Uit de praktijk blijkt dat een aanvraag tot humanitair visum in bepaalde situaties kans op slagen heeft. Het gaat hierbij veelal om familieleden die net buiten het toepassingsgebied van het recht op gezinshereniging vallen.

Dikwijls gaat het om familieleden van erkend vluchtelingen of subsidiair beschermden (internationale bescherming), omdat zij zich vaak in een humanitaire en precaire situatie bevinden of bepaalde beschermingsrisico’s lopen. Door de gedwongen vlucht wordt het gezin onvrijwillig van elkaar gescheiden.

Uiteraard kunnen ook familieleden van andere derdelanders of familieleden van Belgen in aanmerking komen voor een humanitair visum.

Om de slaagkansen te verhogen is een sterk dossier noodzakelijk. De individuele situatie moet zo concreet en gedetailleerd mogelijk beschreven en aangetoond worden aan de hand van documenten. Een verwijzing naar de algemene situatie volstaat voor DVZ niet.  Je doet daarom best beroep op een advocaat of gespecialiseerde hulpverlener om de slaagkansen in te schatten en het individuele dossier op te stellen.

Echtgeno(o)t(e) op basis van een niet erkend religieus of gewoonterechtelijk huwelijk

Als echtgeno(o)t(e) heb je enkel recht op gezinshereniging wanneer jouw religieus of gewoonterechtelijk huwelijk ook als officieel huwelijk geldt in het land waar het werd afgesloten.  Dit kan nagegaan worden aan de hand van de wetgeving van dit land of specifieke landeninformatie. De regels van familiaal internationaal privaatrecht (IPR) bepalen het toepasselijke recht.

Als jouw religieus of gewoonterechtelijk huwelijk niet als officieel huwelijk geldt, dan kan enkel een humanitair visum worden afgeleverd. DVZ erkent in dat geval een ‘feitelijke relatie’. De relatie kan dan aangetoond worden aan de hand van concrete feitelijke bewijzen of bijvoorbeeld het bestaan van gemeenschappelijke kinderen.

Opmerkingen:

  • Als je de echtgeno(o)t(e) bent van een erkend vluchteling of subsidiair beschermde wiens huwelijk niet geldt als officieel huwelijk, dan stellen we in de praktijk een soepelere procedure vast. Je kan de aanvraag dan toch indienen als een aanvraag voor een visum gezinshereniging (artikel 10 Verblijfwet). Er moet geen administratieve bijdrage voor het humanitair visum betaald worden. De aanvraag zal behandeld worden door het bureau gezinshereniging van de DVZ. Bij een positieve beslissing wordt er echter wel een humanitair visum afgeleverd in plaats van een visum gezinshereniging. Op het visum zal de visumcode B17 vermeld staan in plaats van de visumcode B11.  Dit heeft gevolgen bij de verlenging van je verblijfsrecht na aankomst in België.
  • Deze situatie moet onderscheiden worden van de situatie waarbij het huwelijk wel als officieel huwelijk geldt, maar DVZ de akte zelf niet kan erkennen. In dat geval is gezinshereniging wel mogelijk wanneer ‘andere geldige bewijzen’ worden voorgelegd. Dit doet zich bijvoorbeeld voor wanneer de legalisatie ontbreekt of het land van herkomst niet over een functionerende administratie beschikt. Dit wordt bevestigd in rechtspraak van de RvV.

Feitelijke partners

Als je geen enkel bewijs kan voorleggen van je reeds bestaande huwelijksband is een aanvraag voor een visum gezinshereniging in de praktijk niet mogelijk. Er kan dan enkel een humanitair visum worden gevraagd.

De slaagkansen zijn in dit geval veel onzekerder. DVZ zal slechts uitzonderlijk een humanitair visum toekennen op basis van een bewezen feitelijke relatie. Hierbij vormt het bestaan van gemeenschappelijke kinderen vaak een cruciaal element. Indien jouw partner internationale bescherming geniet, zullen ook de relevante verklaringen tijdens het persoonlijk onderhoud met het CGVS in de asielprocedure belangrijk zijn.

