Bij je aanvraag om gezinshereniging moet je een aantal documenten voorleggen. 

Moet je altijd alle documenten overmaken? Dat hangt af van de voorwaarden die op jou van toepassing zijn. Als je vrijgesteld bent van een voorwaarde, dan moet je dat document niet voorleggen.

Betalingsbewijs bijdrage in administratieve kosten

Je bewijst dat je de bijdrage betaald hebt voor de behandeling van je aanvraag met een bewijs van betaling (bijvoorbeeld een rekeninguittreksel of een stortingsbewijs met stempel van de post).

Een geldig paspoort

In principe moet je een geldig paspoort hebben. Je land van herkomst geeft dit af. Als je kan aantonen dat je geen paspoort kan bekomen, dan kan de DVZ je een laisser-passer geven.

Huwelijksakte of akte van het geregistreerd partnerschap

De verwantschap of het partnerschap met je echtgenoot of partner in België bewijs je met een huwelijksakte of een akte van geregistreerd partnerschap.

Heb je een buitenlandse akte? Dan moet je die eventueel laten legaliseren of voorzien van een apostille. Als de akte in een andere taal opgesteld is dan het Nederlands, Frans, Duits of Engels, moet een beëdigd vertaler de akte vertalen. De Belgische ambassade werkt samen met een aantal beëdigde vertalers. Contacteer de ambassade om te weten op welke vertalers je een beroep kan doen.

België moet het buitenlands huwelijk of geregistreerd partnerschap erkennen. In de praktijk gaat de erkenning soms gepaard met een onderzoek naar schijnhuwelijk of schijnpartnerschap. 

Hangende onderzoeken naar schijnhuwelijken of schijnpartnerschappen mogen jouw rechten of die van je echtgenoot of partner niet belemmeren. Dat wil zeggen dat de procedure voor gezinshereniging verder moet lopen zonder vertraging. Je moet binnen de voorziene termijn alle verblijfsdocumenten krijgen. Als het onderzoek uitwijst dat het effectief gaat om een schijnhuwelijk of schijnpartnerschap, dan kan DVZ het verblijfsrecht altijd intrekken (zie artikelen 11§2 en 12bis Verblijfswet; zie ook de Mededeling van de Europese Commissie over de richtlijn vrij verkeer). 

Als je onmogelijk een officiële akte kan voorleggen, kan de DVZ rekening houden met ‘andere geldige bewijzen’. 

Voorbeelden van andere geldige bewijzen zijn:

  • akte van een traditioneel huwelijk
  • een notariële akte, gehomologeerd door de bevoegde overheid
  • een religieuze akte
  • een nationale identiteitskaart die de huwelijksband vermeldt
  • uittreksel van de huwelijksakte
  • een vervangend vonnis

De onmogelijkheid moet onafhankelijk van je wil zijn ontstaan. Dat is zo in de volgende gevallen:

  • België erkent het betrokken land niet.
  • Je persoonlijke situatie is moeilijk verzoenbaar met een terugkeer naar de betrokken staat of met een contact met zijn overheden.

Soms maakt de interne situatie van het betrokken land het onmogelijk om een officiële akte voor te leggen, doordat:

  • de documenten vernietigd werden en er geen enkel ander middel bestaat om ze te vervangen,
  • de bevoegde nationale overheden niet naar behoren functioneren, of
  • de bevoegde nationale overheden niet meer bestaan.

Als je ook geen ‘andere geldige bewijzen’ kan voorleggen, dan kan de DVZ jou en je echtgenoot of partner uitnodigen voor een gesprek.

Een kopie van de verblijfsvergunning van je echtgenoot of partner in België

Je moet een kopie voorleggen van de verblijfsvergunning van je echtgenoot of partner in België.

Bewijs leeftijd

Jij en je echtgenoot of partner moeten ouder zijn dan 21 jaar. Je bewijst je leeftijd met een geboorteakte of een akte van bekendheid. Of met een paspoort.

Kijk na of je je akte moet laten legaliseren of voorzien van een apostille.

Bewijs van toereikende en stabiele bestaansmiddelen

Je kan toereikende en stabiele bestaansmiddelen bewijzen met:

  • het meest recente aanslagbiljet in de personenbelasting
  • loonfiches
  • een arbeidscontract
  • rekeninguittreksels
  • de meest recente boekhoudkundige balans
  • pensioenfiches
  • bewijzen van het actief zoeken naar werk, in combinatie met het bewijs van de werkloosheidsuitkering

De DVZ vraagt dat je bij voorkeur bewijzen overmaakt van bestaansmiddelen van de laatste 12 maanden.

Als je echtgenoot of partner aantoont dat hij een inkomen heeft dat gelijk of hoger is dan het wettelijke referentiebedrag, hoef je geen bijkomende bewijzen toe te voegen (Grondwettelijk Hof 26 september 2013, nr. 121/2013).

Wat als de bestaansmiddelen van je partner lager zijn dan 1.969,00 euro per maand?

Geef dan best alle gegevens zodat de DVZ de financiële toestand van je partner kan beoordelen. Geef bijvoorbeeld een gedetailleerd overzicht van zijn maandelijkse inkomsten en uitgaven. Die informatie is nodig om een individuele behoefteanalyse te maken. Zo kan de DVZ bepalen hoeveel bestaansmiddelen het gezin nodig heeft om te kunnen voorzien in de eigen behoeften, zonder ten laste te vallen van het OCMW.

