Als je voldoet aan de voorwaarden voor gezinshereniging, heb je een onbeperkt verblijfsrecht dat de eerste 5 jaar voorwaardelijk is.

5 jaar voorwaardelijk verblijf

De eerste 5 jaar is je verblijfsrecht van onbeperkte duur, maar wel voorwaardelijk. Dat betekent dat je tijdens deze periode moet blijven voldoen aan de voorwaarden voor gezinshereniging. Is dat niet of niet meer het geval, dan kan DVZ een einde maken aan je verblijf. DVZ kan controleren of je nog voldoet aan de voorwaarden maar mag dat niet systematisch doen. Alleen bij redelijke twijfel, bijvoorbeeld naar aanleiding van een adreswijziging.

De termijn van 5 jaar begint te lopen vanaf je aanvraag van een ‘verblijfskaart van een gezinslid van een Unieburger’. Dus de datum op de bijlage 19ter. En niet de datum op je elektronische F kaart.

Kreeg je vóór de afgifte van de bijlage 19ter nog een bijlage 15? Dan begint de periode van 5 jaar te lopen vanaf de datum op de bijlage 15. Een bijlage 15 is een document dat de gemeente moet afgeven in afwachting van een woonstcontrole. Het dekt voorlopig je verblijf in België.

Einde van je verblijfsrecht

De minister of DVZ kan een einde maken aan je verblijfsrecht in een van de volgende gevallen:

  • Er is niet meer voldaan aan de voorwaarde van toereikende en stabiele bestaansmiddelen, voldoende huisvesting of ziekteverzekering.
  • Je Belgische echtgenoot of partner verlaat België of overlijdt. Hier geldt een uitzondering bij schoolgaande kinderen.
  • Je vormt geen gezinscel meer met je Belgische echtgenoot of partner. Dit is juridisch betwistbaar. Volgens rechtspraak van het Hof van Justitie kan dit geen reden zijn om een einde te maken aan je verblijfsrecht (HvJ 8 november 2012, C-40/11, Iida, punt 58 en HvJ 13 februari 1985, 267/83, Diatta, punten 20-22). Het Grondwettelijk Hof bevestigde dit in zijn arrest nr. 121/2013 van 26 september 2013 (zie overweging B.36.8).
  • Ontbinding, echtscheiding, of nietigverklaring van het huwelijk
  • Formele beëindiging van het geregistreerd partnerschap
  • Je bent een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid. Een strafrechtelijke veroordeling is daarvan op zich geen bewijs. Je gedrag moet een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging zijn voor een fundamenteel belang van de samenleving.
  • Je bent een gevaar voor de volksgezondheid. Het moet gaan om een ziekte die in de bijlage tot de Verblijfswet staat. Als je ziekte later dan 3 maanden na aankomst optreedt, kan dat geen reden meer zijn voor verwijdering van het grondgebied.

Daarnaast kan de minister of DVZ je verblijfsrecht retroactief intrekken als je fraude pleegde die bijgedragen heeft tot de erkenning van je verblijfsrecht.

Voordat de minister of DVZ je verblijfsrecht beëindigt of intrekt zal hij je schriftelijk vragen om eventuele relevante informatie, die het nemen van de beslissing kan verhinderen of beïnvloeden, over te maken. Op de hoorplicht bestaan wel een aantal wettelijke uitzonderingen. Ook moet de minister of DVZ altijd rekening houden met de volgende elementen:

  • de duur van je verblijf in België
  • je leeftijd
  • je gezondheidstoestand
  • je gezins- en economische situatie
  • je sociale en culturele integratie in België
  • je banden met het herkomstland

In principe krijg je 15 dagen de tijd vanaf de ontvangst van de brief van de minister of DVZ om relevante informatie schriftelijk over te maken. Heb je belangrijke informatie over je gezondheid of over je banden met België? Was je slachtoffer van familiaal geweld? Dan meld je dat best in je antwoord, samen met de bewijzen hiervan.

Bijlage 21

Als de minister of DVZ je verblijfsrecht beëindigt of intrekt levert de gemeente een bijlage 21 af. Zo nodig met bevel om het grondgebied te verlaten. De gemeente trekt je verblijfskaart (F kaart) in. 

Tegen de bijlage 21 kan je een beroep indienen bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het beroep is automatisch schorsend, maar hierop bestaat een uitzondering.

Als je geen beroep instelt, moet je het grondgebied verlaten. Anders verblijf je onwettig in België.

