaard als bewijs van een wettelijk verblijf voorafgaand en op het moment van de nationaliteitsaanvraag, in de zin van artikel 7bis WBN. Ook de bijlage 56 wordt opgenomen in artikel 4 van het KB van 14 januari 2013, en wordt dus aanvaard als bewijs van wettelijk verblijf voorafgaand aan de nationaliteitsaanvraag.

  • 26 augustus 2021

    In twee principearresten van 28-07-2021 oordeelt de Nederlandse RvS dat, sinds de Griekse wetswijziging van maart 2020 inzake statushouders, het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Griekenland niet zonder meer toegepast kan worden. De Nederlandse RvS wijst op structurele en zwaarwegende tekortkomingen waardoor de Griekse instanties in de praktijk vaak niet kunnen voorkomen dat statushouders in een onmenselijke situatie terechtkomen. Deze bevindingen kunnen ook van belang zijn voor de Belgische praktijk rond verzoeken om internationale bescherming afkomstig van statushouders in Griekenland.

  • 25 augustus 2021

    In zijn arrest nr. 245.378 van 02-12-2020 oordeelt de RvV dat een inreisverbod van zes jaar niet naar recht gemotiveerd is wanneer het is gegrond op de vermeende ‘criminele ingesteldheid’ van de betrokkene, terwijl deze zich enkel heeft schuldig gemaakt aan misdrijven strafbaar met een correctionele straf, niet een criminele straf.

  • 25 augustus 2021

    In het vonnis nr. 20/1603/A van 03-06-2021 beslist de familierechtbank van Leuven dat een kind dat ten onrechte door de gemeente als Belg werd ingeschreven toch Belg blijft, wanneer na meer dan vier jaar wordt vastgesteld dat er geen toekenning van de Belgische nationaliteit had mogen plaatsvinden. De rechter oordeelt dat het hoger belang van het kind primeert.

  • 11 augustus 2021

    De wet van 11-07-2021 vervangt het volledige hoofdstuk III (Studenten) van titel II van de Verblijfswet. Dat bevat nieuwe algemene bepalingen, bepalingen over mobiliteit binnen de EU, en het nieuwe verblijfsstatuut voor een zoekjaar naar werk na een studentenverblijf. Naast de omzetting van Richtlijn (EU) 2016/801 inzake mobiliteit en zoekjaar wijzigen ook andere bepalingen voor het studentenverblijf, zoals de afschaffing van een schorsend beroep, de voorwaarden voor een verbintenis tot tenlasteneming en de uitbreiding van weigerings- of intrekkingsgronden.

  • 10 augustus 2021

    RvV arrest nr. 256.552 van 16-06-2021 oordeelt dat twijfels over de leeftijd aan de hand van foto’s onvoldoende zijn om een (humanitair) visum te weigeren, en vereist een zorgvuldig onderzoek van het nationaal paspoort. Het is kennelijk onredelijk en disproportioneel om niet de mogelijkheid te bieden een DNA-test te ondergaan, temeer omdat andere gezinsleden deze mogelijkheid wel wordt geboden. Door de identiteit in vraag te stellen, wordt ook de verwantschap in vraag gesteld.

  • 23 juli 2021

    Hoe zorgden we ervoor dat je op ons kan blijven rekenen, ook in coronatijden? Die vraag staat centraal in ons jaarverslag 2020. Klanten en collega’s delen hun ervaringen.

     

  • 19 juli 2021

    Hof van Cassatie arrest nr. C.18.0055.N van 25-01-2021 bevestigt dat de ambtenaar van burgerlijke stand verplicht is om onverwijld het huwelijk te voltrekken als hij nog geen definitieve beslissing heeft genomen over de huwelijksvoltrekking binnen de door hem verlengde termijn van maximum twee maanden vanaf de huwelijksdatum. Deze termijn kan door het parket wel nog worden verlengd met een periode van maximum drie maanden. De verplichting om het huwelijk onverwijld te voltrekken geldt ook in het geval dat de wettelijke termijn van zes maanden en veertien dagen (art. 165, §3 BW), waarbinnen de huwelijksvoltrekking moet plaatsvinden na het opmaken van de akte van huwelijksaangifte, is verstreken.

  • 19 juli 2021

    In een arrest nr. 72/2021 van 20-05-2021 bepaalt het GwH dat het OM veroordeeld kan worden tot betaling van de kosten, inclusief de rechtsplegingsvergoeding, wanneer de rechtbank het negatief advies van het OM in het kader van een nationaliteitsverklaring ongegrond verklaart.

