Raad voor Vreemdelingenbetwistingen
223.292
Gezinshereniging – einde verblijf - echtgenoot van een Belg – art. 40ter Vw. – weigering erkenning buitenlandse huwelijksakte door ABS – erkenning huwelijksakte door familierechtbank – geen beroep ingesteld tegen erkenning – gezag van gewijsde – erga omnes – declaratief karakter – wettelijke en feitelijke grondslag bestreden beslissing vervallen - vernietiging

De thans voorliggende gegevens, met name de erkenning op 6 december 2018 van verzoekers buitenlandse huwelijksakte door de bevoegde familierechtbank, de afwezigheid van een beroep tegen deze erkenning en de overschrijving van de huwelijksakte in de registers van de burgerlijke stand, worden door de advocaat van de verweerder niet betwist.

Aldus ligt thans het bewijs voor van de erkenning, door de bevoegde familierechtbank, van verzoekers buitenlandse huwelijksakte.

De Raad benadrukt dat de uitspraak van de rechtbank van eerste aanleg te Gent van 6 december 2018, waarbij verzoekers buitenlande huwelijksakte wordt erkend in België, impliceert dat elke Belgische overheid, en dus ook de verweerder, gehouden is de verzoeker als gehuwd te beschouwen. De uitspraak van de familierechtbank heeft immers een gezag van gewijsde dat erga omnes geldt. De gerechtelijke beslissing tot erkenning heeft bovendien een declaratief karakter (Rb. Brussel 19 september 2011, Tijdschrift@ipr.be 2011, nr. 3, 44-46).

Er dient dan ook te worden vastgesteld dat de wettelijke en feitelijke grondslag waarop de bestreden beslissing op decisieve wijze steunt, met name de niet-erkenning van de buitenlandse huwelijksakte omwille van wetsontduiking overeenkomstig artikel 18 van het Wetboek van internationaal privaatrecht en het beëindigen van het verblijfsrecht omdat dit werd bekomen op grond van deze niet-erkende huwelijksakte, is komen te vervallen door de beschikking van de familierechter van 6 december 2018 waarbij verzoekers huwelijksakte wordt erkend in België.

Aangezien het gezag van gewijsde van de uitspraak van de bevoegde familierechtbank de openbare orde raakt, gaat de Raad ambtshalve over tot de nietigverklaring van de met dit gezag van gewijsde strijdige beslissing.

Het ambtshalve middel werd ter terechtzitting van 17 juni 2019 aan het tegensprekelijk debat onderworpen. De advocaat van de verweerder heeft gesteld zich hieromtrent naar de wijsheid van de Raad te gedragen.