Als je dakloos bent, kan je onder bepaalde voorwaarden een referentieadres krijgen bij het OCMW. Je wordt in dat geval op het adres van het OCMW ingeschreven in de bevolkingsregisters. Dankzij het referentieadres kan je dan (blijven) genieten van je recht op een uitkering (bv/ kinderbijslag of werkloosheidsuitkering), je post ontvangen en kan je andere zaken regelen waar je een adres voor nodig hebt. Het doel van deze mogelijkheid tot inschrijving op een referentieadres is dan ook om de dakloze beter te integreren in de samenleving. Indien de dakloze cumulatief aan onderstaande voorwaarden voldoet, beschikt hij over een subjectief recht dat hij desnoods bij de arbeidsrechtbank, in zijn relatie met het OCMW, kan afdwingen. 

Voorwaarden

Je kan een referentieadres bekomen bij het OCMW als je:

  • toegelaten of gemachtigd bent om voor een langere termijn dan drie maanden in België te verblijven, gemachtigd bent je er te vestigen, of om een andere reden kan ingeschreven worden overeenkomstig de Verblijfswet. 
  • geen verblijfplaats (meer) hebt omdat je onvoldoende bestaansmiddelen hebt
  • over geen enkele inschrijving in de bevolkingsregisters beschikt
  • maatschappelijke dienstverlening of maatschappelijke integratie aanvraagt

Personen met een inschrijving in het wachtregister of een loutere vermelding in het Rijksregister (zoals het diplomatiek personeel) komen niet in aanmerking voor een referentieadres bij het OCMW.  

‘Onvoldoende bestaansmiddelen’ betekent dat je geen bestaansmiddelen hebt of dat je inkomen ontoereikend is om op eigen krachten een woning te betrekken.

Met ‘inschrijving in de bevolkingsregisters’ wordt zowel een reëel adres bedoeld, als een referentieadres bij een particulier.

Je aanvraag tot het bekomen van een referentieadres wordt beschouwd als een aanvraag om maatschappelijke dienstverlening. Je moet dus niet noodzakelijk leefloon of financiële steun vragen.

Belangrijk is dat het gaat om ‘structureel’ daklozen. Iemand die bij familie of vrienden verblijft ten gevolge van een tijdelijk huisvestingsprobleem is niet structureel dakloos.

De voorwaarde van 'maatschappelijke dienstverlening of maatschappelijke integratie' wordt ruim geïnterpreteerd. Het bevat ook een vraag tot ‘preventie hulp’ om een sociale uitkering in regel te houden.

Als je een referentieadres krijgt bij het OCMW, geldt de inschrijving op het adres van het OCMW ook voor je gezinsleden.

Aanvraag

Je kan een referentieadres mondeling of schriftelijk aanvragen bij het OCMW.

Je vraagt een referentieadres aan bij het OCMW van de gemeente waar je gewoonlijk verblijft. Als je al maatschappelijke dienstverlening krijgt van een OCMW, dan is datzelfde OCMW bevoegd voor je aanvraag 'inschrijving als referentieadres'. Ontvang je geen maatschappelijke dienstverlening van een OCMW? Dan is het OCMW bevoegd van de gemeente waar je effectief verblijft.

De inschrijving op het referentieadres gebeurt onmiddellijk zodra de documenten tot aanvraag aankomen op de gemeentelijke dienst Burgerzaken. De datum van inschrijving is de datum van aangifte. Dit is de datum opgenomen bij ondertekening van de documenten binnen het OCMW.

Het OCMW gaat in een sociaal onderzoek na of je aan alle voorwaarden voor een referentieadres bij het OCMW voldoet.

Als je aan alle voorwaarden voldoet, krijg je van het OCMW een document waarin dit bevestigd wordt. Is dat niet het geval, dan kan het OCMW je een document afleveren met een motivering waarom de voorwaarden niet vervuld zijn. Het OCMW is hier wettelijk niet toe verplicht.

Er is geen wettelijke behandelingstermijn voorzien waarbinnen het OCMW moet antwoorden op je vraag.   

Als je een referentieadres bij het OCMW krijgt, moet je je een keer per trimester bij het OCMW aanmelden.

Het OCMW mag geen bijdrage vragen als tegenprestatie voor een inschrijving op hun adres. 

In welbepaalde gevallen kan de gemeente, na een melding van het OCMW, je inschrijving op het referentieadres in het Rijksregister schrappen. Redenen tot schrapping zijn dat de dakloze persoon:

  • niet langer structureel dakloos is;
  • beschikt over voldoende bestaansmiddelen om een woning te kunnen huren;
  • een nieuw domicilieadres verworven heeft; of
  • zich niet minstens éénmaal per 3 maanden aanbiedt.
Extra informatie