Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
235.105
Art. 9ter Vw. – ongegrond - toegankelijkheid adequate behandeling – Noord-Macedonië – Roma – rapport Europese Commissie – tekortkomingen inclusie Roma in de gezondheidszorg – vernietiging

Uit dit medisch advies blijkt dat de ambtenaar-geneesheer de ernst van de aandoeningen van de tweede verzoeker niet in vraag heeft gesteld. De ambtenaar-geneesheer heeft immers geconcludeerd dat de medische problematiek van de tweede verzoeker, indien onbehandeld, een reëel risico kan inhouden voor zijn leven of fysieke integriteit en hij heeft de beschikbaarheid en toegankelijkheid onderzocht van de noodzakelijke behandeling (medicatie + specialistische opvolging) in het licht van artikel 9ter van de vreemdelingenwet.

 

De ambtenaar-geneesheer bevestigt dat de tweede verzoeker lijdt aan multiple sclerose (MS) en dat een behandeling met ‘interferon-beta-1a’ noodzakelijk is, alsook een medische opvolging door een neuroloog, met mogelijkheid van het uitvoeren van MRI. Vervolgens wordt verwezen naar MedCOI-informatie, die aan het administratief dossier is toegevoegd, waaruit blijkt dat de voornoemde medicatie en opvolging in Noord-Macedonië beschikbaar is. Ook de toegankelijkheid van de benodigde medicatie en opvolging wordt door de ambtenaar-geneesheer besproken. In dit kader brengen de verzoekers naar voor dat zij bij hun medische verblijfsaanvraag gewezen hebben op hun Roma-origine, waardoor het verkrijgen van de nodige medische zorgen ernstig wordt bemoeilijkt door de uitsluiting en discriminatie waarmee Roma te maken krijgen in Noord-Macedonië. In ’s Raad arrest nr. 227 601 van 17 oktober 2019 werd hieromtrent reeds het volgende vastgesteld: “Zoals de verzoekende partijen (…) blijkens het administratief dossier terecht aanvoeren, uiten zij in hun aanvraag van 3 april 2019 verschillende ernstige bezorgdheden aangaande de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de noodzakelijke behandeling in Noord-Macedonië. Zo wijzen zij erop dat zij in Noord-Macedonië werden geconfronteerd met de realiteit dat de nodige medicatie niet voorradig is en dat de tweede verzoekende partij op een wachtlijst werd gezet, hetgeen zou betekenen dat er drie jaar moet worden gewacht op de noodzakelijke medicatie. Zij gaan in op de wijdverspreide praktijk van corruptie, waaraan zij zouden moeten participeren om de lange wachtlijsten te omzeilen. Hun Roma origine zou betekenen dat zij hierbij nog verder worden gediscrimineerd. Zij stippen verder aan dat de theoretische mogelijkheden om corruptie aan te klagen in de praktijk dode letter blijven. Ter ondersteuning van hun betoog leggen zij verschillende rapporten voor over corruptie in Macedonië en de uitsluiting van Roma. Deze stukken werden eveneens aan hun aanvraag van 3 april 2019 gevoegd.”

 

De verzoekers betogen dat deze problematiek ook thans niet op zorgvuldige wijze werd onderzocht. Zij menen dat het niet opgaat om te verwijzen naar de strategie van de Macedonische overheid voor de integratie van de Roma (2014-2020), daar waar in hun aanvraag net op de tekortkomingen van deze strategie werd gewezen. De verzoekers wijzen er tevens op dat ter onderbouwing van hun aanvraag zij in dit kader ook een rapport van de Europese Commissie van 2018 hebben voorgelegd waarin de moeilijke situatie van de Roma wordt aangehaald, ondanks de inspanningen van de Macedonische overheid. De verzoekers herhalen tevens de volgende, reeds in de aanvraag van 3 april 2019 opgenomen argumentatie: “In dit rapport wordt de moeilijke situatie van Roma aangehaald, de inspanningen van de Macedonische overheid ten spijt. Er wordt onder meer aangehaald: “Much still needs to be done on Roma inclusion. Implementation of the Roma inclusion strategy (2014-2020) and corresponding action plans for education, employment, health, housing and Roma women is poor” – vrij vertaald: Er moet nog veel worden gedaan aan de inclusie van de Roma. De implementatie van de strategie voor de integratie van de Roma (2014-2020) en de bijbehorende actieplannen voor onderwijs, werkgelegenheid, gezondheid, huisvesting en Roma-vrouwen verloopt slecht. Daarnaast stelt het rapport onder meer: “Poverty remains a serious problem, in particular for Roma people and persons with disabilities. The Anti-Discrimination Law is not yet aligned with the EU acquis and its implementation mechanisms were not strengthened” – vrij vertaald: Armoede blijft een ernstig probleem, met name voor de Roma en personen met handicaps. De antidiscriminatiewet is nog niet in overeenstemming met het EU-acquis en de implementatiemechanismen werden niet versterkt.”

