Bijdrage in administratieve kosten

Je moet 204 euro betalen als bijdrage in de administratieve kosten voor de behandeling van je aanvraag. Je moet géén bijdrage betalen als je valt onder een van de volgende categorieën:

  • je vraagt gezinshereniging met een erkend vluchteling of subsidiair beschermde
  • je bent een begunstigde van de associatieovereenkomst tussen de EU en Turkije
  • je bent als staatloze erkend door de familierechtbank

Jijzelf, of een derde persoon, schrijft dit bedrag over op bankrekening BE57 6792 0060 9235 van de Dienst Vreemdelingenzaken.

In de mededeling vermeld je je naam, voornaam, geboortedatum en nationaliteit. Voor de mededeling moet je volgende structuur gebruiken: NaamVoornaamNationaliteitDDMMJJJJ.

Huwelijk of gelijkgesteld partnerschap

Je bent de echtgenoot of gelijkgestelde partner van een derdelander met een onbeperkt verblijfsrecht. 

Wat is een 'gelijkgesteld partner'?

Wachttijd van 12 maanden wettig verblijf

Je echtgenoot of partner in België moet al minstens 12 maanden gemachtigd of toegelaten zijn tot een verblijf in België. Zowel periodes van beperkt verblijfsrecht, als onbeperkt verblijfsrecht komen in aanmerking (Grondwettelijk Hof 26 september 2013, nr. 121/2013).

De voorwaarde van een wachttijd van 12 maanden wettig verblijf valt in één van de volgende situaties weg:

  • Het gaat om gezinshereniging, géén gezinsvorming. Dat wilt zeggen dat de echtelijke band of het partnerschap al bestond vóór de gezinshereniger België binnenkwam.
  • Jij en je echtgenoot of partner hebben een gemeenschappelijk minderjarig kind.
  • Je echtgenoot of partner in België is een erkend vluchteling of geniet subsidiaire beschermingsstatus.

Ouder dan 21 jaar

Jij en je echtgenoot of partner moeten ouder zijn dan 21 jaar.

De minimumleeftijd wordt teruggebracht tot 18 jaar wanneer de echtelijke band of het geregistreerd partnerschap al bestond vóór de derdelander met onbeperkt verblijfsrecht in België toekwam.

Polygamie

Als polygame echtgenoot kan je niet naar België komen met gezinshereniging als een andere echtgeno(o)t(e) al in ons land verblijft.

Toereikende, stabiele en regelmatige bestaansmiddelen

Richtlijn 2003/86/EG

Volgens Europese richtlijn 2003/86/EG mogen lidstaten het bewijs vragen van “stabiele en regelmatige inkomsten die volstaan om het gezin te onderhouden, zonder een beroep te doen op de sociale bijstand van de gastlidstaat”. Volgens het Hof van Justitie gaat dit niet om bijzondere, individueel bepaalde of occasionele sociale bijstand maar om algemene, structurele sociale bijstand (HvJ C-578/08, Chakroun). In België kan een gezin met een inkomen van minstens 100% van het leefloon tarief ‘persoon met een gezin ten laste’ niet structureel ten laste vallen van de sociale bijstand, in de zin van de Europese richtlijn, zoals geïnterpreteerd door het Hof van Justitie.

De Belgische Verblijfswet

De Belgische Verblijfswet vereist “toereikende” bestaansmiddelen, waarbij bepaalde uitkeringen zijn uitgesloten, en waarbij het moet gaan om “stabiele en regelmatige” bestaansmiddelen.

Je echtgenoot of partner in België moet toereikende bestaansmiddelen hebben:

  • Volgens de Verblijfswet is dat zeker het geval als de echtgenoot of partner in België stabiele en regelmatige bestaansmiddelen heeft van minstens 120% van het leefloon tarief ‘persoon met een gezin ten laste’ (artikel 10 § 5 Verblijfswet). Dat bedrag is gekoppeld aan de spilindex van de consumptieprijzen. Momenteel bedraagt dat 1.505,78 euro.
  • Onder de 1.505,78 euro mag DVZ de aanvraag gezinshereniging niet automatisch weigeren. DVZ moet dan eerst een individuele behoefteanalyse maken om te bepalen welke bestaansmiddelen nodig zijn om in de behoeften van het gezin te voorzien, zonder ten laste te vallen van de sociale bijstand (artikel 12bis, §2, vierde lid Vw). Je bezorgt best al bij je aanvraag gezinshereniging alle nuttige informatie en bewijzen over jullie financiële situatie aan DVZ: argumentatie met inkomsten en uitgaven waarom je gezin niet dreigt (structureel) ten laste te vallen van de sociale bijstand.

De volgende inkomsten tellen niet mee voor de berekening van de bestaansmiddelen:

  • leefloon
  • maatschappelijke dienstverlening
  • gezinsbijslag
  • wachtuitkering
  • overbruggingsuitkering
  • werkloosheidsuitkering, tenzij je echtgenoot of partner bewijst dat hij of zij actief werk zoekt. Je echtgenoot of partner moet niet bewijzen dat hij of zij actief op zoek is naar werk als hij of zij vrijgesteld is van de verplichting om beschikbaar te zijn op de arbeidsmarkt, conform artikel 89 en 98bis van het koninklijk besluit werkloosheidsreglementering van 25 november 1991 (Grondwettelijk Hof 26 september 2013, nr. 121/2013).