Bewijs van voldoende huisvesting

Je kan bewijzen dat je derdelandse echtgenoot of partner voldoende huisvesting heeft met:

  • een geregistreerd huurcontract van de woning die hij huurt en waar hij zijn hoofdverblijfplaats heeft
  • een notariële eigendomsakte van de woning waar hij woont en waar hij zijn hoofdverblijfplaats heeft

Het is niet absoluut zeker dat de DVZ het geregistreerd huurcontract of de notariële eigendomsakte aanvaardt als bewijs. De documenten zijn alleen maar een weerlegbaar vermoeden. De DVZ kan dat vermoeden weerleggen en dus je verblijfsrecht toch weigeren. Bijvoorbeeld als de woning niet voldoende ruim is om er te koken, te wonen en te slapen (zie het koninklijk besluit elementaire vereisten woninghuur van 8 juli 1997). In de praktijk zal de DVZ dat moeilijk kunnen controleren. Tenzij bijvoorbeeld in de huurovereenkomst zelf staat dat het gaat om een eenpersoonswoning.

Zorg ervoor dat je bewijzen actueel zijn. Leg de bewijzen van huisvesting voor van het adres waar je derdelandse echtgenoot of partner effectief woont op het moment van de aanvraag. Het heeft geen zin om een huurcontract of eigendomsakte af te geven van een woning waar je gezin pas later in zal trekken, bijvoorbeeld na de gezinshereniging. Zelfs al is die woning ruimer en beter geschikt. Op de wachtlijst staan voor een sociale woning, voldoet niet als bewijs.

Een huurcontract moet geregistreerd zijn op het registratiekantoor. De registratie is een verplichting van de verhuurder. Maar ook de huurder kan het zelf laten registreren.

In de praktijk eist de DVZ niet dat je derdelandse echtgenoot of partner zelf als huurder vermeld staat in het geregistreerd huurcontract. Het volstaat dat hij op dat adres woont en dat dat blijkt uit het Rijksregister. De persoon die wel als huurder vermeld staat in de huurovereenkomst moet een familielid zijn van je derdelandse echtgenoot of partner.

De eigendomsakte moet een notariële akte zijn. Een compromis wordt niet aanvaard.

Lees meer over registratie van huurcontracten

Bewijs van ziekteverzekering

Bij een aanvraag in België kan je het bewijs leveren met:

  • Een aansluiting bij een Belgische mutualiteit.
  • Een privéziekteverzekering: de privéziekteverzekering dekt de risico’s in België gedurende minstens 3 maanden, voor een bedrag van 30.000 euro. Je moet ook bewijzen dat je echtgenoot of partner in België aangesloten is bij een Belgisch ziekenfonds.
  • Een buitenlandse ziekteverzekering: de buitenlandse ziekteverzekering moet de risico’s in België dekken. De DVZ vermeldt de buitenlandse ziekteverzekering niet op zijn website als mogelijk bewijs, maar de Verblijfswet sluit dat niet uit.

Bij een aanvraag in het buitenland kan je het bewijs leveren met:

  • Een modelattest van de Belgische mutualiteit van je echtgenoot in België: een modelattest is enkel mogelijk bij huwelijk. 

    Het modelattest bevestigt dat jij je in België kan aansluiten bij de mutualiteit.

  • Een privéziekteverzekering: de privéziekteverzekering dekt de risico’s in België gedurende minstens 3 maanden, voor een bedrag van 30.000 euro. Je moet ook bewijzen dat je echtgenoot of partner in België aangesloten is bij een Belgisch ziekenfonds.
  • Een buitenlandse ziekteverzekering: de buitenlandse ziekteverzekering moet de risico’s in België dekken. De DVZ vermeldt de buitenlandse ziekteverzekering niet op zijn website als mogelijk bewijs, maar de Verblijfswet sluit dat niet uit.

Medisch attest

Je moet een medisch attest voorleggen. Het attest bevestigt dat je niet lijdt aan een ziekte die een gevaar vormt voor de Belgische volksgezondheid. Het mag niet ouder zijn dan 6 maanden. Het attest kan opgesteld worden door een arts die erkend is door de Belgische ambassade. Contacteer de ambassade om te weten op welke arts je een beroep kan doen. Als je voor een niet-erkende geneesheer kiest moet je zijn handtekening laten legaliseren door de bevoegde plaatselijke overheid. Nadien moet je de handtekening van deze overheid laten legaliseren door de Belgische diplomatieke post. Ben je al in België? Dan kan je een medisch attest laten opmaken door een arts naar keuze in België.

Een uittreksel uit het strafregister

Je moet een uittreksel uit het strafregister voorleggen of een bewijs van goed gedrag en zeden. In principe vraag je dit aan bij de bevoegde overheid in het land van herkomst. Het document mag niet ouder zijn dan 6 maanden. Kijk na of je het buitenlands document moet laten legaliseren of voorzien van een apostille. Als het document in een andere taal opgesteld is dan het Duits, het Engels, het Frans of het Nederlands, dan moet je het laten vertalen door een beëdigd vertaler. De Belgische ambassade werkt samen met een aantal beëdigde vertalers. Contacteer de ambassade om te weten op welke vertalers je een beroep kan doen.

Extra informatie