Arbeidsrechtbank
Gent
13/498/A
Financiële steun – onwettig verblijf - zwangerschap – BGV – onmogelijkheid om het grondgebied te verlaten – medische overmacht – art. 57, § 2 OCMW-wet gegrond – vernietiging beslissing – Cass. 18 december 2000 – Arbitragehof 30 juni 1999 – vordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond

Hoewel niets direct wijst op een problematische zwangerschap, moet worden vastgesteld dat door eisende partijen een aantal medische stukken worden voorgelegd waaruit blijkt dat vroegere zwangerschappen wel zeer problematisch verliepen, dat er tot vier keer toe een miskraam was, met bovendien (na een trauma) een doodgeboorte na een zwangerschapsduur van 7 maanden.

 

Het is duidelijk dat een zwangerschap op zich geen voldoende reden is om te besluiten dat de betrokkene in de absolute onmogelijkheid verkeert om gevolg te geven aan het bevel om het grondgebied te verlaten.

 

Wanneer evenwel uit de medische antecedenten blijkt dat de zwangerschap telkens weer bepaalde ernstige risico’s inhoudt, zelfs in een vergevorderd stadium, komt het de rechtbank voor dat verzoekster in de periode vanaf de aanvraag tot aan de bevalling, in de absolute mogelijkheid verkeerde om het grondgebied te verlaten.

 

De effectieve verwijdering van het grondgebied kon immers voor eisende partijen, in het bijzonder voor verzoekster, een dermate traumatische ervaring zijn dat een faliekante afloop van haar zwangerschap niet louter denkbeeldig is. Dat dit uiteindelijk -gelukkig- niet het geval bleek te zijn, impliceert niet automatisch dat daardoor niet bewezen zou zijn dat zij in de absolute onmogelijkheid verkeerde het land te verlaten.