Databank rechtspraak

print
Je kan zoeken met de query syntax. Bijvoorbeeld: "Art. 9ter Vw." AND "Vernietiging".
  • Hof van Justitie - C-451/19 en C-532/19 - 05-05-2022

    (Subdelegación del Gobierno en Toledo t. XU (C‑451/19), QP (C‑532/19)) Prejudiciële verwijzing – Artikel 20 VWEU – Burgerschap van de Europese Unie – Unieburger die nooit gebruik heeft gemaakt van zijn recht van vrij verkeer – Aanvraag voor een verblijfskaart voor een gezinslid dat onderdaan van een derde land is – Afwijzing – Verplichting van voldoende bestaansmiddelen voor de Unieburger – Samenwoonverplichting van de echtgenoten – Minderjarig kind, burger van de Unie – Nationale wettelijke regeling en praktijk – Effectief genot van de belangrijkste aan de Unieburgers toegekende rechten – Verlies daarvan

  • Europees Hof voor de Rechten van de Mens - 28492/15 en 49975/15 - 29-04-2022

    (Khasanov en Rakhmanov t. Rusland) Artikel 3 EVRM - Uitlevering - Geen reëel individueel risico van mishandeling in geval van uitlevering van etnische Oezbeken aan Kirgizië - Risicobeoordeling ex nunc op drie niveaus van situatie in land van bestemming, in het algemeen en met betrekking tot de betrokken groep - Ex nunc-beginsel vormt waarborg wanneer aanzienlijke tijd is verstreken tussen de nationale beslissingen en het onderzoek door het EHRM van een klacht ex artikel 3 - Risicobeoordeling vatbaar voor herziening door het EHRM in het licht van veranderende omstandigheden - Individuele omstandigheden van verzoekers naar behoren onderzocht door nationale rechterlijke instanties

  • Hof van Justitie - C-368/20 en C-369/20 - 26-04-2022

    (NW t. Landespolizeidirektion Steiermark (C 368/20) en Bezirkshauptmannschaft Leibnitz (C 369/20)) Prejudiciële verwijzing – Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht – Vrij verkeer van personen – Verordening (EU) 2016/399 – Schengengrenscode – Artikel 25, lid 4 – Tijdelijke herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen voor een totale periode van ten hoogste zes maanden – Nationale regeling die voorziet in verschillende opeenvolgende perioden van grenstoezicht waardoor deze periode wordt overschreden – Onverenigbaarheid van een dergelijke regeling met artikel 25, lid 4, van de Schengengrenscode wanneer de opeenvolgende perioden gebaseerd zijn op dezelfde bedreiging of dezelfde bedreigingen – Nationale regeling op grond waarvan op straffe van een sanctie een paspoort of identiteitskaart moet worden getoond bij het grenstoezicht aan de binnengrens – Onverenigbaarheid van deze verplichting met artikel 25, lid 4, van de Schengengrenscode wanneer het toezicht zelf in strijd is met deze bepaling

  • Europees Hof voor de Rechten van de Mens - 29836/20 (en 9 anderen) - 26-04-2022

    (M.A.M. t. Zwitserland) Schending artikel 2 EVRM (recht op leven) en 3 EVRM (verbod op foltering, onmenselijke en vernederende behandeling) – uitzetting naar Pakistan – Bekering tot het christendom in Zwitserland – ontoereikend onderzoek door interne rechtbank – ex-nunc beoordeling nodig

  • Hof van Justitie - C-231/21 - 31-03-2022

    (IA t. Bundesamt für Fremdenwesen und Asyl) Prejudiciële verwijzing – Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht – Dublin-systeem – Verordening (EU) nr. 604/2013 – Artikel 29, lid 2 – Overdracht van een asielzoeker aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming – Overdrachtstermijn van zes maanden – Mogelijkheid van verlenging van deze termijn tot maximaal één jaar in geval van gevangenzetting – Begrip ‚gevangenzetting’ – Gedwongen opname van de asielzoeker in de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis met rechterlijke toestemming

  • Europees Hof voor de Rechten van de Mens - 49775/20 - 31-03-2022

    (N.B. e.a. t. Frankrijk) Art. 3 EVRM (materieel) - Onmenselijke en vernederende behandeling - Administratieve detentie gedurende veertien dagen met het doel een buitenlands kind vergezeld door zijn ouders uit te zetten – detentie in een ongeschikt centrum - Klacht betreffende het lijden van de ouders niet gegrond – art. 34 EVRM - Belemmering van de uitoefening van het recht om beroep in te stellen - Geen rechtvaardiging voor het niet naleven (gedurende zeven dagen) van de voorlopige maatregel tot stopzetting van de detentie van het kind

