In principe zijn de bepalingen inzake gezinshereniging met een derdelander met beperkt verblijfsrecht ook van toepassing op de familieleden van een arbeidsmigrant.

Voor de kerngezinsleden (echtgenoot/wettelijke samenwonende partner en minderjarige kinderen met wie de band reeds bestaat wanneer het verblijf aan de referentiepersoon wordt toegekend) van een arbeidsmigrant met een gecombineerde vergunning, gastovereenkomst als onderzoeker of beroepskaart als zelfstandige staat Dienst Vreemdelingenzaken echter toe dat de ambassades ambtshalve een visum afleveren. Dat betekent dat de ambassade zelf het visum kan afleveren aan deze familieleden zonder de aanvraag door te sturen naar Dienst Vreemdelingenzaken, wat een aanzienlijke tijdswinst oplevert. De ambtshalve afgifte kan gebeuren wanneer de familieleden gelijktijdig met de arbeidsmigrant een visum aanvragen of tot 6 maanden nadat de arbeidsmigrant een visum gekregen heeft.

Ook bij een ambtshalve aflevering van een visum dienen de voorwaarden voor de gezinshereniging voldaan te zijn, maar de ambassade kan bepaalde voorwaarden soepel interpreteren. Zo is het feit dat de referentiepersoon een gecombineerde vergunning, gastovereenkomst of beroepskaart heeft voldoende als bewijs van bestaansmiddelen. Ook de voorwaarde van huisvesting kan soepel geïnterpreteerd worden wanneer bijvoorbeeld een hotelreservatie wordt voorgelegd of wanneer de werkgever van de arbeidsmigrant tijdelijk huisvesting kan voorzien.

Opgelet! Ambassades zijn nooit verplicht om een ambtshalve visum af te leveren. Indien de ambassade twijfels heeft bij het voldaan zijn van de voorwaarden voor gezinshereniging of de geldigheid van een bepaald document, kan zij steeds de aanvraag doorsturen naar Dienst Vreemdelingenzaken en geldt de normale procedure gezinshereniging met een derdelander met beperkt verblijfsrecht.