Om voor iedereen de toegang tot een rekening en een minimale financiële dienstverlening te verzekeren, werd de basisbankdienst ingevoerd.

Wetgevend kader

Als je in een Europese lidstaat verblijft, heb je recht op een basisbankdienst. Dat vloeit voort uit de Europese Richtlijn 2014/92/EU over de toegang tot betaalrekeningen. In België is de basisbankdienst opgenomen in het Wetboek Economisch Recht (WER, Boek VII, Titel 3, Hoofdstuk 8).

Waaruit bestaat de basisbankdienst?

De basisbankdienst bestaat uit een bankrekening en een bankkaart (debetkaart) waarmee je minimaal volgende verrichtingen kan uitvoeren:

  • elektronisch betalen met een bankkaart (debetkaart)
  • contant geld afhalen en storten
  • geld overschrijven
  • domiciliëringen instellen
  • doorlopende betalingsopdrachten instellen
  • rekeninguittreksels opvragen
  • 36 gratis verrichtingen per jaar aan het loket (storten, overschrijven, …)

Deze diensten moeten toegankelijk zijn over de ganse Europese Unie. Er is geen beperking op het aantal verrichtingen.

Verrichtingen die niet mogelijk zijn:

  • transacties die leiden tot een negatief saldo op je bankrekening
  • boeken van cheques
  • betalen met uitstel

Kostprijs

In 2021 bedraagt de maximumkostprijs voor de basisbankdienst 16,34 euro per jaar. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.

Overschrijd je het toegestane aantal gratis verrichtingen aan het loket (36), dan mag de bank je de bijkomende verrichtingen tegen het gewone tarief aanrekenen.

Bij welke bank?

Elke bank die werkzaam is in België moet de basisbankdienst aanbieden (Art. VII.57. § 2. Wetboek van Economisch recht).

 

Extra informatie