Het OCMW heeft een informatieverstrekkingsplicht wanneer een gezin met kinderen in onwettig verblijf komt aankloppen bij het OCMW voor dringende medische hulp.

Het OCMW moet op eigen initiatief:

  • het gezin informeren over de materiële opvang in een federaal opvangcentrum
  • het gezin het informatiedocument geven 

Het OCMW doet dat op eigen initiatief. Dus ook als het gezin weinig of geen interesse toont in materiële opvang.

Als het gezin beroep doet op de materiële opvang, dan verwijst Fedasil het gezin door naar een terugkeercentrum. Sinds mei 2013 verwijst Fedasil de gezinnen door naar het terugkeercentrum in Holsbeek.

Als de maatschappelijk werker nadien oordeelt dat het gezin weloverwogen en bewust beslist om geen beroep te doen op materiële opvang, dan moet het OCMW de procedure voor materiële opvang niet opstarten. Het OCMW behandelt dan alleen de oorspronkelijke vraag voor DMH. Het OCMW mag geen bijkomende voorwaarden stellen, zoals het intekenen op de materiële opvang. 

De VVSG adviseert het OCMW om de cliënten die niet intekenen op de materiële opvang een schriftelijke verklaring te laten ondertekenen. De VVSG raadt aan om de werkwijze duidelijk in het sociaal verslag te vermelden. Zo kan het OCMW bewijzen dat het zijn informatieverstrekkingsplicht nakwam. Dat bewijs kan nodig zijn in het kader van een beroep bij de arbeidsrechtbank tegen een OCMW-beslissing. De arbeidsrechtbank kan het OCMW niet veroordelen tot de nakoming van de informatieverstrekkingsplicht en tot de toekenning van financiële steun als het OCMW het bewijs kan leveren.

Lees in het rechtspraakoverzicht 'dringende medische hulp' in het vak 'Extra informatie' wat de rechtspraak over deze hulp aan gezinnen met kinderen in onwettig verblijf vermeldt.

Extra informatie