De slaagkansen zijn nog onzekerder als er helemaal geen huwelijk is (bijvoorbeeld enkel een verloving) of als er geen gemeenschappelijke kinderen zijn. Het bewijs van de duurzame relatie en het bijzondere humanitaire karakter van de aanvraag spelen hier een cruciale rol. Hierover is weinig tot geen praktijkervaring.

Verder zijn er ook situaties waarbij het niet mogelijk was om een huwelijk af te sluiten. Denk maar aan situaties waarbij de familie in het herkomstland het koppel verboden heeft te huwen of LGBTIQ+-koppels die in hun land van herkomst niet konden huwen of geen partnerschap konden afsluiten. Hierbij is het van belang om deze onmogelijkheid aan te tonen aan de hand van de lokale wetgeving of praktijk.

Als je de partner bent van een persoon met internationale bescherming, dan kan het feit dat geaardheid een grond voor vervolging was een belangrijke factor zijn. Ook het feit dat het gezinsleven enkel werd stopgezet door de gedwongen vlucht en dat het gezinsleven niet verdergezet kan worden in het herkomstland is van belang. Er wordt best verwezen naar de relevante verklaringen in het asieldossier.

Broers en zussen van een niet-begeleide minderjarige met internationale bescherming

Minderjarige broers en zussen (waarbij de ouders van de niet-begeleide minderjarige tegelijkertijd gezinshereniging vragen)

Als je niet-begeleide minderjarige (NBM) broer of zus alleen naar België is gekomen en het statuut van vluchteling of subsidiaire bescherming heeft verkregen, dan hebben jouw ouders een recht op gezinshereniging.

Als broer of zus ben jij zelf uitgesloten van het recht op gezinshereniging. Wel kan je een aanvraag voor een humanitair visum indienen samen met de aanvraag tot gezinshereniging van je ouders. Deze aanvraag heeft veel kans op slagen. Je hoeft in principe geen andere humanitaire elementen aan te tonen. Er kan immers niet verwacht worden dat jij als minderjarige alleen zou achterblijven zonder je ouders, die wel een recht op gezinshereniging hebben.

Deze aanvraag dien je in als een aanvraag voor een humanitair visum. Indien de aanvraag gelijktijdig wordt ingediend met de aanvraag gezinshereniging van jouw ouder(s), wordt het dossier overgemaakt aan het bureau gezinshereniging van DVZ en gelijktijdig behandeld met de aanvraag gezinshereniging van jouw ouders. Bij een positieve beslissing wordt een humanitair visum afgeleverd.

Opmerking:

  • Het is aangewezen om bijkomende humanitaire elementen aan te tonen wanneer je een minderjarige half- of stiefbroer of -zus bent van een NBM met internationale bescherming en het niet jouw biologische ouder is die tegelijkertijd gezinshereniging of een humanitair visum aanvraagt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer jouw biologische ouder overleden is en de zorg over jou wordt opgenomen door diens nieuwe partner, die nu mee wil komen.

Meerderjarige broers en zussen (waarbij de ouders van de niet-begeleide minderjarige tegelijkertijd gezinshereniging vragen)

Ook als jongvolwassen meerderjarige broer of zus die dreigt alleen achter te blijven, kan je een aanvraag doen voor een humanitair visum. De bewijslast ligt hier wel hoger. Ook hierbij is het belangrijk dat je jouw aanvraag gelijktijdig indient met de aanvraag gezinshereniging van je ouder(s) en je eventuele minderjarige broers en zussen.  

Je zal uitvoerig moeten aantonen dat je ondanks je meerderjarigheid nog steeds ten laste bent van je ouders en deel uitmaakt van je oorspronkelijke kerngezin. Je toont aan dat je anders helemaal alleen en geïsoleerd achterblijft. Het gaat hier om een feitenkwestie, dus voor elk geval zullen de nodige bewijsdocumenten verschillend zijn.