  • Hof van Justitie - C-519/20 - 10-03-2022

    (K in tegenwoordigheid van: Landkreis Gifhorn) Prejudiciële verwijzing – Immigratiebeleid – Richtlijn 2008/115/EG – Bewaring met het oog op verwijdering – Artikel 16, lid 1 – Rechtstreekse werking – Speciale inrichting voor bewaring – Begrip – Bewaring in een gevangenis – Voorwaarden – Artikel 18 – Noodsituatie – Begrip – Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie – Doeltreffende rechterlijke toetsing

  • Europees Hof voor de Rechten van de Mens - 53069/15 - 08-03-2022

    (Sabani t. België) Schending art. 8 EVRM (recht op eerbiediging van de woning) – binnentreden van politie zonder toestemming van persoon zonder wettig verblijf – geen duidelijke wettelijke basis – Schending art. 8 EVRM (recht op privéleven) – gebruik van handboeien – geen nood aangetoond door de autoriteiten – geen schending art. 5§4 (recht op een effectief rechtsmiddel bij detentie) – kennelijk ongegrond en onontvankelijk – 5.000 euro morele schadevergoeding

  • Hof van Justitie - C-349/20 - 03-03-2022

    (NB, AB t. Secretary of State for the Home Department, in tegenwoordigheid van: United Nations High Commissioner for Refugees (UK)) Prejudiciële verwijzing – Gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid – Normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als personen die internationale bescherming genieten – Richtlijn 2004/83/EG – Artikel 12 – Uitsluiting van de vluchtelingenstatus – Bij de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) geregistreerde staatloze Palestijn – Voorwaarden om zich op grond van die hoedanigheid te beroepen op richtlijn 2004/83/EG – Ophouden van de bescherming of bijstand van de UNRWA

  • Hof van Justitie - C-483/20 - 22-02-2022

    (XXXX t. Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen) Prejudiciële verwijzing – Gemeenschappelijk asielbeleid – Gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming – Richtlijn 2013/32/EU – Artikel 33, lid 2, onder a) – Niet-ontvankelijkheid van een verzoek om internationale bescherming dat in een lidstaat is ingediend door een derdelander die in een andere lidstaat de vluchtelingenstatus heeft verkregen, terwijl het minderjarige kind van die derdelander, dat de subsidiairebeschermingsstatus geniet, in de eerste lidstaat verblijft – Handvest van de grondrechten van de Europese Unie – Artikel 7 – Recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven – Artikel 24 – Belangen van het kind – Geen schending van de artikelen 7 en 24 van het Handvest van de grondrechten wegens de niet-ontvankelijkheid van het verzoek om internationale bescherming – Richtlijn 2011/95/EU – Artikel 23, lid 2 – Verplichting voor de lidstaten om ervoor te zorgen dat het gezin van personen die internationale bescherming genieten in stand wordt gehouden

  • Hof van Justitie - C-522/20 - 10-02-2022

    (OE t. VY) Prejudiciële verwijzing – Geldigheid – Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken – Bevoegdheid om kennis te nemen van een echtscheidingsverzoek – Artikel 18 VWEU – Verordening (EG) nr. 2201/2003 – Artikel 3, lid 1, onder a), vijfde en zesde streepje – Verschil in de verblijfsduur die vereist is om de bevoegde rechter te bepalen – Onderscheid tussen een ingezetene die onderdaan van de lidstaat van het aangezochte gerecht is en een ingezetene die geen onderdaan van die lidstaat is – Discriminatie op grond van nationaliteit – Geen

  • Hof van Justitie - C-432/20 - 20-01-2022

    (ZK, in tegenwoordigheid van: Landeshauptmann von Wien) Prejudiciële verwijzing – Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht – Immigratiebeleid – Richtlijn 2003/109/EG – Artikel 9, lid 1, onder c) – Verlies van de status van langdurig ingezeten derdelander – Afwezigheid van het grondgebied van de Europese Unie gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden – Onderbreking van deze afwezigheid – Onregelmatige en korte verblijven op het grondgebied van de Unie

  • Hof van Justitie - C-118/20 - 18-01-2022

    (JY t. Wiener Landesregierung) Prejudiciële verwijzing – Burgerschap van de Unie – Artikelen 20 en 21 VWEU – Werkingssfeer – Afstand van de nationaliteit van een lidstaat met het oog op het verkrijgen van de nationaliteit van een andere lidstaat overeenkomstig de toezegging van laatstgenoemde lidstaat om de betrokkene te naturaliseren – Intrekking van die toezegging om redenen van openbare orde of openbare veiligheid – Evenredigheidsbeginsel – Staatloosheid

  • Hof van Justitie - C-490/20 - 14-12-2021

    (V.М.А. t. Stolichna obshtina, rayon „Pancharevo”) Prejudiciële verwijzing – Burgerschap van de Unie – Artikelen 20 en 21 VWEU – Recht om vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven – Kind dat is geboren in het gastland van zijn ouders – Door deze lidstaat afgegeven geboorteakte waarin voor dat kind twee moeders vermeld staan – Weigering door de lidstaat van herkomst van een van deze twee moeders om voor dat kind een geboorteakte af te geven bij gebreke van informatie over de identiteit van zijn biologische moeder – Bezit van een dergelijke akte dat de voorwaarde vormt voor afgifte van een identiteitskaart of een paspoort – Nationale regeling van deze lidstaat van herkomst waarin het ouderschap van personen van hetzelfde geslacht niet wordt erkend

