Raad van State
247.151
Opvang – tijdelijk opvangcentrum in Zoutleeuw – verzet buurtbewoners - kort geding – spoedeisend – geen objectieve reden – Fedasil is gespecialiseerde overheidsdienst – sfeer van achterdocht en verdachtmaking – verwerping

De uiteenzetting van de verzoekers komt er in wezen op neer dat de tijdelijke aanwezigheid van een opvangcentrum voor asielzoekers in hun directe leefomgeving diverse ongemakken meebrengt die globaal genomen leiden tot een “onleefbare situatie”, waaraan een gebeurlijk later tussen te komen vernietigingsarrest niet kan remediëren. Dit betoog overtuigt evenwel niet.

 

In de eerste plaats is er geen objectieve reden om de tijdelijke aanwezigheid van 130 “Nederlandsonkundige” mensen uit “volledig andere culturen met andere waarden en normen”, a priori als een schadelijk gegeven aan te merken, zelfs niet in een kleine landelijke gemeenschap. Ook een dergelijke gemeenschap kan zich immers niet volledig onttrekken aan een bepaalde mate van veranderlijkheid, te meer omdat in dit geval het asielopvangcentrum zal worden ondergebracht in een bestaand, leegstaand gebouw dat hoe dan ook een nieuwe functie moet krijgen en de bestreden beslissing er toe strekt tegemoet te komen aan een dringende nood aan bijkomende opvangcapaciteit voor asielzoekers. Alleen al gelet op het tijdelijk karakter van het opvangcentrum, is de bewering dat de “huisvesting en leefmilieu [van de verzoekers] in dit kleine dorp onherroepelijk tenietgaan”, volledig overtrokken en niet in verhouding tot de concrete gegevens van de zaak.

 

Evenmin is er reden om de gespecialiseerde overheidsdienst (FEDASIL), die zal instaan voor de inrichting en organisatie van het betrokken opvangcentrum, ervan te verdenken dat zij, volledig voorbijgaand aan de essentiële noden voor het bewaken van de plaatselijke veiligheid in samenspraak met de lokale politiediensten, niet de nodige inspanningen zal opbrengen opdat de tijdelijke opvang in zo gunstig mogelijke omstandigheden en in overleg met de lokale gemeenschap kan plaatsvinden. De niet-onderbouwde speculaties van de verzoekers omtrent de nefaste gevolgen van een “te klein” en “overvol” opvangcentrum, zijn dan ook voorbarig.

 

In zoverre de verzoekers vrezen voor misdrijven die gepleegd zouden kunnen worden door de opgevangen personen, wordt slechts uiting gegeven aan een sfeer van achterdocht en verdachtmaking die niet op objectieve feiten gebaseerd is. In dit verband gaat de Raad van State zeker niet mee in de bedenkelijke toespeling van de verzoekers dat de personen die ter plaatse opgevangen worden, in het bijzonder geweld zouden kunnen plegen op jonge kinderen. Tevens valt niet in te zien hoe de scholieren die zich met de fiets naar school begeven, zouden blootgesteld worden aan een “verhoogde verkeersonveiligheid” die toe te schrijven zou zijn aan het bestreden opvangcentrum. Tot slot zegt de verwijzing naar het geregistreerde aantal incidenten in alle opvangcentra tijdens de jaren 2017 en 2018 (deels), niets over het aantal incidenten dat buiten die centra heeft plaatsvonden en waarvan omwonenden van die centra het slachtoffer waren.

 

Afgaande op de algemene uiteenzetting van de verzoekers, kan niet aangenomen worden dat de bestaande nachtwinkel -die algemeen toegankelijk is en die hoe dan ook gebonden is aan een verplicht sluitingsuur- een bijzondere aantrekkingsfactor zou vormen voor de opgevangen asielzoekers en dat, zelfs al mocht dit het geval zijn, net het gedrag van die bijzondere categorie van personen aanleiding zou geven tot onaanvaardbare hinder voor de buurt. De negatieve gevolgen die zouden voortspruiten uit de omstandigheid dat er in Dormaal “geen enkele vorm van ontspanning” is, gelden niet alleen voor de personen die tijdelijk opgevangen worden in het bestreden opvangcentrum maar ook -en misschien nog meer- voor de personen die zich permanent ter plaatse hebben gevestigd.

 

Samenvattend is de Raad van State van oordeel dat het standpunt van de verzoekers dat het opvangcentrum in kwestie -in de door hen gekozen bewoordingen- zal leiden tot “een totale transformatie (lees: degradatie) van de leefomgeving”, niet wordt bijgetreden.