Uitzonderingen

  • Als je gemeenschappelijke schoolgaande kinderen hebt in België, en je Belgische echtgenoot of partner overlijdt of verlaat België, dan behoud je je verblijfsrecht toch als ouder die de bewaring heeft van de kinderen. Ook de kinderen behouden hun verblijfsrecht. De gemeenschappelijke kinderen moeten in België verblijven en hier ingeschreven zijn aan een onderwijsinstelling. Het verblijfsrecht geldt tot het einde van de studies van de kinderen. Uit rechtspraak van het Hof van Justitie volgt dat de verzorgende ouder het verblijfsrecht zelfs behoudt na de meerderjarigheid van het kind (Hof van Justitie 23 februari 2010, Ibrahim en Teixeira, C 480/08 en C 310/08). In zo een geval zal DVZ dus geen einde maken aan het verblijfsrecht.
  • Als je Belgische echtgenoot of partner overlijdt behoud je je verblijfsrecht toch op voorwaarde dat je minstens 1 jaar in België verbleven hebt als gezinslid van een Belg of Unieburger, je werknemer of zelfstandige bent, of je over voldoende bestaansmiddelen beschikt voor jezelf en je familieleden om te voorkomen dat je ten laste valt van het OCMW en je een ziekteverzekering hebt, of deel uitmaakt van een familie waarvan een persoon voldoet aan die voorwaarden.

Als er een einde komt aan je relatie met je Belgische echtgenoot of partner door echtscheiding, nietigverklaring van je huwelijk of beëindiging van je partnerschap, dan behoud je je verblijfsrecht toch in de volgende gevallen:

  • je huwelijk, partnerschap of je gezinscel heeft, bij de start van de gerechtelijke procedure tot ontbinding van je huwelijk of bij de beëindiging van je partnerschap of je gezinscel, ten minste drie jaar geduurd, waarvan minstens één jaar in België

- Opgelet! Als je echtgenoot België ook verlaten heeft, behoud je enkel je verblijfsrecht op basis van drie jaar huwelijk, waarvan één jaar in België, als je echtgenoot nog in België verbleef op de datum van de dagvaarding tot echtscheiding. Is je echtgenoot dus al uit België vertrokken vóór de start van je echtscheidingsprocedure, dan heb je geen recht om je verblijfsrecht in België te behouden.

  • het recht van bewaring van jouw kinderen met de Belgische echtgenoot of partner is aan jou toegewezen (in onderlinge overeenstemming of bij gerechtelijke beslissing). De kinderen moeten dan wel in België verblijven, of
  • het omgangsrecht met een minderjarig kind is aan jou toegewezen (in onderlinge overeenstemming of bij gerechtelijke beslissing) en de rechter heeft bepaald dat je dit recht van bewaring in België moet uitoefenen en dit zolang het nodig is
  • in bijzonder schrijnende situaties. Bijvoorbeeld als je tijdens je huwelijk of partnerschap het slachtoffer was van huiselijk geweld (zie hieronder)

- Opgelet! Als je echtgenoot België ook verlaten heeft, behoud je enkel je verblijfsrecht op basis van een bijzonder schrijnende situatie (zoals huiselijk geweld), als je echtgenoot nog in België verbleef op de datum van de dagvaarding tot echtscheiding. Is je echtgenoot dus al uit België vertrokken vóór de start van je echtscheidingsprocedure, dan heb je geen recht om je verblijfsrecht in België te behouden.

EN voorzover je in elke hypothese bewijst dat je:

  • werknemer of zelfstandige bent in België, of
  • voor jezelf en je familie beschikt over voldoende bestaansmiddelen om te voorkomen dat je tijdens je verblijf ten laste valt van het OCMW in België en beschikt over een ziekteverzekering, of
  • deel uitmaakt van een familie waarvan een persoon voldoet aan al die voorwaarden

Val je onder een van deze uitzonderingen? Dan is het belangrijk dat je de gemeente en DVZ daarvan zo snel mogelijk op de hoogte brengt. Je doet dit best schriftelijk met een ontvangstbewijs, bijvoorbeeld per fax of per aangetekend schrijven. Voeg alle documenten toe die bewijzen dat je valt onder een uitzondering.

Uitzondering voor slachtoffer van intrafamiliaal geweld

Als er een einde komt aan je relatie met je Belgische echtgenoot of partner door echtscheiding, nietigverklaring van je huwelijk of beëindiging van je partnerschap, dan kan DVZ een einde maken aan je verblijfsrecht. Tenzij je het slachtoffer bent van intrafamiliaal geweld. Dan is er in de wet een bijzondere regeling om het slachtoffer te beschermen.

