9 juli 2018

 

De Wet diverse bepalingen inzake burgerlijk recht van 18 juni 2018  wijzigt het Wetboek van de Belgische nationaliteit (WBN) op een aantal vlakken. De wijzigingen gelden vanaf 12 juli 2018. Hieronder bespreken we de belangrijkste wijzigingen.

 

Wijziging cascadesysteem ter vervanging van de geboorteakte

Men maakt komaf met het geboorteattest, het document dat door de diplomatieke en consulaire overheden van een geboorteland wordt afgeleverd. Daarom verandert de wet het cascadesysteem ter vervanging van de geboorteakte uit art. 5 WBN. 

Het huidige cascadesysteem bepaalt dat in geval van onmogelijkheid of zware moeilijkheden om een geboorteakte te bekomen achtereenvolgens, een geboorteattest, een akte van bekendheid en tot slot, een beëdigde verklaring kunnen voorgelegd worden. 

Het nieuwe cascadesysteem bepaalt:

  • Het geboorteattest wordt enkel aanvaard voor  onderdanen van de landen die op de lijst staan waarvoor de onmogelijkheid of zware moeilijkheden om een geboorteakte te bekomen, aanvaard zijn. Momenteel bestaat die lijst uit Afghanistan, Zuid-Soedan, Somalië en Angola (enkel de enclave Cabinda). Dat bepaalt het KB van 17 januari 2013. 
  • Personen uit andere dan deze vier landen van de lijst kunnen zich dus niet meer beroepen op het geboorteattest. Zij kunnen wel een akte van bekendheid, of in laatste instantie een beëdigde verklaring voorleggen ter vervanging van de geboorteakte. Maar alleen als de onmogelijkheid of zware moeilijkheden om een geboorteakte of akte van bekendheid te bekomen, aangetoond worden. 

Het wettelijk verblijf voorafgaand aan het indienen van een nationaliteitsverklaring

Het procedureel verblijf zal in volgende gevallen meetellen als wettelijk verblijf voor de periode voorafgaand aan de aanvraag:

  • de periode tussen het indienen van een verzoek om internationale bescherming en de datum van de erkenning als vluchteling (de asielprocedure). Het gaat dus om de periode gedekt door onder andere een bijlage 25 of 26, een attest van immatriculatie (AI) en een bijlage 35 (wanneer een erkenning als vluchteling volgt).
  • de periode tussen het indienen van de verblijfsaanvraag en de positieve beslissing voor Unieburgers en hun familieleden zoals bedoeld in art. 40bis van de Verblijfswet (Vw).  Het gaat dus om de periode gedekt door onder andere een bijlage 19, een bijlage 19ter en een AI (wanneer een positieve beslissing volgt). 

Kritische bedenking

Het is betwistbaar dat deze regeling niet geldt voor familieleden van Belgen (art. 40ter Vw). De wetgever heeft de periode tijdens de aanvraag gezinshereniging met een Unieburger (art. 40bis Vw) immers gelijkgesteld met ‘wettelijk verblijf’ omdat het verblijfsrecht van een familielid van een Unieburger een declaratoir karakter heeft en rechtstreeks ontleend wordt aan het Unierecht. 

Maar ook sommige familieleden van ‘statische’ Belgen ontlenen een afgeleid verblijfsrecht rechtstreeks aan het Unierecht. En ook dat verblijfsrecht heeft een declaratoir karakter. Dat blijkt uit vaste rechtspraak van het Hof van Justitie (zie o.m. HvJ 8 maart 2011, Ruiz Zambrano, C-34/09;HvJ 10 mei 2017, Chavez-Vilchez e.a., C‑133/15 en HvJ 8 mei 2018, K.A. e.a. t. België, nr. C-82/16). Ook voor hen zou de periode gedekt door de bijlage 19, de bijlage 19ter en het AI dus moeten meetellen als wettelijk verblijf voorafgaand aan de nationaliteitsaanvraag.

Herstel van het oude artikel 11bis WBN

Art. 11, §2 WBN dat de toekenning van de Belgische nationaliteit aan de zogenaamde kinderen ‘van de tweede generatie’ regelt na een verklaring door de ouders voor het kind 12 jaar is, wordt opnieuw een zelfstandig artikel: art. 11bis WBN. In dat artikel wordt ook de specifieke procedure van deze verklaring beschreven. 

Nationaliteitsverklaring: hoofdverblijfplaats op grond van een wettelijk verblijf 

In artikel 12bis WBN dat de nationaliteitsverklaring regelt, wordt de voorwaarde van het ‘hebben van wettelijk verblijf’ vervangen door de voorwaarde ‘zijn hoofdverblijfplaats hebben gevestigd in België op grond van een wettelijk verblijf’. Dit wil zeggen dat er ook steeds een inschrijving in het rijksregister moet zijn voor de hele periode van het vereiste wettelijke verblijf. 