 

De verzoekers kunnen dan ook worden gevolgd waar zij stellen dat zij in hun aanvraag uitdrukkelijk hebben gewezen op de ineffectiviteit en de tekortkomingen inzake de implementatie van de strategie 2014-2020 van de Macedonische overheid.

 

Uit de stukken van het administratief dossier blijkt voorts dat de verzoekers de combinatie van de algemene situatie van Roma in Noord-Macedonië en de wijdverspreide corruptie hebben aangehaald als redenen waarom de tweede verzoeker systematisch wordt uitgesloten van de noodzakelijke medicatie voor MS.

 

(…)

 

De Raad stelt vast dat de ambtenaar-geneesheer in zijn advies de Roma-origine van de tweede verzoeker heeft besproken. Daar waar de Raad er in het vernietigingsarrest nr. 227 601 uitdrukkelijk op heeft gewezen dat de verzoekers bij hun aanvraag “verschillende rapporten voor over corruptie in Macedonië en de uitsluiting van Roma” hebben voorgelegd en daar waar de verzoekers in hun aanvraag nochtans duidelijk hebben gewezen op de tekortkomingen van de door de Macedonische overheid gelanceerde strategie 2014-2020, beperkt de ambtenaar-geneesheer zich evenwel de loutere opsomming van de voornaamste streefdoelen van deze strategie 2014-2020 (terug te vinden in het in voetnoot 4 vermelde MEDCOI-document dat zich in het administratief dossier bevindt) en de vage kritiek dat de er enkel algemene bronnen worden aangehaald en geen documenten die op de tweede verzoeker persoonlijk van toepassing zijn.

 

De Raad acht het weinig ernstig om op betrouwbare bronnen, afkomstig van de Europese Commissie, van 2018 waarin de tekortkomingen met betrekking de implementatie van de inclusie van de Roma in (onder meer) de gezondheidszorg in Noord-Macedonië worden geduid, te antwoorden met een verwijzing naar een oudere bron van 27 oktober 2015 (Country Fact Sheet. Acces to healthcare: Macedonia. MEDCOI III – Belgian Desk on Accessibility, p. 38-39, ) waarin wordt gewezen op de loutere goede bedoelingen van de Macedonische overheid in een programma en een strategie voor 2014-2020. Waar de ambtenaar-geneesheer stelt dat er geen documenten werden voorgelegd die persoonlijk op de tweede verzoeker van toepassing zijn, merkt de Raad op dat de ambtenaar-geneesheer op geen enkele wijze ingaat op de informatie in de bij de aanvraag voorgelegde rapporten. Hoewel het inderdaad gaat om algemene bronnen, wil dit niet zeggen dat deze rapporten niet kunnen worden aangewend ter staving van de niet-toegankelijkheid van de benodigde zorgen in het land van herkomst. Er dient te worden opgemerkt dat de vreemdelingenwet en zijn uitvoeringsbesluiten nergens stellen dat enkel persoonlijke documenten mogen worden voorgelegd ter staving van de aanvraag op grond van artikel 9ter van de vreemdelingenwet. Bovendien betreft de toegankelijkheid van deze of gene medische zorgen in een welbepaald land, net bij uitstek een algemene toestand en niet een toestand die louter is gebonden aan de persoon van de aanvrager. Niet het algemeen karakter van de informatie is van belang, wel de inhoud van de informatie en met name de vraag of uit deze informatie kan blijken dat er in het betrokken land onoverkomelijke problemen zijn wat de toegankelijkheid van de medische zorgen betreft. De ambtenaar-geneesheer trekt de Roma-origine van de tweede verzoeker overigens niet in twijfel, zodat er een voldoende band is tussen de inhoudelijke informatie die wordt voorgelegd en de persoonlijke situatie van de tweede verzoeker.  

 

De Raad stelt bijgevolg samen met de verzoekers vast dat de problematiek van de toegankelijkheid voor Roma tot gezondheidszorg in Macedonië niet op zorgvuldige wijze werd onderzocht. Bijgevolg berust de conclusie dat de gezondheidstoestand van de tweede verzoeker geen reëel risico inhoudt op een onmenselijke of vernederende behandeling aangezien de vereiste behandeling en opvolging voor de tweede verzoeker beschikbaar “en toegankelijk” zijn in Macedonië, niet op een zorgvuldige feitenvinding