Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
214.022
BGV – bijlage 13 – inreisverbod - geen termijn – risico op onderduiken – zwartwerk – geen motivatie voor afwezigheid termijn vrijwillig vertrek – enkel weerslag op inreisverbod – rechtmatigheid BGV – vernietiging inreisverbod

Verzoekende partij betwist in de eerste plaats dat zij aan het werken was. Daarnaast meent zij, dat zelfs als dit wel het geval zou zijn geweest, daaruit nog niet blijkt dat zij geen medewerking heeft verleend aan de overheden.

 

De Raad kan de verzoekende partij volgen waar deze stelt dat, zelfs indien zij betrapt werd op zwartwerk, daaruit nog niet blijkt dat zij een risico op onderduiken vertoont omwille hiervan. De Raad herinnert eraan dat het risico op onderduiken gedefinieerd wordt als het voorhanden zijn van redenen om aan te nemen dat een vreemdeling die voorwerp is van een verwijderingsprocedure zal onderduiken. Daarbij wordt verwezen naar de criteria zoals hoger vernoemd, waaronder het gebrek aan medewerking met de overheden die belast zijn met de uitvoering van en/of het toezicht op de naleving van de reglementering inzake de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Door louter te motiveren dat verzoekende partij aan het werk was zonder daartoe in bezit te zijn van de vereiste arbeidsvergunning verduidelijkt de verwerende partij geenszins op welke wijze dit een omstandigheid is dat doet besluiten dat de verzoekende partij niet meewerkt aan een verwijderingsprocedure en het derhalve noodzakelijk is haar geen termijn voor vrijwillig vertrek te geven. Het kwam de verwerende partij toe dit nader te duiden.

 

(…)

 

De verzoekende partij kan gevolgd worden in haar betoog dat er ten onrechte werd overgegaan tot het niet verlenen van een termijn voor vrijwillig vertrek. Dit doet op zich geen afbreuk aan de wettigheid van het bestreden bevel om het grondgebied te verlaten an sich. Verzoekende partij betwist immers niet dat zij in België verbleef zonder in het bezit te zijn van de daartoe vereiste documenten. Artikel 7, eerste lid, 1° van de vreemdelingenwet is aldus voldoende om het bestreden bevel op zich te schragen. Het gegeven dat ten onrechte werd overgegaan tot het niet verlenen van een termijn voor vrijwillig vertrek heeft evenwel wel weerslag op het met de eerste bestreden beslissing samenhangende inreisverbod.