Inburgeringstraject

Het huidige art. 12bis WBN voorziet dat je je maatschappelijke integratie kan bewijzen door ‘een inburgeringscursus te hebben gevolgd’. Deze zinsnede, die voor veel onduidelijkheden in de praktijk zorgde, wordt vervangen. Vanaf nu zal je het bewijs moeten leveren dat ‘het inburgeringstraject, het onthaaltraject of het integratieparcours met succes gevolgd is’. 

Wat betekent dit concreet?

  • Het nieuwe art. 12bis WBN houdt in dat voor Nederlandstalige inburgeringstrajecten het hele traject afgerond moet zijn. Je legt dus een inburgeringsattest voor als bewijs. Het is nog niet duidelijk of het bewijs van regelmatige deelname aanvaard zal worden. Het attest maatschappelijke oriëntatie zal in elk geval niet meer aanvaard worden. 
  • Volgde je een Franstalig traject in Brussel? De COCOF, de Franse gemeenschapscommissie in Brussel, organiseert verschillende cursussen en trajecten:
      • BAPA: bij een ‘Bureau d’Acceuil pour Primo-Arrivants’ kan je als ‘nieuwkomer’ (dit wil zeggen dat je nog geen drie jaar wettelijk in België verblijft) een onthaaltraject volgen. Het bewijs van het ‘met succes gevolgd hebben’ van dit onthaaltraject is een bewijs van maatschappelijke integratie.  
      • Daarnaast erkende de COCOF vijf Brusselse organisaties waar personen die al langer dan drie jaar wettelijk in België verblijven (en dus geen ‘nieuwkomer’ meer zijn) een inburgeringscursus kunnen volgen. Deze ‘inburgeringscursus’ valt niet meer onder het nieuwe art. 12bis WBN.

Om deze personen toch niet uit de boot te laten vallen, is er een overgangsregeling van drie jaar voorzien. Die bepaalt dat als je voor 1 augustus 2021 gestart bent met een dergelijke ‘inburgeringscursus’, het bewijs van het ‘met vrucht gevolgd hebben’ van die inburgeringscursus toch nog als bewijs van maatschappelijke integratie kan gebruiken. 

  • Ook in Wallonië en Duitstalig België kan je een ‘parcours d’intégration’ volgen, Het bewijs van het ‘met succes gevolgd hebben’ van zo’n integratieparcours is een bewijs van maatschappelijke integratie. 

Verkrijging van de Belgische nationaliteit na bezit van staat

Artikel 17 WBN wordt heringevoerd nadat het door de wet van 12 december 2012 was afgeschaft. 

Artikel 17 WBN voorziet dat iemand die gedurende 10 jaar ononderbroken als Belg werd behandeld door de Belgische overheden, hoewel hij eigenlijk niet de Belgische nationaliteit had, een nationaliteitsverklaring kan indienen om toch nog te Belgische nationaliteit te krijgen. Voorwaarde is wel dat de verklaring wordt ingediend binnen het jaar nadat de Belgische nationaliteit werd betwist. 

Verlies van de Belgische nationaliteit

Volgens het huidige art. 22, §1, 5° WBN verlies je de Belgische nationaliteit als je:

  • in het buitenland geboren bent en
  • van je 18 tot je 28 jaar ononderbroken je hoofdverblijfplaats in het buitenland hebt gehad en
  • in het buitenland geen ambt uitoefent dat door de Belgische regering is opgedragen, noch tewerkgesteld wordt door een vereniging of vennootschap naar Belgisch recht en
  • niet vóór je 28 jaar verklaard hebt de Belgische nationaliteit te willen behouden.

Aan dit artikel wordt een uitzondering toegevoegd. Voortaan zal je de Belgische nationaliteit niet meer verliezen, ook al heb je geen verklaring daartoe afgelegd, als je tussen je 18 en 28 jaar een Belgisch paspoort of identiteitskaart hebt aangevraagd en gekregen. 

Mogelijkheid nationaliteitsaanvraag bij de Belgische consulaire post

De aanvragen tot verkrijging na bezit van staat (art. 17 WBN) en herkrijging na verlies (art. 24 WBN) kunnen ook ingediend worden bij de Belgische consulaire post.

Tot nu toe was het, na de wetswijziging van 12 december 2012, onmogelijk om vanuit het buitenland de Belgische nationaliteit aan te vragen.