In sommige hypotheses van nationaliteitsverklaring wordt een bewijs van maatschappelijke integratie of van talenkennis gevraagd. Inburgering kan daarbij een rol spelen.

Maatschappelijke integratie

Om een nationaliteitsverklaring in te dienen wordt in sommige gevallen een bewijs van maatschappelijke integratie gevraagd. Het Wetboek van de Belgische nationaliteit voorziet in artikel 12bis de verschillende mogelijkheden om maatschappelijke integratie te bewijzen. ‘Het met succes gevolgd hebben van het inburgeringstraject, onthaaltraject of integratieparcours’ is er daar één van.

In de Vlaamse regelgeving rond inburgering spreekt men van 'inburgeringstraject'. In die regelgeving worden bepaalde documenten wettelijk geregeld: het inburgeringsattest, tot 2016 het attest EVC (eerder/elders verworven competenties), en het bewijs regelmatige deelname. Doorheen de tijd wijzigde niet alleen de lay-out van deze documenten, maar ook de voorwaarden waaronder ze werden afgeleverd. Onderaan in 'extra informatie' vind je daarom een historisch overzicht van alle modellen van attesten zoals ze werden en worden afgeleverd sinds de start van de Vlaamse inburgering in 2004 tot op vandaag.

Wanneer een van deze officiële attesten werd of wordt afgeleverd, wil dat zeggen dat aan de voorwaarden zoals op dat moment bepaald door de Vlaamse regelgeving, werd voldaan. Onderaan in 'extra informatie' vind je een attest van het Agentschap Binnenlands Bestuur dat dat expliciet bevestigt.

Naast deze officiële bewijzen bestaan er mogelijk nog andere attesten die bevestigen dat een deel van het inburgeringstraject werd gevolgd, bijvoorbeeld een attest van regelmatige deelname aan de cursus maatschappelijke oriëntatie. Er is geen algemene richtlijn welke attesten aanvaard worden. De ambtenaar van de burgerlijke stand oordeelt of het dossier volledig is; het parket beoordeelt de voorwaarden inhoudelijk en geeft een bindend advies; tot slot is er een beroep mogelijk bij de rechtbank.

Lees meer over de voorwaarde maatschappelijke integratie op de webpagina 'maatschappelijke integratie in het kader van een nationaliteitsprocedure'. 

Lees meer over hoe de beslissing genomen wordt op de webpagina 'hoe verloopt de procedure?'.

Talenkennis

In sommige hypotheses van nationaliteitsverklaring wordt een bewijs van talenkennis van één van de drie landstalen gevraagd. Artikel 1, §2, 5° van het Wetboek van de Belgische nationaliteit bepaalt dat je minstens het niveau A2 van het Europees Referentiekader voor Talen moet hebben, en verwijst naar het koninklijk besluit voor de verschillende bewijsmogelijkheden. Artikel 1 van het koninlijk besluit van 14 januari 2013 geeft acht mogelijkheden om talenkennis van niveau A2 te bewijzen. Het bewijs van 'het gevolgd hebben van een inburgeringscursus' is er daar één van (artikel 1, 4° van het KB van 14 januari 2013).

Merk op dat het in de voorwaarde talenkennis gaat over 'inburgeringscursus', in tegenstelling tot 'inburgeringstraject' in de voorwaarde maatschappelijke integratie en over 'gevolgd hebben' in tegenstelling tot 'het met succes gevolgd hebben'. Het is niet duidelijk wat precies met 'inburgeringscursus' bedoeld wordt, aangezien de Vlaamse regelgeving de term 'inburgeringstraject' hanteert.

Onderaan in extra informatie vind je het historisch overzicht van de modellen van inburgeringsattest, het attest EVC en het bewijs regelmatige deelname zoals afgeleverd sinds de start van de Vlaamse inburgering in 2004 tot op vandaag.

Wanneer een van deze officiële attesten werd of wordt afgeleverd, wil dat zeggen dat aan de voorwaarden zoals op dat moment bepaald door de Vlaamse regelgeving, werd voldaan. Onderaan in 'extra informatie' vind je een attest van het Agentschap Binnenlands Bestuur dat dat expliciet bevestigt.

Naast deze officiële bewijzen bestaan er mogelijk nog andere attesten die bevestigen dat een deel van het inburgeringstraject werd gevolgd, bijvoorbeeld een attest van regelmarige deelname aan de cursus maatschappelijke oriëntatie. Er is geen algemene richtlijn welke attesten aanvaard worden. De ambtenaar van de burgerlijke stand oordeelt of het dossier volledig is; het parket beoordeelt de voorwaarden inhoudelijk en geeft een bindend advies; tot slot is er een beroep mogelijk bij de rechtbank.

Lees meer over de verschillende bewijzen voor talenkennis.

Lees meer over hoe de beslissing genomen wordt op de webpagina 'hoe verloopt de procedure?'.

 

Extra informatie