Kind geboren in het buitenland uit een Belgische ouder, zelf geboren in het buitenland

Als je kind in het buitenland geboren is, en je bent zelf als Belg ook in het buitenland geboren, wordt je kind pas Belg nadat je als ouder een verklaring aflegt. Dat vind je terug in artikel 8, §1, 2°, b) van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (WBN).

Je moet de verklaring afleggen binnen een termijn van 5 jaar na de geboorte van het kind. Je moet om dit te kunnen doen niet noodzakelijk het ouderlijk gezag uitoefenen.

Je legt de verklaring af voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van je eigen woonplaats. In het buitenland leg je die bij de Belgische ambassade of het beroepsconsulaat af.

Je legt de volgende documenten voor:

  • de originele geboorteakte van het kind, als bewijs van de geldige afstammingsband
  • bewijs van je Belgische nationaliteit

De ambtenaar doet de inschrijving van de verklaring in het geboorteregister. De verklaring wordt vermeld op de geboorteakte. De geboorteakte wordt overgeschreven in het bevolkingsregister.

Het kind is Belg vanaf de overschrijving van de geboorteakte in het bevolkingsregister.

Kind geboren in België uit een niet-Belgische ouder (kind 'van de tweede generatie')

Als een kind in België geboren is en geen van de ouders is zelf Belg, maar beide ouders hebben al 10 jaar hun hoofdverblijfplaats in België, wordt het kind pas Belg nadat de ouders een verklaring hebben afgelegd. Deze verklaring moet gebeuren voor het kind 12 jaar is. Dit vind je terug in artikel 11bis WBN.

Er zijn een aantal bijkomende voorwaarden:

  • Het kind heeft zijn hoofdverblijfplaats in België, en dit ononderbroken sinds zijn geboorte.
  • Beide ouders hebben hun hoofdverblijfplaats in België gehad gedurende 10 jaar voor de verklaring.
  • Minstens één van de ouders heeft een verblijfsrecht van onbeperkte duur in België op het ogenblik van de verklaring.

In principe gebeurt de verklaring door beide ouders. De verklaring gebeurt door één ouder als de andere ouder:

  • overleden is.
  • in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven. Bijvoorbeeld na een onbekwaamverklaring of ontzetting uit het ouderlijk gezag.
  • afwezig is verklaard door de rechtbank van eerste aanleg. Dit kan zowel het vermoeden van afwezigheid zijn als het vonnis houdende verklaring van afwezigheid.
  • zijn hoofdverblijfplaats niet meer in België heeft, maar akkoord gaat met de toekenning van de Belgische nationaliteit.

Wat als de andere ouder die zijn hoofdverblijfplaats niet meer in België heeft, niet akkoord gaat? In dat geval beslist de familierechter, op advies van de procureur des Konings en na de ouders of adoptanten gehoord te hebben. De rechter moet oordelen of de weigering van de andere ouder misbruik uitmaakt en of de verklaring enkel het belang van het kind om de Belgische nationaliteit te hebben voor ogen heeft. Als dat het geval is, willigt de rechter de verklaring in. 

De verklaring van slechts een ouder volstaat ook als:

  • de afstamming van het kind alleen ten aanzien van één van zijn ouders vaststaat.

De procedure van deze verklaring staat beschreven in art. 11bis, §3 WBN en volgt grotendeels de procedure van art. 15 WBN (nationaliteitsverklaring), behalve op deze vlakken:

  • De verklaring wordt afgelegd voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van de hoofdverblijfplaats van het kind, niet van diegene die de verklaring aflegt.
  • De schrijfwijze van de naam van alle betrokkenen moet in alle registers en documenten identiek zijn. Anders wordt de aanvraag opgeschort tot de naam overal gelijk is gemaakt.
  • De procureur des Konings heeft 4 maanden de tijd om een negatief advies uit te brengen, als de verklaring een ander doel zou hebben dan het belang van het kind om de Belgische nationaliteit te krijgen, of als de grondvoorwaarden niet vervuld zijn.

De volgende documenten moeten worden voorgelegd:

  • geboorteakte van het kind of een vervangend document
  • geboorteakte van de ouders of adoptanten
  • getuigschrift van verblijfplaats met overzicht van de adressen van het kind vanaf de geboorte
  • getuigschrift van verblijfplaats met overzicht van de adressen van de ouders van de afgelopen 10 jaar
  • bewijs van verblijfsrecht van onbepaalde duur van één van de ouders

Als een van de ouders geen verklaring kan afleggen, moeten ook de volgende documenten worden voorlegd, afhankelijk van de situatie:

  • De akte van toestemming van de ouder die zijn hoofdverblijfplaats niet meer in België heeft en het bewijs van verblijf in het buitenland.
  • De akte die de onmogelijkheid tot het afleggen van de verklaring van één van de ouders bevestigt (bijvoorbeeld het bewijs van overlijden, het vonnis houdende verklaring van afwezigheid,...).

De ambtenaar van de burgerlijke stand voegt zelf de documenten toe met de gegevens uit het Rijksregister, zoals de Belgische geboorteakte van het kind en de getuigschriften van verblijfplaats. 

De documenten die door de ouder(s) verzameld en afgegeven werden, worden aan het einde van de procedure onmiddellijk teruggegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand.

Kosten

De verklaring is gratis.

Soms moet je bij de gemeente zegelrechten betalen voor de afgifte van akten van de burgerlijke stand en de uittreksels uit de bevolkings- en vreemdelingenregisters.

Als je naar de rechtbank stapt, moet je rolrechten betalen. 

 

Extra informatie