De RvV kan de uitvoering schorsen van elke beslissing van een administratieve overheid die vatbaar is voor vernietiging (artikel 39/2 Vw). Niet elk annulatieberoep bij de RvV is automatisch schorsend. Is je beroep niet automatisch schorsend, dan kan je zelf de schorsing vragen van een beslissing.

Als je een beslissing wil laten schorsen, kan je kiezen voor ofwel een gewone schorsing ofwel een schorsing bij UDN. Je kan niet beiden gelijktijdig vragen. Je kan wel nog een gewone schorsing vragen nadat je UDN verworpen is en de beroepstermijn voor de gewone schorsing tot schorsing nog niet verstreken is.

Het kan verstandig zijn om, als je geen vordering tot schorsing bij UDN kan instellen, toch een gewoon schorsingsberoep in te dienen. Dan kan je later, bij een nakende repatriëring, voorlopige maatregelen vragen. Het EHRM bekritiseerde dit complexe kluwen van procedures onder andere in het arrest Josef t. België. De vraag rijst of het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel in België altijd verzekerd is (artikel 13 EVRM).

Vordering tot schorsing

Beroepstermijnen

Je hebt een termijn van 30 dagen na de kennisgeving van de beslissing om de vernietiging en gewone schorsing te vragen. Als je in administratieve opsluiting zit met het oog op repatriëring, geldt een verkorte termijn van 10 dagen. Verblijf in een woonunit wordt beschouwd als een vorm van administratieve opsluiting (artikel 39/57 Vw).

De gewone schorsing vraag je samen met de vernietiging van een beslissing in één verzoekschrift aan. In de titel van het verzoekschrift geef je expliciet aan dat het gaat om een beroep tot nietigverklaring én een vordering tot schorsing.

Voorwaarden

Om een schorsing te kunnen krijgen, moet er aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldaan zijn (artikel 39/82, § 2, eerste lid Vw):

  • Je moet een ernstig middel (verdedigbare grief) inbrengen tegen de beslissing(en). Vaak is het middel gebaseerd op een schending van grondrechten.
  • De onmiddellijke uitvoering van de beslissing(en) kan een moeilijk te herstellen ernstig nadeel (MTHEN) veroorzaken. Als je een ernstig middel aanvoert op basis van de grondrechten van de mens, is automatisch ook voldaan aan de voorwaarde van MTHEN (artikel 39/82, § 2 Vw).

Termijn voor uitspraak

De RvV beslist binnen de dertig dagen over de vordering tot schorsing. Als de RvV schorst, is een gedwongen repatriëring niet meer mogelijk zolang het annulatieberoep in behandeling is. De RvV moet in theorie binnen de vier maanden na het schorsingsarrest een uitspraak doen over het annulatieberoep.

Plant de DVZ je gedwongen repatriëring voordat de RvV zich uit kon spreken over de gewone vordering tot schorsing, dan kan je met een vordering tot voorlopige maatregelen een versnelde uitspraak krijgen over de vordering tot schorsing.

Voorlopige maatregelen na een gewone vordering tot schorsing

Als een repatriëring nakend is, kan je met een vordering tot voorlopige maatregelen aan de RvV vragen om een ingediende vordering tot schorsing zo snel mogelijk te behandelen.

Om een vordering tot voorlopige maatregelen te kunnen indienen, moet je dus al een vordering tot schorsing hebben ingediend.

De RvV kan alleen voorlopige maatregelen bevelen als voldaan is aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

  • Je moet een ernstig middel (verdedigbare grief) inbrengen tegen de beslissing waarvan je de vernietiging vraagt (artikel 39/82, § 2, eerste lid juncto artikel 39/84, eerste lid Vw).
  • De onmiddellijke uitvoering van de beslissing kan een moeilijk te herstellen ernstig nadeel veroorzaken (artikel 39/82, § 2, eerste lid juncto artikel 39/84, eerste lid Vw).
  • De vordering bevat een uiteenzetting van de feiten die aantonen dat de voorlopige maatregelen noodzakelijk zijn om je belangen veilig te stellen (artikel 44, tweede lid, 4° PR RvV).

