Als de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) je aanvraag krijgt, dan onderzoekt de DVZ eerst of je aanvraag voldoet aan alle voorwaarden voor ontvankelijkheid. Dat onderzoek bestaat uit 3 delen:

  • De DVZ kijkt de aanvraag na
  • De DVZ-arts geeft een medisch advies (medische filter)
  • De DVZ doet een woonst- en identiteitscontrole

Als je dossier in orde is, krijg je een attest van immatriculatie (model A). Dat heet ook een oranje kaart.

DVZ kijkt de aanvraag na

De DVZ onderzoekt de ontvankelijkheidsvoorwaarden.

DVZ-arts geeft een medisch advies (medische filter)

De DVZ stelt een arts aan om na te gaan of de medische filter voldaan is.

Ontvankelijke aanvraag: attest van immatriculatie (oranje kaart)

De DVZ verklaart je dossier ontvankelijk. 

De DVZ geeft de gemeente de instructie om een woonstcontrole uit te voeren,  je in het vreemdelingenregister in te schrijven en je een attest van immatriculatie (oranje kaart) te bezorgen. 

Het attest van immatriculatie heeft een geldigheidsduur van 3 maanden. Dat attest kan gedurende de behandeling van je dossier zevenmaal verlengd worden voor telkens 3 maanden. Nadien wordt het verlengd met een duur van telkens één maand. De gemeente kan het attest ambtshalve verlengen zolang die geen andersluidende instructie van de DVZ krijgt.

Het attest van immatriculatie kan ingetrokken worden, bijv. als je niet ingaat op een uitnodiging van de DVZ-arts voor een medisch onderzoek.

Onontvankelijke aanvraag: beslissing tot weigering en BGV

De DVZ verklaart je dossier onontvankelijk. De DVZ neemt dan een beslissing tot weigering.

De gemeente informeert je over de beslissing tot weigering.

De DVZ kan tegelijkertijd een bevel om het grondgebied te verlaten (BGV) afgeven. De DVZ is daartoe niet verplicht en het gebeurt ook niet automatisch bij een beslissing tot weigering.

De DVZ geeft dus niet altijd een BGV af. Bijvoorbeeld wanneer de asielprocedure nog hangende is.

De DVZ mag overgaan tot effectieve uitwijzing, d.w.z. administratieve detentie en repatriëring. Tenzij je in je aanvraag een schending van artikel 3 EVRM inroept en bewijst. De DVZ moet dan motiveren waarom een effectieve uitwijzing geen reëel risico inhoudt op een onmenselijke of vernederende behandeling.

Extra informatie