Het moet gaan om stabiele en regelmatige bestaansmiddelen. Om die reden weigert DVZ vaak inkomsten uit:

  • interimarbeid
  • arbeid tijdens de proefperiode
  • tijdelijke arbeidsovereenkomsten
  • een 'artikel 60 tewerkstelling'

Voor meer info, zie ons overzicht van rechtspraak over de bestaansmiddelenvoorwaarde voor gezinshereniging.

Vrijstelling voor gezinshereniging met vluchteling of subsidiair beschermde binnen het jaar

Als je echtgenoot of partner een erkend vluchteling is of subsidiaire bescherming geniet moet hij of zij geen stabiele en toereikende bestaansmiddelen bewijzen. Er zijn voorwaarden voor de vrijstelling die allemaal vervuld moeten zijn:

  • Het moet gaan om gezinshereniging, géén gezinsvorming. Dat wilt zeggen dat de echtelijke band of het partnerschap al bestond vóór de vluchteling of subsidiair beschermde die zich laat vervoegen, België binnenkwam.
  • Je moet je aanvraag gezinshereniging indienen binnen het jaar nadat je echtgenoot of partner erkend is als vluchteling of de status van subsidiaire bescherming kreeg.
  • De DVZ verzet zich niet tegen de vrijstelling. DVZ kan zich alleen verzetten (door toch bewijzen van bestaansmiddelen te vragen) wanneer de gezinshereniging mogelijk is in een ander land, waarmee één van beide partners een bijzondere band heeft. DVZ houdt in de beslissing rekening met de voorwaarden voor gezinshereniging die dat andere land stelt en met de mogelijkheid voor de partners om aan die voorwaarden te voldoen.

Voldoende huisvesting

Je echtgenoot of partner in België moet over voldoende huisvesting beschikken om je op te vangen.

De woning moet voldoen aan de elementaire vereisten van veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid, zoals bepaald in artikel 2, §1, lid 1 Woninghuurwet.

Wat betekent dat concreet? Het koninklijk besluit van 8 juli 1997 geeft meer uitleg:

De oppervlakte en het volume van de woning moeten voldoende ruim zijn om er te koken, te wonen en te slapen.

Sommige lokalen vormen geen woonvertrek:

  • de voorhal of inkomhal
  • de gangen
  • de toiletten, badkamers en wasruimten
  • de bergplaatsen
  • de niet voor bewoning ingerichte kelders, zolders en bijgebouwen
  • de garages
  • de lokalen voor beroepsbezigheden

Als de woning onbewoonbaar verklaard is, weigert de DVZ je aanvraag. 

De DVZ, niet de gemeente, oordeelt of er voldoende huisvesting is. De gemeente gaat alleen na of je de vereiste documenten overmaakte.

Vrijstelling voor gezinshereniging met vluchteling of subsidiair beschermde binnen het jaar

Als je echtgenoot of partner in België een erkend vluchteling is of subsidiaire bescherming geniet, moet hij of zij niet aantonen dat hij over voldoende huisvesting beschikt. Er zijn voorwaarden voor de vrijstelling die allemaal vervuld moeten zijn:

  • Het moet gaan om gezinshereniging, géén gezinsvorming. Dat wilt zeggen dat de echtelijke band of het partnerschap al bestond vóór de vluchteling of subsidiair beschermde die zich laat vervoegen, België binnenkwam.
  • Je moet je aanvraag gezinshereniging indienen binnen het jaar nadat je echtgenoot of partner erkend is als vluchteling of de status van subsidiaire bescherming kreeg.
  • De DVZ verzet zich niet tegen de vrijstelling. DVZ kan zich alleen verzetten (door toch bewijzen van behoorlijke huisvesting te vragen) wanneer de gezinshereniging mogelijk is in een ander land, waarmee één van beide partners een bijzondere band heeft. DVZ houdt in de beslissing rekening met de voorwaarden voor gezinshereniging die dat andere land stelt en met de mogelijkheid voor de partners om aan die voorwaarden te voldoen.

Ziekteverzekering

Je echtgenoot of partner in België moet een ziekteverzekering hebben die jouw risico's dekt.

Vrijstelling voor gezinshereniging met vluchteling of subsidiair beschermde binnen het jaar

Als je echtgenoot of partner in België een erkend vluchteling is of subsidiaire bescherming geniet, moet hij niet aantonen dat hij een ziekteverzekering heeft. Er zijn voorwaarden voor de vrijstelling die allemaal vervuld moeten zijn:

  • Het moet gaan om gezinshereniging, géén gezinsvorming. Dat wilt zeggen dat de echtelijke band of het partnerschap al bestond vóór de vluchteling of subsidiair beschermde die zich laat vervoegen, België binnenkwam.
  • Je moet je aanvraag gezinshereniging indienen binnen het jaar nadat je echtgenoot of partner erkend is als vluchteling of de status van subsidiaire bescherming kreeg.
  • De DVZ verzet zich niet tegen de vrijstelling. DVZ kan zich alleen verzetten (door toch bewijzen van ziekteverzekering te vragen) wanneer de gezinshereniging mogelijk is in een ander land, waarmee één van beide partners een bijzondere band heeft. DVZ houdt in de beslissing rekening met de voorwaarden voor gezinshereniging die dat andere land stelt en met de mogelijkheid voor de partners om aan die voorwaarden te voldoen.

Volksgezondheid

Je mag geen gevaar vormen voor de volksgezondheid. Om die reden mag je niet lijden aan één van de ziekten opgesomd in de bijlage bij de Verblijfswet.

Geen gevaar voor de openbare orde of veiligheid

Je mag geen gevaar betekenen voor de openbare orde of veiligheid.

Samenwoonst

Je moet komen samenwonen met je echtgenoot of partner in België.  

 

Extra informatie