Een geldig paspoort

In principe moet je een geldig paspoort hebben. Je land van herkomst geeft dit af. Als je kan aantonen dat je geen paspoort kan bekomen, geeft DVZ in de praktijk soms een laisser-passer af.

Geboorte- of adoptieakte van je kind

De bloedverwantschap of aanverwantschap met je kind bewijs je met de geboorte- of adoptieakte van je kind.

Heb je een buitenlandse akte? Dan moet je die eventueel laten legaliseren of voorzien van een apostille. Als de akte in een andere taal opgesteld is dan het Nederlands, Frans, Duits of Engels, moet een beëdigd vertaler de akte vertalen. De Belgische ambassade werkt samen met een aantal beëdigde vertalers. Contacteer de ambassade om te weten op welke vertalers je een beroep kan doen.

Als je onmogelijk een officiële akte kan voorleggen, kan de DVZ rekening houden met ‘andere geldige bewijzen’. 

Voorbeelden van andere geldige bewijzen zijn:

  • een geboortecertificaat of geboorteattest
  • een huwelijksakte, opgesteld door de Belgische ambtenaar voor de burgerlijke stand, waarin de afstammingsband vermeld wordt
  • een notariële akte, gehomologeerd door de bevoegde overheid
  • een affidavit
  • een nationale identiteitskaart die de afstammingsband vermeldt
  • een huwelijkscontract waarin de afstammingsband vermeld wordt
  • uittreksels van de geboorteregisters
  • een vervangend vonnis

De onmogelijkheid moet ontstaan zijn onafhankelijk van je wil. Dat is zo in de volgende gevallen:

  • België erkent het betrokken land niet.
  • Je persoonlijke situatie is moeilijk verzoenbaar met een terugkeer naar de betrokken staat of met een contact met zijn overheden.

Soms maakt de interne situatie van het betrokken land het onmogelijk om een officiële akte voor te leggen, doordat:

  • de documenten vernietigd werden en er geen enkel ander middel bestaat om ze te vervangen
  • de bevoegde nationale overheden niet naar behoren functioneren
  • de bevoegde nationale overheden niet meer bestaan

Als je ook geen ‘andere geldige bewijzen’ kan voorleggen, dan kan de DVZ een DNA-test uitvoeren.

Kopie van de verblijfsvergunning van je kind in België

Je moet een kopie voorleggen van de verblijfsvergunning van je kind in België.

Medisch attest

Je moet een medisch attest voorleggen. Het attest bevestigt dat je niet lijdt aan een ziekte die een gevaar vormt voor de Belgische volksgezondheid. Het mag niet ouder zijn dan 6 maanden. Het attest kan opgesteld worden door een arts die erkend is door de Belgische ambassade. Contacteer de ambassade om te weten op welke arts je een beroep kan doen. Als je voor een niet-erkende geneesheer kiest moet je zijn handtekening laten legaliseren door de bevoegde plaatselijke overheid. Nadien moet je de handtekening van deze overheid laten legaliseren door de Belgische diplomatieke post. Ben je al in België? Dan kan je een medisch attest laten opmaken door een arts naar keuze in België.

Een uittreksel uit het strafregister

Je moet een uittreksel uit het strafregister voorleggen of een bewijs van goed gedrag en zeden. In principe vraag je dit aan bij de bevoegde overheid in het land van herkomst. Het document mag niet ouder zijn dan 6 maanden. Kijk na of je het buitenlands document moet laten legaliseren of voorzien van een apostille. Als het document in een andere taal opgesteld is dan het Duits, het Engels, het Frans of het Nederlands, dan moet je het laten vertalen door een beëdigd vertaler. De Belgische ambassade werkt samen met een aantal beëdigde vertalers. Contacteer de ambassade om te weten op welke vertalers je een beroep kan doen.

Bewijs van toereikende en stabiele bestaansmiddelen

Dit bewijs moet je pas voorleggen als je een onbeperkt verblijfsrecht vraagt. Je kan dit ten vroegste na 5 jaar verblijf vragen.

Je kan toereikende en stabiele bestaansmiddelen bewijzen met:

  • het meest recente aanslagbiljet in de personenbelasting
  • loonfiches
  • een arbeidscontract
  • rekeninguittreksels
  • de meest recente boekhoudkundige balans
  • pensioenfiches
  • bewijzen van het actief zoeken naar werk, in combinatie met het bewijs van de werkloosheidsuitkering

De DVZ vraagt dat je bij voorkeur bewijzen overmaakt van bestaansmiddelen van de laatste 12 maanden.

Als je aantoont dat je een inkomen hebt dat gelijk of hoger is dan het wettelijke referentiebedrag, dan hoef je geen bijkomende bewijzen toe te voegen (Grondwettelijk Hof 26 september 2013, nr. 121/2013).

Wat als je bestaansmiddelen lager zijn dan 1.969,00 euro per maand?

Geef dan best alle gegevens zodat de DVZ de financiële toestand van je gezin kan beoordelen. Geef bijvoorbeeld een gedetailleerd overzicht van je maandelijkse inkomsten en uitgaven. Die informatie is nodig om een individuele behoefteanalyse te maken. Zo kan de DVZ bepalen hoeveel bestaansmiddelen je gezin nodig heeft om te kunnen voorzien in de eigen behoeften, zonder ten laste te vallen van het OCMW.

 

Extra informatie