Zijn de voorlopige maatregelen die je vraagt uiterst dringend? Dan moet je vordering ook een uiteenzetting bevatten van de feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid aantonen (artikel 44, tweede lid, 5° PR RvV).

  • De procedure die geldt voor een vordering tot schorsing bij UDN geldt ook voor de vordering tot voorlopige maatregelen (artikel 39/85 Vw). In het kort verloopt de procedure als volgt: beroepstermijn van 10 of 5 dagen.
  • Bij manifest laattijdige vordering volgt een snelle oproeping binnen de 24 uur.
  • Onder bepaalde voorwaarden kan de RvV bij voorrang over de ontvankelijkheid beslissen.
  • Er volgt een uitspraak binnen de 48 uur. Of binnen de 5 dagen als repatriëring voorzien is meer dan 8 dagen na de vordering.
  • Er gebeurt een zorgvuldig en nauwgezet onderzoek van de bewijsstukken.

In de volgende situatie geldt een bijkomende ontvankelijksheidsvoorwaarde. Artikel 39/85, §1, vierde lid Vw):

  • je krijgt een beslissing tot weigering van verblijf, met een uitwijzingsbevel en
  • je stelt een beroep in tot schorsing en nietigverklaring van beide beslissingen en
  • je krijgt daarna een tweede uitwijzingsbevel

Om een ontvankelijke vordering tot voorlopige maatregelen te kunnen vragen tegen de eerste beslissing met uitwijzingsbevel, moet je

  • de vordering tot voorlopige maatregelen tegen die eerste beslissing tot weigering van verblijf met uitwijzingsbevel indienen en tegelijk
  • nog een vordering tot schorsing bij UDN indienen tegen het tweede uitwijzingsbevel met beslissing tot opsluiting.

Een tijdig ingestelde vordering tot voorlopige maatregelen schorst een gedwongen repatriëring, totdat de RvV zich kan uitspreken over de gewone vordering tot schorsing (art. 39/85, § 3 Vw). De volgende scenario’s zijn mogelijk: 

  • De RvV verklaart de vordering onontvankelijk. Gedwongen repatriëring wordt weer mogelijk.
  • De RvV verklaart de vordering ontvankelijk. Gedwongen repatriëring is niet mogelijk tijdens de behandeling van de vordering tot voorlopige maatregelen. Na de ontvankelijkverklaring, kan de RvV:
    • De beslissing schorsen. Gedwongen repatriëring is dan niet mogelijk tijdens de behandeling van het annulatieberoep.
    • De vordering tot schorsing verwerpen. Gedwongen repatriëring wordt weer mogelijk.

Vordering tot schorsing bij UDN

Een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid (UDN) moet je instellen binnen de tien dagen na kennisgeving van de beslissing of binnen de vijf dagen bij een tweede uitwijzingsmaatregel (artikel 39/57, § 1, derde lid en artikel 39/82, § 4, tweede lid Vw). Lees meer over de beroepstermijnen.

Als de vordering tot schorsing bij UDN manifest laattijdig lijkt (niet ingediend binnen 5 of 10 dagen), moet de Kamervoorzitter of de rechter dit aangeven in zijn beschikking. Hij moet de partijen onmiddellijk oproepen om binnen de 24 uur vanaf de vordering te verschijnen. Bij situaties van overmacht kan je dan argumenteren dat je de vordering wegens overmacht niet eerder kon indienen.

De RvV interpreteert overmacht eng. Je kan je alleen op overmacht beroepen als:

  • een gebeurtenis buiten je wil een tijdig beroep onmogelijk maakte en
  • je al het mogelijke hebt gedaan om het voorval te vermijden.

De gebeurtenis moet dus onvoorzienbaar en onoverkomelijk zijn.

Heeft de RvV je vordering tot schorsing bij UDN verworpen omdat de vordering bijvoorbeeld niet uiterst dringend was? Dan kan je nog een gewone vordering tot schorsing samen met een vordering tot nietigverklaring volgens de gewone procedure instellen als de beroepstermijn nog loopt. Je hebt achteraf dan nog de mogelijkheid om voorlopige maatregelen te vragen bij een nakende repatriëring.