Je kan bijvoorbeeld beschrijven en aantonen dat:

  • je nog bij jouw ouders (en minderjarige broers en zusjes) woont.

  • je niet getrouwd bent, dat je nog studeert en dat je geen eigen inkomsten hebt waardoor je nog ten laste bent van je ouders.

Het dossier is nog sterker in de volgende gevallen:

  • Je bent behoeftig op medisch vlak. Dit kan jouw afhankelijkheid van de rest van het kerngezin versterken.

  • Je kan bepaalde beschermingsrisico’s of een humanitaire en precaire situatie in het land van verblijf inroepen. De individuele situatie moet zo concreet en gedetailleerd mogelijk beschreven en aangetoond worden. Je kan aantonen dat je een gegronde vrees hebt voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade waardoor je theoretisch in aanmerking zou kunnen komen voor internationale bescherming.

  • Er kan bij al deze elementen ook verwezen worden naar de relevante verklaringen in het asieldossier van jouw niet-begeleide minderjarige broer of zus in België.

Je dient deze aanvraag in als een aanvraag voor een humanitair visum. Bij een positieve beslissing wordt een humanitair visum afgeleverd.

Minderjarige broers en zussen van een niet-begeleide minderjarige met internationale bescherming waarbij de ouders niet meekomen, de zorg niet meer kunnen opnemen of overleden zijn

Indien je ouders niet meekomen naar België in het kader van een gezinshereniging is het meestal moeilijk om met een humanitair visum je niet-begeleide minderjarige broer of zus met internationale bescherming te vervoegen. De kans op slagen is in dit geval veel lager.

We kunnen hierbij twee situaties onderscheiden:

  • Wanneer jouw ouders overleden of vermist zijn, moet je dit kunnen aantonen. Het is niet evident om in deze situatie een humanitair visum te verkrijgen. Meestal is er geen of weinig sprake van duidelijke afhankelijkheidsbanden met jouw (jonge) broer of zus in België.

    Toch kan de aanvraag voor een humanitair visum in zeer specifieke gevallen slagen. Dit is het geval, wanneer je kan aantonen dat je situatie uiterst precair is en je je in een situatie van verhoogde kwetsbaarheid of behoeftigheid bevindt.

    Indien mogelijk kan je ook bepaalde beschermingsrisico’s of een humanitaire en precaire situatie in het herkomstland of het land van verblijf inroepen. Dit zal vaak het geval zijn wanneer jouw broer of zus erkend werd als vluchteling of subsidiaire bescherming geniet in België. De individuele situatie moet zo concreet en gedetailleerd mogelijk beschreven en aangetoond worden. Je kan aantonen dat je een gegronde vrees hebt voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade waardoor je theoretisch in aanmerking zou kunnen komen voor internationale bescherming.

  • Wanneer je ouder(s) nog leven zal het bijzonder moeilijk zijn om een humanitair visum te verkrijgen, tenzij je op een zeer overtuigende manier met een sterk dossier kan aantonen dat zij de zorg over jou helemaal niet meer kunnen opnemen en dat je veiligheidssituatie uiterst precair is. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen als je als minderjarige broer of zus helemaal alleen gestrand bent in een land op weg naar Europa tijdens de vlucht. 

    Er kan bij al deze elementen ook verwezen worden naar de relevante verklaringen in het asieldossier van jouw broer of zus in België.

Meerderjarige dochter of zoon van ouder met verblijf in België

Gezinshereniging met een derdelander is voorbehouden aan minderjarige kinderen.

Enkel meerderjarige kinderen met een handicap kunnen onder bepaalde voorwaarden gebruik maken van het recht op gezinshereniging.

Is dit niet het geval dan heb je als meerderjarige dochter of zoon van een derdelands ouder geen recht op gezinshereniging.

