Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
213.472
Gezinshereniging – einde verblijf – intrafamiliaal geweld – art. 42quater, § 4, 4° Vw. – psychisch geweld – niet enkel fysiek geweld beoordelen – geen rekening gehouden met specifieke situatie – vernietiging

Verzoeker kan worden gevolgd in zijn stelling dat partnergeweld, dit is geweld in de familie, verschillende vormen kan aannemen, waaronder het toebrengen van psychologische letsels – dit is psychisch/geestelijk geweld. Verzoeker wordt bijgetreden waar hij aanvoert dat artikel 42quater, § 4 van de vreemdelingenwet het niet enkel heeft over geweldplegingen die attesteerbare fysische verwondingen veroorzaken.

 

De omzendbrief nr. COL 3/2006 van het college van procureurs-generaal bij de hoven van beroep, Brussel, 1 maart 2006, houdt een uniforme definitie van het begrip intrafamiliaal geweld voor als “iedere vorm van fysiek, seksueel, psychisch of economisch geweld tussen leden van eenzelfde familie, ongeacht hun leeftijd”.

 

Omzendbrief nr. COL 4/2006 specifieert de definitie van partnergeweld als “iedere vorm van fysiek, seksueel, psychisch of economisch geweld tussen echtgenoten of personen die samenwonen of samengewoond hebben en tussen wie een duurzame affectieve en seksuele band bestaat of bestaan heeft.” Voor de toepassing van die definitie wordt onder geweld verstaan:

a) alle strafbare gedragingen die door een daad of een verzuim schade berokkenen aan de benadeelde persoon. Dat geweld kan fysiek zijn (bijv. opzettelijke slagen en verwondingen), seksueel (bijv. aanranding van de eerbaarheid of verkrachting), psychisch (bijv. belaging, laster, eerroof, beledigingen) of zelfs economisch (bijv. verlating van familie)

b) maar ook alle gedragingen waarvan, hoewel ze geen misdrijf lijken te zijn, bij de politie of het parket aangifte wordt gedaan en waarvan proces-verbaal wordt opgemaakt onder tenlasteleggingscode 42L (familiaal geschil).

 

Het nationaal actieplan inzake de strijd tegen het partnergeweld, goedgekeurd op de interministeriële conferentie van 8 februari 2006 definieert partnergeweld als volgt:

"Geweld in intieme relaties is een geheel van gedragingen, handelingen en houdingen van één van de partners of ex-partners die erop gericht zijn de andere te controleren en te domineren. Het omvat fysieke, psychische, seksuele en economische agressie, bedreigingen of geweldplegingen die zich herhalen of kunnen herhalen en die de integriteit van de ander en zelfs zijn sectioprofessionele integratie aantasten.”

 

De Raad merkt ook op dat de wetgever, door in artikel 42quater, § 4, 4° voor te schrijven dat het om “bijzonder schrijnende situaties” moet gaan en tevens te verwijzen naar artikelen uit het Strafwetboek, heeft bepaald dat de gepleegde feiten voldoende moeten zijn aangetoond en een zekere mate van ernst moeten vertonen.

 

(…)

 

Verzoeker wordt bijgetreden waar hij opwerpt dat uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt dat de verwerende partij door te wijzen op de afwezigheid van meldingen of attesten in verband met verwondingen zonder verder onderzoek van de gegevens van het dossier vaststelt dat geen toepassing kan worden gemaakt van artikel 42quater, § 4, 4° van de vreemdelingenwet, zij er foutief van uitgaat dat de wetgever enkel het fysieke geweld zou hebben beoogd als uitzondering waarbij geen einde aan het verblijf wordt gesteld.

 

Verzoeker wordt bijgetreden waar hij opwerpt dat uit de motivering van de bestreden beslissing niet blijkt dat rekening werd gehouden met de geestelijke geweldplegingen, die nochtans worden vermeld in de stukken waarnaar de verwerende partij verwijst bij het nemen van de bestreden beslissing. Thans voegt verzoeker nogmaals bij zijn verzoekschrift een kopie van het administratief dossier van de politie van Gent, waarin zich onder meer een administratief verhoor van 22 januari 2016 bevindt. Uit een lezing van dit administratief verhoor van 22 januari 2016 – waarover in de bestreden beslissing wordt gemotiveerd en waarvan de verwerende partij dus onmiskenbaar kennis had, hoewel het zich thans niet bevindt in het administratief dossier dat aan de Raad werd overgemaakt – blijkt dat gewag wordt gemaakt van het verhinderen van de toegang tot de woning door verzoekers partner, het doorgeven van foutieve informatie aan de wijkagent door verzoekers partner en een alcoholprobleem van verzoekers partner.

 

De inlichtingen die verzoeker verstrekte, dienen te worden beoordeeld in het licht van de overige informatie uit het administratief dossier. In het administratief dossier bevindt zich een verslag van samenwoonst of van gezamenlijke vestiging van 16 oktober 2015, waarin gewag wordt gemaakt van niet eensluidende verklaringen tussen verzoeker enerzijds en zijn partner anderzijds over de precieze verblijfplaats van verzoeker en waaruit blijkt dat volgens de verklaringen van verzoeker zijn partner hem niet meer binnenlaat in de gezinswoning.

 

Uit de motivering van de bestreden beslissing “dat er nog verschillende incidenten gebeurd zijn” kan geen beoordeling van de niet-fysieke geweldplegingen worden afgeleid. Dit motief is te vaag, te algemeen en er kan niet uit worden afgeleid welke specifieke elementen in de beoordeling in rekening werden gebracht.

 

Uit de motieven van de bestreden beslissing blijkt dat de verwerende partij een eerder beperkte definitie hanteert van de “bijzonder schrijnende situaties” uit artikel 42quater, § 4, 4° van de vreemdelingenwet. Uit de motieven van de beslissing blijkt niet dat de gemachtigde van de staatssecretaris rekening heeft gehouden met of verder onderzoek heeft gevoerd naar de specifieke situatie van verzoeker, hoewel het administratief dossier indicaties bevat die kunnen wijzen op een “bijzonder schrijnende situatie” zoals voorzien in artikel 42quater, § 4, 4° van de vreemdelingenwet.

Daargelaten de vraag of de gemachtigde van de staatssecretaris had moeten besluiten tot de toepassing van artikel 42quater, § 4, 4° van de vreemdelingenwet, dient de administratie in het licht van het respect voor het zorgvuldigheidsbeginsel bij het nemen van een beslissing te steunen op alle gegevens van het betreffende dossier en op alle daarin vervatte dienstige stukken, hetgeen te dezen niet is gebeurd.

 

Een schending van de materiële motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel in het licht van artikel 42quater van de vreemdelingenwet wordt aangetoond.