Er zijn twee vormen van bescherming:

1) DVZ kan geen einde maken aan je verblijfsrecht als je aantoont dat je tijdens het huwelijk of het partnerschap het slachtoffer was van één van de volgende strafbare feiten (artikel 375, 398 tot 400, 402, 403 of 405 Strafwetboek):

  • verkrachting
  • opzettelijke verwondingen of slagen, al dan niet met ziekte, arbeidsongeschiktheid of een aantasting van je fysieke toestand tot gevolg
  • toediening van stoffen die ziekte, arbeidsongeschiktheid of een aantasting van je fysieke toestand veroorzaken

De bewijslast ligt bij het slachtoffer. Als slachtoffer van een misdrijf kan je klacht neerleggen bij de politie. Er wordt dan een PV van verhoor opgesteld. Het parket onderzoekt of ze de dader ook effectief zal vervolgen. Het is dus niet zeker of de klacht zal uitmonden in een strafrechtelijke veroordeling. Een PV van verhoor, in combinatie met een (of meerdere) medische attest(en), vormt een begin van bewijs. Hoe meer bewijzen je als slachtoffer voorlegt, hoe groter de kans dat DVZ en/of de RvV de uitzondering toepast.

Je moet niet meer voldoen aan bijkomende voorwaarden, zoals werken of voldoende bestaansmiddelen hebben, om te genieten van deze bescherming. Dat volgt uit een arrest van het Grondwettelijk Hof (GwH 7 februari 2019, nr. 17/2019).

2) DVZ moet ook rekening houden met personen die slachtoffer zijn van geweld in de familie.

Het gaat om slachtoffers die niet langer een gezinscel vormen met de persoon die ze vervoegden en bescherming nodig hebben. DVZ brengt het slachtoffer in dat geval op de hoogte van zijn beslissing om geen einde te maken aan het verblijf.

In deze hypothese is de bescherming ruimer omdat het kan gaan om andere vormen van geweld dan de feiten opgesomd in artikel 375, 398 tot 400, 402, 403 en 405 Strafwetboek, bijvoorbeeld psychisch geweld. In de praktijk gaat DVZ strenger om met psychisch geweld dan met fysiek geweld en zal je meer bewijzen moeten overmaken over een langere periode.

Om onder deze bescherming te vallen gelden er volgens de Verblijfswet in principe nog bijkomende voorwaarden:

  • je moet werken in België als werknemer of zelfstandige, of
  • je moet voldoende bestaansmiddelen hebben voor jezelf en je familie om te voorkomen dat je tijdens je verblijf ten laste valt van het OCMW en je moet een ziekteverzekering hebben, of
  • je moet deel uitmaken van een familie waarvan een persoon voldoet aan al die voorwaarden

Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat DVZ altijd rekening moet houden met het element ‘huiselijk geweld’ bij een beslissing om het verblijfsrecht te beëindigen van een familielid van een Belg of Unieburger, slachtoffer van intrafamiliaal geweld. Zelfs wanneer het familielid niet voldoet aan de bijkomende voorwaarden en dus géén bestaansmiddelen of ziekteverzekering heeft (GwH 17 september 2015, nr. 121/2015). Tengevolge van arrest nr. 17/2019 van het Grondwettelijk Hof vraagt DVZ in de praktijk ook voor deze slachtoffers niet langer het bewijs van de bijkomende voorwaarden (werken enz.).

Het is van groot belang dat je DVZ en de gemeente zo snel mogelijk op de hoogte brengt van het feit dat je een slachtoffer bent van intrafamiliaal geweld. Je doet dit best schriftelijk met een ontvangstbewijs, bijvoorbeeld per fax of per aangetekend schrijven. Voeg zoveel mogelijk bewijzen toe.

Van zodra er een aanwijzing is over huiselijk geweld of partnergeweld zal de dienst Gezinshereniging van DVZ (voorlopig) geen einde maken aan je verblijfsrecht en bijkomend onderzoek voeren. Het zal dan een brief sturen naar de gemeente die jou op zijn beurt zal vragen een aantal bewijzen over te maken. Je moet dat doen binnen een termijn van 1 tot 3 maanden.

De bewijzen die DVZ van jou zal vragen zijn:

  • het proces-verbaal met je klacht over de feiten van huiselijk geweld of partnergeweld (als je een klacht neergelegd hebt bij de politie)
  • een brief van het parket dat de stand van een eventueel onderzoek weergeeft
  • een of meerdere medische attesten (als je die hebt)
  • eventueel het bewijs dat je verbleven hebt in een opvangcentrum voor mishandelde vrouwen of het begeleidingsplan van het opvangcentrum

Heb je noch de gemeente, noch DVZ op tijd geïnformeerd dat je het slachtoffer bent van huiselijk geweld en is je verblijfsrecht intussen al ingetrokken? Dan loont het de moeite om je bewijzen toch nog over te maken aan DVZ. Zij kunnen hun beslissing om je verblijfsrecht te beëindigen altijd herzien. Een annulatieberoep bij de RvV zal weinig zin hebben. Tenzij DVZ op het moment van zijn beslissing om je verblijfsrecht in te trekken andere aanwijzingen had dat er mogelijk sprake was van huiselijk geweld en dit niet verder onderzocht. Bijvoorbeeld verklaringen van buren aan een wijkagent.

Extra informatie