Voorwaarden

Je moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • je bent meerderjarig
  • je hebt al minstens 5 jaar een ononderbroken wettelijk verblijf en hoofdverblijfplaats in België
  • je hebt een verblijfsrecht van onbeperkte duur op het moment van de aanvraag
  • je bewijst je talenkennis
  • je bewijst je maatschappelijke integratie
  • je bewijst je economische participatie

Dat vind je terug in artikel 12bis, §1, 2° van het Wetboek van de Belgische nationaliteit.

Ononderbroken wettelijk verblijf en hoofdverblijfplaats

Je moet al minstens 5 jaar een ononderbroken wettelijk verblijf en hoofdverblijfplaats in België hebben.

Wat wordt verstaan onder wettelijk verblijf en hoofdverblijfplaats? En welke documenten worden aanvaard? Lees meer hierover op de pagina 'Wat zijn wettelijk verblijf en hoofdverblijfplaats in het kader van een nationaliteitsprocedure?' via de link onder aan de pagina.

Maatschappelijke integratie

Je kan je maatschappelijke integratie bewijzen door een van de volgende bewijsmiddelen:

  • een diploma of getuigschrift van minimum het hoger secundair onderwijs
  • het gevolgd hebben van een beroepsopleiding van minimum 400 uur
  • de voorbije 5 jaar onafgebroken als werknemer of zelfstandige te hebben gewerkt
  • het met succes gevolgd hebben van een inburgeringstraject, onthaaltraject of integratieparcours

Opmerking

Het is op dit moment niet duidelijk welke documenten aanvaard kunnen worden als bewijs van ‘het met succes gevolgd hebben van een inburgeringstraject’. Een attest van inburgering moet in elk geval aanvaard worden. Of ook andere documenten aanvaard kunnen worden, moet nog door de beleidsverantwoordelijken bepaald worden. Op dit moment verschillen de praktijken. 

Talenkennis

Het bewijs van je maatschappelijke integratie geldt meteen ook als bewijs van je talenkennis. Je hoeft dus niet meer apart je talenkennis te bewijzen.

Opmerking

Als je je maatschappelijke integratie bewijst met het bewijs van het gevolgd hebben van een inburgeringscursus, rijzen er enkele vragen. Het vereiste niveau van talenkennis om Belg te worden is het niveau A2. Tot 1 september 2014 hield een Vlaams inburgeringstraject enkel het niveau A1 in. Vanaf 1 september is dat niveau opgetrokken tot niveau A2. In het KB van 14 januari 2013 wordt ‘het gevolgd hebben van een inburgeringscursus’ zonder verdere specificaties opgesomd als bewijsmiddel voor talenkennis van het niveau A2. Maar in de praktijk wordt vaak een uitdrukkelijk bewijs van het slagen voor niveau A2 gevraagd. We wachten op verdere verduidelijking van de beleidsverantwoordelijken.

Ook is het op dit moment niet duidelijk welke documenten aanvaard kunnen worden als bewijs van ‘het gevolgd hebben van een inburgeringscursus’. Dat moet nog door de beleidsverantwoordelijken bepaald worden. Op dit moment verschillen de praktijken. 

Economische participatie

Je kan je economische participatie bewijzen door:

  • als werknemer (of als statutair benoemde in overheidsdienst) de voorbije 5 jaar minimum 468 arbeidsdagen te hebben gewerkt
  • als zelfstandige in hoofdberoep de voorbije 5 jaar minstens 6 kwartalen de verschuldigde sociale kwartaalbijdragen voor zelfstandigen in België te hebben betaald

Je legt een van de volgende documenten voor om die economische participatie te bewijzen:

  • als werknemer in de privé-sector: individuele rekeningen afgeleverd door de werkgever.
  • als werknemer in overheidsdienst: een attest van de bevoegde dienst van de overheid waaruit blijkt dat je de afgelopen 5 jaar minimum 468 arbeidsdagen gewerkt hebt.
  • als statutair ambtenaar in overheidsdienst: het bewijs van je definitieve benoeming én een attest van de bevoegde overheidsdienst waaruit blijkt dat je de afgelopen 5 jaar minimum 468 arbeidsdagen gewerkt hebt
  • als zelfstandige: een document waaruit blijkt dat je de afgelopen 5 jaar minstens 6 kwartalen de verschuldigde sociale kwartaalbijdragen voor zelfstandigen hebt betaald

Aftrek duur opleiding van de arbeidsdagen

De duur van de onderwijs- of beroepsopleiding die gevolgd werd in de 5 jaar voorafgaand aan de nationaliteitsverklaring wordt afgetrokken van de vereiste 468 arbeidsdagen of van de duur van de zelfstandige beroepsactiviteit. Deze opleidingen vergemakkelijken de toegang tot de arbeidsmarkt en leveren dus het bewijs van de wil tot economische participatie.

Alleen als een diploma of getuigschrift behaald werd, telt de opleiding mee. Bovendien kunnen enkel die jaren van de opleiding die in de laatste 5 jaar voor het indienen van de nationaliteitsverklaring gevolgd werden, in mindering gebracht worden van de vereiste arbeidsdagen. 

De omzendbrief verduidelijkt op welke manier de duurtijd van de opleiding in mindering kan worden gebracht van de vereiste arbeidsdagen in het kader van de economische participatie. De omzendbrief geeft volgende voorbeelden:

  • Een getuigschrift van hoger secundair onderwijs, voor zover gevolgd tijdens de laatste 5 jaar voor de indiening van de nationaliteitsverklaring, telt per jaar voor 182 arbeidsdagen. Want: een schooljaar in België telt gemiddeld 182 lesdagen. Het hoger secundair onderwijs bestaat uit een cyclus van drie jaar en kan dus maximaal voor drie keer 182 dagen (dus 546 dagen) meetellen, voor zover die 3 jaar in de 5 jaar voor het afleggen van de verklaring gevolgd werden. Hiermee zou men dus voldoen aan de voorwaarde van economische participatie, want dit is meer dan 468 arbeidsdagen.
  • Een academisch jaar van 60 credits telt mee voor 236 arbeidsdagen. Een bachelor- of masterdiploma, waarvan de opleiding van drie, vier of vijf jaar gevolgd werd in de 5 jaar voor het indienen van de verklaring, is dus in elk geval voldoende ter bewijs van de economische participatie.
  • Indien je een beroepsopleiding van 400 uur gevolgd hebt in de laatste 5 jaar voor het indienen van de nationaliteitsverklaring, kan die voor 52,5 arbeidsdagen in mindering gebracht worden van de vereiste 468 arbeidsdagen.

Welke documenten leg je voor?

Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 zorgt voor administratieve vereenvoudiging. Artikel 14 van dat KB bepaalt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand zelf alle documenten toevoegt waartoe hij toegang heeft via het Rijksregister. Je moet dus niet meer zelf eerst een uittreksel uit het Rijksregister aanvragen om het toe te voegen aan je dossier.

De ambtenaar van de burgerlijke stand legt de volgende documenten voor:

  • het bewijs van je wettig verblijf van onbeperkte duur op het moment van de aanvraag
  • het bewijs van het onafgebroken wettig en hoofdverblijf de laatste 5 jaar

Jij legt de volgende documenten voor:

  • een geboorteakte of vervangend document
  • het bewijs van de betaling van je registratierecht
  • het bewijs van maatschappelijke integratie
  • het bewijs van economische participatie
  • het bewijs van talenkennis: door het bewijs van maatschappelijke integratie

Lees gedetailleerde informatie over de documenten die je moet voorleggen op de verwante pagina's. De links staan onder aan deze pagina.

 

Extra informatie