Wel kan je een humanitair visum aanvragen. Je humanitair visum heeft kans op slagen als je aantoont dat je ondanks je meerderjarigheid nog steeds deel uitmaakt van je oorspronkelijke kerngezin en dat je anders helemaal alleen en geïsoleerd achterblijft. Het gaat hier om een feitenkwestie. Voor elk geval zullen de nodige bewijsdocumenten verschillend zijn. Je kan bijvoorbeeld beschrijven en aantonen dat:

  • je niet getrouwd bent, dat je nog studeert en dat je geen eigen inkomsten hebt waardoor je ten laste bent van je ouders.

  • dat je steeds hebt samengewoond met jouw ouders (en eventuele minderjarige broertjes en zusjes).

  • het hechte gezinsleven enkel werd onderbroken door de gedwongen vlucht van je ouders, indien zij internationale bescherming hebben verkregen.

Het dossier is nog sterker in de volgende gevallen:

  • Je hebt minderjarige broers en zussen die op hetzelfde ogenblik een aanvraag gezinshereniging indienen. Je maakt dan deel uit van een gezinscel waarbij een aantal gezinsleden een recht hebben op gezinshereniging.

  • Je bent behoeftig op medisch vlak. Dit kan jouw afhankelijkheid van de rest van het kerngezin versterken.

  • Je kan aantonen dat jouw ouder over voldoende bestaansmiddelen (en eventueel huisvesting) beschikt in België om je als meerderjarig kind ten laste te nemen.

  • Eventueel kan je ook bepaalde beschermingsrisico’s of een humanitaire en precaire situatie in het herkomstland of het land van verblijf inroepen. De individuele situatie moet zo concreet en gedetailleerd mogelijk beschreven en aangetoond worden. Je kan aantonen dat je een gegronde vrees hebt voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade waardoor je theoretisch in aanmerking zou kunnen komen voor internationale bescherming.

    Er kan ook verwezen worden naar de relevante verklaringen in het asieldossier van jouw ouder in België.

Je dient deze aanvraag in als een aanvraag voor een humanitair visum. Indien je ouders en/of je minderjarige broers of zussen hebt die een aanvraag gezinshereniging indienen, is het belangrijk om jouw humanitaire aanvraag gezamenlijk met hen in te dienen. Je dossier wordt behandeld door het bureau lang verblijf (toegang) van DVZ. Bij een positieve beslissing wordt een humanitair visum afgeleverd.

Ouder met hoge leeftijd, in geïsoleerde situatie

Als ouder heb je geen recht op gezinshereniging met je meerderjarig derdelands of meerderjarig Belgisch kind. Je kan wel een aanvraag voor een humanitair visum indienen. Over het algemeen maakt dit enkel kans wanneer je een uitzonderlijke kwetsbaarheid kan aantonen. Het gaat hier om een feitenkwestie, dus voor elk geval zullen de nodige bewijsdocumenten verschillend zijn.

Een hoge leeftijd, medische problemen en een geïsoleerde situatie door het wegvallen van familieleden kunnen een belangrijke rol spelen. Er kan ook een “nieuwe” situatie van afhankelijkheid ontstaan doordat jouw echtgeno(o)t(e) bijvoorbeeld recent overleden is. Als dit het geval is, kan je ook beschrijven en aantonen dat je steeds hebt samengewoond met jouw kind(eren).

Het dossier is sterker in de volgende gevallen:

  • Je kan aantonen dat je kind over voldoende bestaansmiddelen (en eventueel huisvesting) beschikt in België om je als ouder ten laste te nemen.
  • Jouw kind internationale bescherming geniet en je kan argumenteren dat het hechte gezinsleven enkel werd onderbroken door de gedwongen vlucht van je kinderen. In combinatie met een gevaarlijke humanitaire context kunnen deze elementen van kwetsbaarheid extra doorwegen. De individuele situatie moet zo concreet en gedetailleerd mogelijk beschreven en aangetoond worden. Je kan aantonen dat je een gegronde vrees hebt voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade waardoor je theoretisch in aanmerking zou kunnen komen voor internationale bescherming.