  • Europees Hof voor de Rechten van de Mens - 15379/16 - 10-12-2021

    (Abdi Ibrahim t. Noorwegen) Schending artikel 8 EVRM (recht op eerbiediging van privé-leven, familie- en gezinsleven) gelezen in samenhang met artikel 9 EVRM (vrijheid van godsdienst) - Tekortkomingen in besluitvormingsproces dat heeft geleid tot verbreking van de band tussen moeder en kind, in een context van verschillende culturele en religieuze achtergronden van moeder en adoptieouders - onvoldoende belang gehecht aan het belang van moeder en kind om door contact de familiebanden en persoonlijke relaties in stand te houden - Niet naar behoren rekening gehouden met het belang van de moeder om het kind in staat te stellen een zekere band met zijn culturele en religieuze oorsprong te behouden.

  • Europees Hof voor de Rechten van de Mens - 57467/15 - 07-12-2021

    (Savran t. Denemarken) Geen schending art. 3 EVRM (verbod op foltering en onmenselijke en vernederende behandeling) – ernstig zieke vreemdelingen – criteria Paposhvili ook van toepassing bij psychische aandoening – ernstdrempel bij gebrek aan zorgen doorslaggevend – intens lijden of ernstige beperking van de levensverwachting – drempel art. 3 EVRM in casu niet bereikt – geen onderzoek naar de toegang tot de zorgen nodig – Schending art. 8 EVRM (recht op gezins- en privéleven) – gepleegde feiten gerelativeerd door gebrek aan strafrechtelijke aansprakelijkheid (internering) – sterke banden met Denemarken – onvoldoende belangenafweging door interne rechters

  • Europees Hof voor de Rechten van de Mens - 36516/19 - 02-12-2021

    (Jallow t. Noorwegen) Geen schending art. 6 EVRM (recht op een eerlijk proces) – partij in zaak ouderlijk gezag over biologisch kind in Noorwegen – weigering visum – fysieke aanwezigheid aan de zitting onmogelijk – geen substantieel nadeel door verschijning via videoverbinding

  • Europees Hof voor de Rechten van de Mens - 42011/19 - 25-11-2021

    (Melouli t. Frankrijk) Geen schending art. 8 EVRM (recht op gezins- en privéleven) – Algerijn in Frankrijk sinds 1977 – wettig verblijf tot 2007 – onvoldoende bewijs verblijfplaats in Frankrijk sinds verblijfstitel verstreken in 2007 – geen positieve verplichting om verblijfstitel af te leveren – bevel om het grondgebied te verlaten – voldoende belangenafweging door nationale rechters – verzoekschrift onontvankelijk

  • Europees Hof voor de Rechten van de Mens - 15670/18 en 43115/18 - 18-11-2021

    (M.H. e.a. t. Kroatië) Schending artikel 2 EVRM (recht op leven) - procedureel - Ondoeltreffend onderzoek naar dood van kind; schending artikel 3 EVRM (verbod op foltering en onmenselijke en vernederende behandeling) - materieel – Kinderen meer dan twee maanden vastgehouden in immigratiecentrum met gevangenisachtige elementen in materiële omstandigheden die gelijkaardig zijn aan die van volwassenen – schending artikel 5, lid 1 EVRM (recht op vrijheid en veiligheid) - Verzuim om blijk te geven van de vereiste beoordeling, waakzaamheid en voortvarendheid in de procedures om de bewaring van gezinnen zoveel mogelijk te beperken; Schending artikel 34 EVRM - Effectieve uitoefening van individueel verzoek belemmerd door beperking van contact met gekozen advocaat, en druk op advocaat uitgeoefend om voortzetting van zaak te ontmoedigen; Schending artikel 4 Protocol 4 (verbod op collectieve uitzetting) - Gedwongen terugkeer van ouder en zes kinderen door de Kroatische politie buiten de officiële grensdoorlaatpost en zonder voorafgaande kennisgeving aan de Servische autoriteiten

  • Hof van Justitie - C-821/19 - 16-11-2021

    (Europese Commissie t. Hongarije) Beroep wegens niet-nakoming – Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht – Asielbeleid – Richtlijnen 2013/32/EU en 2013/33/EU – Procedure voor de toekenning van internationale bescherming – Gronden voor niet-ontvankelijkheid – Begrippen ‚veilig derde land’ en ‚eerste land van asiel’ – Hulpverlening aan asielzoekers – Strafbaarstelling – Inreisverbod voor de grenszone van de betrokken lidstaat

Pagina's