  • 19 juli 2021

    In arrest nr. 77/2021 van 27-05-2021 beslist het GwH dat het AI dat afgegeven wordt aan het familielid van een Belg tijdens de aanvraagprocedure gezinshereniging, toch als wettig verblijf beschouwd moet worden, als het afgeleverd wordt tussen twee verschillende verblijfsstatuten.

  • 19 juli 2021

    Het HvJ oordeelt in arrest nr. C-719/19 van 22-06-2021 dat een Unieburger ten aanzien van wie een uitwijzingsbevel is genomen, niet voldoet aan dit bevel door zijn enkele fysieke vertrek van het grondgebied van de gastlidstaat. Om na zijn vertrek opnieuw een verblijfsrecht te kunnen verkrijgen in diezelfde lidstaat op grond van de Burgerschapsrichtlijn, moet hij zijn verblijf op dat grondgebied vooreerst daadwerkelijk en effectief hebben beëindigd. Indien hij terugkeert naar de gastlidstaat, mag zijn verblijf namelijk geen voortzetting zijn van zijn eerdere verblijf op dat grondgebied. 

  • 19 juli 2021

    In zijn arrest nr. 249.488 van 14-01-2021 vernietigt de RvS een arrest van de RvV waarin de RvV een beslissing van de DVZ tot beëindiging van het verblijfsrecht op grond van ‘ernstige redenen van openbare orde’ bevestigt. De RvV had moeten vaststellen dat die redenen zich beperken tot terrorisme en zeer ernstige criminaliteit in het geval van een gevestigde vreemdeling die vóór de leeftijd van twaalf jaar in België was aangekomen. Door dit na te laten heeft de RvV de interpretatie die het GwH heeft gegeven aan artikel 22 Vw miskend (GwH, arrest nr. 112/2019 van 18 juli 2019).

  • 19 juli 2021

    In antwoord op een prejudiciële vraag van het GwH oordeelt het HvJ in arrest nr. C-718/19 van 22-06-2021 dat: de maximale duur van vasthouding van acht maanden met het oog op verwijdering van Unieburgers en hun familieleden, die identiek is aan de maximale detentietermijn voor derdelanders, strijdig is met het Unierecht; preventieve maatregelen die aan Unieburgers en hun familieleden opgelegd kunnen worden om een risico op onderduiken te vermijden tijdens de duur van het bevel om het grondgebied te verlaten toegelaten zijn, voor zover ze niet ongunstiger zijn dan de preventieve maatregelen die opgelegd kunnen worden aan derdelanders; DVZ de voorkeur moet geven aan de minst beperkende preventieve maatregel.

  • 19 juli 2021

    In arrest 251.246 van 19-03-2021 vernietigt de RvV een beslissing van het CGVS waarbij het statuut van vluchteling en subsidiaire bescherming geweigerd werd aan een Congolese vrouw die het slachtoffer werd van seksueel misbruik in Spanje. De RvV is van oordeel dat het seksueel misbruik een bijzonder ernstig element uitmaakt waarmee rekening gehouden moet worden bij de beoordeling van de risico’s waaraan zij blootgesteld kan worden bij terugkeer naar Congo. Haar extra kwetsbaarheid omwille van het seksueel misbruik moet bovendien onderzocht worden in het licht van de in Afrika heersende stigmatiserende sociale normen ten aanzien van vrouwen die het slachtoffer werden van seksueel misbruik. 

  • 19 juli 2021

    In arrest nr. 249.489 van 22-02-2021 kent de RvV subsidiaire bescherming toe aan een niet-begeleide minderjarige verzoekster om internationale bescherming uit het district Doshi, provincie Baghlan. De RvV oordeelt dat naast de jonge leeftijd en beperkte scholingsgraad van het meisje, ook de reisroute die zij alleen zal moeten afleggen bij haar terugkeer naar haar herkomstregio in Afghanistan bijdraagt tot de persoonlijke omstandigheden die haar kwetsbaarder maken.

  • 19 juli 2021

    In het arrest L.R. tegen Duitsland (nr. C-8/20) van 20-05-2021 oordeelt het HvJ dat een bij een lidstaat ingediend verzoek om internationale bescherming niet kan worden aangemerkt als een ‘volgend verzoek’ indien het verzoek is ingediend nadat aan verzoeker de vluchtelingenstatus werd geweigerd door een derde land. In dit verband wijst het Hof erop dat Noorwegen en IJsland ook beschouwd moeten worden als derde landen, ondanks hun deelname aan het gemeenschappelijk Europees Asielbeleid krachtens de Overeenkomst tussen de Unie, IJsland en Noorwegen, en hun vergelijkbaar asielstelsel.

Pagina's