Er kan ook verwezen worden naar de relevante verklaringen in het asieldossier van jouw kind in België.

Feitelijk geadopteerde kinderen/ kinderen onder buitenlandse voogdij of adoptie

Wanneer je geen juridische band hebt met je ouder/voogd, is er geen recht op gezinshereniging. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer je als kind enkel feitelijk deel uitmaakt van het gezin. Denk maar aan situaties waarbij kinderen de facto worden opgenomen in het gezin van een zus, tante, nonkel of ander familielid na het overlijden van de ouders.

Hetzelfde geldt voor een buitenlandse voogdij of adoptie. Deze komen enkel in aanmerking voor gezinshereniging indien de buitenlandse voogdij bekrachtigd wordt door een Belgische rechtbank of indien de buitenlandse adoptie erkend wordt door de Federale Centrale Autoriteit (FCA) inzake adoptie.

In het geval van een feitelijke adoptie of een niet-erkende buitenlandse voogdij of adoptie-akte kan een humanitair visum enkel kans op slagen hebben mits een sterk dossier. DVZ past een hoge bewijslast toe. Je zal uitvoerig moeten aantonen dat er sterke affectieve en/of financiële banden bestaan tussen jou en je ‘(feitelijke) adoptieouder of voogd’.

Met feitelijke bewijzen toon je aan dat je steeds deel hebt uitgemaakt van het gezin. Je bewijst dat je anders helemaal alleen en geïsoleerd achterblijft, omdat er geen andere  gezinsleden de zorg voor jou kunnen opnemen. Indien van toepassing voeg je ook de buitenlandse akte of rechterlijke beslissing van de voogdij/adoptie/specifieke buitenlandse rechtsfiguur toe.

Het dossier is sterker in de volgende gevallen:

  • Je kan aantonen dat je (feitelijke) adoptieouder of voogd over voldoende bestaansmiddelen beschikt in België om jou volledig ten laste te nemen.

  • Je (feitelijke) adoptieouder of voogd, ‘broer’ of ‘zus’ genieten subsidiaire bescherming in België en je kan bepaalde beschermingsrisico’s of een humanitaire en precaire situatie in het herkomstland of het land van verblijf inroepen. De individuele situatie moet zo concreet en gedetailleerd mogelijk beschreven en aangetoond worden. Je kan aantonen dat je een gegronde vrees hebt voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade waardoor je theoretisch in aanmerking zou kunnen komen voor internationale bescherming.

    Er kan bij al deze elementen ook verwezen worden naar de relevante verklaringen in het asieldossier van jouw (feitelijke) adoptieouder of voogd, ‘broer’ of ‘zus’ in België.

Andere

We benadrukken nogmaals dat elke familiale en humanitaire situatie in het land van herkomst of verblijf verschillend is. Ook specifieke situaties die niet vermeld worden in bovenstaande voorbeelden kunnen kans maken.

Je doet daarom best beroep op een advocaat of gespecialiseerde hulpverlener om de slaagkansen in te schatten en het individuele dossier op te stellen

Zo kunnen in specifieke situaties met duidelijke banden met België (bijvoorbeeld als ouder of grootouder van een derdelander of Belg), in samenhang met voldoende eigen middelen van de aanvrager om in België nooit ten laste te zullen vallen van de sociale bijstand, voldoende zijn voor een humanitair visum.

In uitzonderlijke gevallen is het ook aan te raden om bij een aanvraag voor een visum gezinshereniging in tweede orde een humanitair visum te vragen.

Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer gezinsleden in principe wel in aanmerking komen voor gezinshereniging, maar er niet aan alle voorwaarden voor gezinshereniging voldaan is. Dit kan voorkomen wanneer je wel bestaansmiddelen kan voorleggen, maar deze niet voldoende stabiel, toereikend of regelmatig zijn of wanneer de leeftijdsvoorwaarden niet vervuld zijn. Het is in zo’n geval belangrijk om al in de aanvraag voor gezinshereniging de humanitaire en prangende situatie voldoende aan te tonen.