Om een vordering tot schorsing bij UDN te kunnen instellen, moet je aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Je moet in een situatie verkeren van ‘uiterst dringende noodzakelijkheid’. In uitwijzingszaken is deze voorwaarde tweeledig. Je moet het voorwerp zijn van een uitwijzingsbevel (bijvoorbeeld een BGV) én de uitvoering van dit bevel moet “imminent” zijn. Klassiek stelden de Raad van State en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in uitwijzingszaken dat je opgesloten moest zijn in afwachting van repatriëring om te voldoen aan de voorwaarde van ‘imminentie’. In het huidige artikel 39/82, § 4, tweede lid Vw staat echter dat je het voorwerp moet zijn van een uitwijzingsbevel “waarvan de tenuitvoerlegging imminent is, in het bijzonder indien je bent vastgehouden in een welbepaalde plaats of ter beschikking bent gesteld van de regering”. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen aanvaardt nu ook dat er situaties van uiterst dringende noodzakelijkheid mogelijk zijn waarbij je niet opgesloten bent in functie van een repatriëring (cfr. EHRM Josef t. België).
  • Je moet een ernstig middel (verdedigbare grief) inbrengen tegen de beslissing waarvan je de schorsing vraagt. Vaak is het middel gebaseerd op een schending van grondrechten.
  • De onmiddellijke uitvoering van de beslissing kan een moeilijk te herstellen ernstig nadeel (MTHEN) veroorzaken. Als je een ernstig middel aanvoert op basis van de grondrechten van de mens wordt automatisch ook aan de voorwaarde van MTHEN voldaan (39/82, § 2 Vw).

De kamervoorzitter of rechter moet zorgvuldig en nauwgezet alle voorgelegde bewijsstukken onderzoeken (artikel 39/82, § 4, vierde lid Vw). Hij moet daarbij bijzondere aandacht hebben voor stukken waaruit mogelijk blijkt dat de uitvoering van de beslissing jou als vreemdeling blootstelt aan een risico op schending van je grondrechten. Het gaat hierbij vooral om grondrechten waarvan geen afwijking mogelijk is op basis van artikel 15, tweede lid EVRM:

  • recht op leven, behalve bij rechtmatige oorlogshandelingen (artikel 2 EVRM)
  • verbod van foltering (artikel 3 EVRM)
  • verbod op slavernij of dienstbaarheid (artikel 4, eerste lid EVRM)
  • geen straf zonder wet (artikel 7 EVRM)

De RvV doet binnen de 48 uur na ontvangst van de vordering uitspraak over een UDN. Hij doet uitspraak binnen de 5 dagen na de dag van ontvangst, als de repatriëring pas voorzien is na acht dagen (artikel 39/82, § 4, vijfde lid Vw).

De RvV kan in afwijking hiervan bij voorrang uitspraak doen over de ontvankelijkheid, eventueel zelfs zonder de partijen op te roepen. De voorwaarden zijn:

  • Het gaat om een tweede uitwijzingsbevel.
  • De vordering is manifest laattijdig. Het is dus buiten de beroepstermijn ingediend.
  • De vordering wordt minder dan 12 uur voor een geplande repatriëring ingesteld.
  • De verzoeker én zijn advocaat werden minstens 48 uur voor de geplande repatriëring ingelicht over het tweede uitwijzingsbevel.

Een tijdig ingestelde vordering tot schorsing bij UDN schorst automatisch een gedwongen repatriëring (artikel 39/83 Vw). De volgende scenario’s zijn mogelijk:

  • De RvV verklaart de vordering onontvankelijk. Gedwongen repatriëring wordt weer mogelijk.
  • De RvV verklaart de vordering ontvankelijk. Gedwongen repatriëring is niet mogelijk tijdens de behandeling van de vordering tot schorsing bij UDN. Na ontvankelijkverklaring kan de RvV:
    • de beslissing schorsen. Gedwongen repatriëring is niet mogelijk tijdens de behandeling van het annulatieberoep.
    • de vordering verwerpen. Gedwongen repatriëring wordt weer mogelijk.

 

Extra informatie