Deze pagina werd opgesteld in samenwerking met Myria.

Een humanitair visum is een uitzonderingsprocedure. De juridische grondslag is artikel 9 (en artikel 13) van de Verblijfswet. Deze bepalingen voorzien geen definitie of criteria voor de toekenning van het humanitair visum. DVZ heeft een brede beoordelingsmarge en beoordeelt elke aanvraag op individuele basis. Een humanitair visum is geen recht, maar een gunst.

Op deze pagina wordt enkel de Belgische praktijk inzake humanitaire visa voor familieleden van personen met een verblijfsrecht in België behandeld. De andere types humanitaire visa in België, met name hervestiging, ‘ad hoc’ reddingsoperaties van vluchtelingen en humanitaire visa kort verblijf om medische en prangende redenen, staan uitgelegd in dit overzicht van Myria (PDF).   

 In de praktijk zien we dat DVZ voornamelijk rekening houdt met:

  • de kwetsbaarheid, de behoeftigheid, de humanitaire en/of geïsoleerde situatie van de familieleden en de eventuele beschermingsrisico’s in het land van herkomst en/of in het land van verblijf
  • de bijzondere banden met personen in België, voornamelijk familieleden (affectieve en/of financiële afhankelijkheid).

Daarnaast kan ook het bewijs van voldoende bestaansmiddelen van het familielid in België een rol spelen. Dit verkleint de kans dat de aanvrager aanspraak moet maken op de sociale bijstand.

Ondanks de brede beoordelingsmarge moet DVZ in haar beslissingen een aantal principes respecteren. Het gaat onder andere om:

  • de beginselen van behoorlijk bestuur (o.a. motiveringsplicht, zorgvuldigheidsplicht, redelijkheidsbeginsel en rechtzekerheidsbeginsel
  • de individuele beoordelingsplicht
  • de grondrechten, zoals het recht op eerbiediging van het privé- en familieleven, het verbod van foltering en onmenselijke of vernederende behandelingen en het principe van het hoger belang van het kind.

Extra informatie