Wie komt in aanmerking?

De Belgische wetgever probeert staatloosheid te voorkomen. Dat staat in artikel 10 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (WBN). De volgende minderjarige kinderen worden Belg omdat zij anders staatloos zouden zijn:

  • Het kind geboren in het buitenland uit een Belgische ouder, als het kind geen andere nationaliteit bezit of behoudt tot het 18 jaar is (artikel 8, §1, 2°, c) WBN).
  • Het kind dat in België geboren wordt zonder nationaliteit. Ook vondelingen (artikel 10 WBN).
  • Het kind dat in België geboren wordt en dat, op gelijk welk ogenblik voor de leeftijd van 18 jaar of voor de ontvoogding voor die leeftijd, staatloos zou zijn als het de Belgische nationaliteit niet bezat (artikel 10 WBN).
  • Het minderjarig kind dat geadopteerd wordt door een Belg en dat geen andere nationaliteit bezit of behoudt tot de leeftijd van 18 jaar (artikel 9, eerste lid, 2°, c) WBN).

Automatische toekenning

Het kind wordt automatisch Belg.

De automatische toekenning gebeurt:

  • op het moment van de geboorte 
  • of op het moment dat het kind de vreemde nationaliteit verliest vóór de meerderjarigheid

De ouders moeten naar de gemeente gaan om de toekenning van de Belgische nationaliteit officieel te laten vaststellen en het kind als Belg in te laten schrijven. Daarnaast is geen andere procedure of formaliteit nodig. Het is niet nodig dat de rechtbank van eerste aanleg eerst de staatloosheid van het kind vaststelt.

Je legt de volgende documenten voor:

  • geboorteakte van het kind
  • bewijs van de staatloosheid van het kind. Bijvoorbeeld de nationaliteitswetgeving van het land van herkomst van de ouders of een bewijs van de ambassade van het land van herkomst van de ouders.

De toekenning van de Belgische nationaliteit is voorwaardelijk. Het kind verliest de Belgische nationaliteit als het vóór zijn meerderjarigheid een andere nationaliteit verkrijgt. Dat moet wel bewezen kunnen worden.

Uitzondering: registratieverplichting voor de ouders

De ouders van een staatloos kind dat in België geboren wordt, hebben de verplichting om het kind bij hun ambassade in België te registreren als het kind door de registratie de nationaliteit van het land van de ouders krijgt. Als de registratiemogelijkheid bestaat, dan zijn zij verplicht er gebruik van te maken. Hun kind krijgt de Belgische nationaliteit dan niet.

Er geldt een uitzondering voor:

  • asielzoekers in procedure
  • erkende vluchtelingen
  • personen die subsidiaire bescherming genieten

Deze categorieën van personen hebben niet de verplichting om hun staatloos geboren kind bij de ambassade te registreren (omzendbrief van 25 mei 2007). Hun kind krijgt dus toch de Belgische nationaliteit, zelfs wanneer de nationaliteitswet van hun land een registratiemogelijkheid voorziet. Maar in de meeste landen is deze registratiemogelijkheid niet voorzien en krijgt het kind automatisch de nationaliteit van een van de ouders zonder dat er een registratie bij de ambassade nodig is. In die gevallen krijgt het in België geboren kind de nationaliteit van de ouders en dus niet de Belgische nationaliteit, ook wanneer het gaat om kinderen van asielzoekers, vluchtelingen of subsidiair beschermden. 

Wat gebeurt er met een kind van asielzoekers dat de Belgische nationaliteit gekregen heeft omdat de nationaliteitswet een registratieplicht voorzag, wanneer de asielaanvraag uiteindelijk wordt afgewezen? Het kind behoudt de Belgische nationaliteit als op dat moment de registratiemogelijkheid niet meer bestaat. Dat is het geval als de termijn om het kind te registreren verstreek tijdens de asielprocedure.

Als de registratiemogelijkheid na de afwijzing van de asielaanvraag blijft bestaan, dan zal het kind de Belgische nationaliteit verliezen.

Opmerking: deze regel staat in de omzendbrief van 25 mei 2007, maar lijkt verder te gaan dan de wet en lijkt dus strijdig te zijn met de wet. De wet zelf zegt immers dat het kind de Belgische nationaliteit pas weer zal verliezen als het kind een vreemde nationaliteit bezit voor het 18 jaar is.

 

Extra informatie